13 en 14 oktober 2019: 28e Zondag door het jaar

2 Kon. 5,14-17 en Lucas 17,11-19, C-Jaar

VERKONDIGING

Het zijn inspirerende verhalen die ons worden verteld vandaag; verhalen met een dubbele bodem, met meerdere thema’s. Zowel in het evangelie van Lucas als in het boek Koningen, het grote verslag van de cultuur en geloofsgeschiedenis van Israël, wordt ons verteld over mensen die leven in grensgebieden, over mensen op zoek naar genezing, over mensen die sterk genoeg zijn om ‘dank je wel’ te zeggen, over mensen die ervaren hoe God zich naar ons toe beweegt, de hele mensengeschiedenis door.

In letterlijke of meer figuurlijke zin, wordt ons in verhalen verteld over processen, geloofsprocessen soms, die op gang kunnen komen als mensen zich willen beraden op hun plaats in het leven. Voor sommigen is dat een lastige wending aan het verhaal: Deze lezingen gaan toch over melaatsheid, over die gruwelijke ziekte die God zij dank zo goed als uitgebannen is uit onze wereld?

Jazeker, gaan de verhalen daarover, maar het gaat nog over veel meer, laten wij er eens induiken en zoeken naar wat nog meer verscholen ligt in het Goede nieuws dat Lucas verteld en in dat verhaal uit het Tweede boek Koningen: Een grote Syrische legeroverste Naäman, keert na iedere oorlog, keer op keer, behangen met rijke buit terug naar zijn land. Het Hebreeuwse dienstmeisje van zijn vrouw was ook zo’n oorlogsbuit.
Op een dag werd Naäman overvallen door een vreeslijke huidziekte en datzelfde dienstmeisje adviseert hem om naar Israël te gaan om daar de profeet Elisa te bezoeken. Aldus geschied en Naäman vertrekt, met een grote stoet deftige paarden en wagens naar Israël.
Daar aangekomen blijft zijn komst niet verborgen voor de sober levende profeet Elisa.
Hij beveelt de krijgsman uit het verre land naar de rivier de Jordaan te gaan en zich daar zevenmaal te wassen. En Naäman gaat!
Een heilig ritueel … zevenmaal dompelt Naäman zich onder in de rivier de Jordaan en daarmee in de geschiedenis van Israël. En hij geneest.
Zoals de Ene en Eeuwige God met Israël een nieuw begin heeft gemaakt zo doet hij dat ook met de krijgsheer Naäman uit het verre land. ‘Doop jezelf in de Jordaan, dank voor jouw genezing, sta op en trek verder’ verder in jouw leven als een gelovig mens. Zo wordt hem gezegd.
En Naäman leeft verder als een gelovig mens.

Zo zegt Jezus het ook tegen de Samaritaan die, als enige van de tien, hem bedankt voor zijn genezing van melaatsheid: “Sta op en trek verder”, vervolg jouw weg als een gelovig mens.

Zo zien we hoe in dat verhaal over de genezing van melaatsheid, ons iets anders wordt verteld: een verhaal over geloven, over dankbaar zijn om de beweging die God naar ons wil maken.

Lucas verteld ons hoe Jezus zich bevindt in het grensgebied tussen Samaria en Galilea, het gebied waar gelovige joden en andersgelovigen wonen. En zo wonen ook wij, in onze tijd in een grensgebied te midden van gelovigen, andersgelovigen en ongelovigen.
Dat stelt ons vragen, over onszelf, ons leven, ons geloof en over de wereld waarin wij wonen. Veel tegenstrijdige berichten komen op ons af: Als je die allemaal moet geloven, dan lijkt het wel of onze wereld ziek is, ten dode opgeschreven.
Terwijl wij over twee weken vieren dat het al 75 jaar geleden is dat Tilburg werd bevrijd en wij al die tijd in vrede kunnen leven, houdt de wereld de adem in rond alles wat er gebeurt in dat grensgebied tussen Syrië en Turkije.

De verhalen over bondgenootschap, over liefde en vergeving die Jezus ons vertelt lijken hier ver weg.
In Duitsland wordt een synagoge belaagt en huiveren mensen in doodsangst. Maar tegelijkertijd is het goed om te zien hoe jongeren hun stem willen verheffen en opkomen om de wereld waarin zij en hun kinderen moeten opgroeien.

Laten wij die verhalen van Naäman en Jezus er nog maar eens naast leggen. Onze wereld lijkt ziek, ten dode opgeschreven, maar dat is maar één kant van de werkelijkheid. Er gebeurt zoveel meer, mensen slaan de handen ineen en zoeken alternatieven om hun leven opnieuw vorm te geven, staan op en zoeken wegen uit onderdrukking en onvrijheid. Jongeren verheffen hun stem en komen op voor de wereld waarin hun kinderen moeten opgroeien, mensen bekommeren zich om de buurvrouw die alleen komt te staan en ziekten als melaatsheid zijn uitgebannen in onze wereld.

Soms begrijpen wij de wereld niet meer en sterker nog … soms begrijpen wij ook onszelf niet meer zo goed … Dan buigen we maar het hoofd en proberen onder ogen te zien onder ogen dat wij elkaar soms tekortdoen, hoe goed wij het ook bedoelen.
Wij proberen wel aan onszelf en aan onze wereld te werken, maar het is een blijft een weg van vallen en opstaan.

Ieder mens is er toch naar op zoek: de legeraanvoerder Naäman, het Hebreeuwse dienstmeisje, de dankbare Samaritaan:
Hoe kunnen wij ontdekken wie wij ten diepste zijn, hoe wij de harmonie in ons leven kunnen vinden die wij geluk noemen? En daarbij dolen wij soms rond in een grensgebied, proberen grenzen over te gaan en lopen aan tegen de grenzen van onze mogelijkheden.
Het zal niet lukken om daarvoor weg te lopen, om het uit de weg te gaan. Blijven zoeken naar de mens die wij ten diepste zijn en willen zijn, kan ons helpen.

Helpen om onze weg te vinden in dat grensgebied tussen geloof en ongeloof waarin wij allemaal ronddwalen van tijd tot tijd. Sta op en trek verder, zegt Jezus tegen de mens die hem dankte voor zijn genezing. Sta op en trek verder… weet dat je mens bent en dat God jou op handen draagt op jouw weg door het leven.
Amen.

Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen