29 september 2019: Oogstdankviering.

Jubileum St. Laurentius Kookgilde 1999-2019. M.m.v. Orkest ‘Proost ’en Gildekoor St. Barbara uit Dinther.

De vruchten van de aarde en Johannes 15,1-8

WELKOM EN BEGROETING

Op deze laatste zondag van de septembermaand, aan het einde van de jaarlijkse Vredesweek mag ik u allen welkom heten in deze Mariakerk van de Heikant, nadat deze jaarlijkse viering altijd plaats vond in de kerk van het Heike. Het is maar een enkele letter verschil.

De laatste zondag van de septembermaand: Onze stad staat extra stil bij spijs en drank. Tilburg wordt culinair getekend en wijn geeft extra kleur en smaak. We vieren dit weekend Tilburg Wijnstad en geven daar een bijzonder tintje aan bij gelegenheid van het 20-jarig jubileum van het Laurentius Kookgilde. Verschillende jaren in het verleden – in mijn nadrukkelijk Tilburgse tijd – mocht ik voorgaan bij de jaarlijkse viering. En het is voor mij een eer dat ik bij de viering van het 4e lustrum weer in de gelegenheid wordt gesteld.

Een gildeviering vandaag met een eigen koor. Welkom aan het Gildekoor St. Barbara uit Dinther; aan het jubilerende Laurentiusgilde en de vertegenwoordigingen van de gilden uit de regio; aan wijnbaron Coen en wijnbarones Inge; aan Orkest Proost. Maar vooral welkom aan u allen, regelmatige bezoekers op de zondagmorgen van deze ruimte, van deze geloofsgemeenschap van de Norbertijnenparochie Heikant – Quirijnstok en natuurlijk u die speciaal voor dit uur op deze dag bent gekomen.

Vandaag willen we stilstaan bij oogst en dat wil zeggen bij levenskansen. Oogst betekent dat er eten en drinken is, geen oogst betekent immers hongersnood. Bezinnend en dankend stilstaan bij de oogst is daarmee niet zo verwonderlijk. En bij het danken voor de gave van de oogst zal altijd de vraag moeten doorklinken in hoeverre wij zelf vrucht hebben gedragen, gerechtigheid hebben gezaaid en de aarde hebben bewerkt tot een akker waarop leven en vrede in gerechtigheid mogelijk zijn. Juist aan het einde van de Vredesweek mag die vraag meer dan ooit gesteld worden.

Mogen wij ons in dit uur thuis weten bij en met elkaar in de naam van onze God die wij noemen: Vader, Zoon en H. Geest.

VERKONDIGING

Het woord wijngaard en wijnbouwer komt in de H. Schrift nogal wat keren voor. Willen wij de omstandigheden van en rond de wijngaard enigszins kunnen begrijpen dan zullen we in onze herinnering moeten roepen wat er allemaal moet gebeuren voor ranken vruchten geven. In de afgelopen jaren heb ik het een beetje kunnen en mogen volgen bij de start van de wijngaard van mijn medezusters Norbertinessen van St. Catharinadal uit Oosterhout. En we kenden ook al zoveel verhalen van die talloze wijngaarden in Frankrijk, Duitsland, Spanje, Portugal, Italië en talloze ook niet-Europese landen.

Talloze wijngaarden met veel arbeidskrachten en minimaal onder leiding en onder noodzakelijk deskundige toezicht. Er komt heel wat kijken. Het aanleggen van een wijngaard is een werk dat veel inspanning en kosten met zich meebrengt: vruchtbare grond welke met zorg en aandacht bewerkt moet worden en weergoden moeten gunstig gestemd zijn.
De wijnstok moet vanaf december / januari bijna 20 keer bewerkt worden voordat hij in september / oktober rijke druivenvruchten zal dragen. Hij moet opgebonden, gesnoeid, besproeid, er moet kunstmest bij, de grond, de aarde moet worden losgemaakt, de wijnstok moet worden gekrent, afgetopt. Er komt heel wat voor kijken.
Ook natuuromstandigheden hebben invloed op de wijngaard en de groei van de wijnranken: zon, regen, mist, warmte, kou, licht en donker. De tijd van de oogst? Is deze vroeg of laat?

In zowel het oude boek van de geschiedenis van het Joodse Volk, als in de geschiedenis van de Jezusbeweging wordt het beeld van de wijngaard vaak gebruikt om kwaliteit van leven mee te omschrijven en voor te houden. In het geheim groeien wij op. Door onze opvoeding worden wij gesnoeid, gekrent, gecorrigeerd. Je kunt niet ineens een volgerijpte wijnstok zijn, vol druiventrossen. Daar mag je een heel leven over doen. Bovendien is deze levensgroei afhankelijk van zon en warmte, van regen, kou en mist, van donker en licht. God houdt daar rekening mee. Hij kent onze levensomstandigheden. Hij heeft oog voor onze levensgroei, voor ons groeiproces in weer en wind.

Hij vraagt niet meteen van ons volop, een volle 100%. Wat hij wel verlangt is dat wij meewerken dat de groei erin zit. Dat wij geen onvruchtbare ranken worden, die geen vruchten dragen.
Ons wordt gevraagd dat wij het beheer over de aarde bij onze dood beter achterlaten dan wij deze bij onze geboorte hebben aangetroffen. Ons wordt gevraagd vruchten van gerechtigheid en vrede voort te brengen, dichtbij huis en wereldwijd. Ons wordt gevraagd de aarde niet uit te putten en het klimaat geen geweld aan te doen, omdat er toekomst moet zijn voor de generaties die na ons komen.

Het lijkt allemaal zo gewoon: Oogsten, verwerken van de producten om te kunnen drinken en de cyclus kan weer opnieuw beginnen. We staan er misschien nog maar nauwelijks echt bij stil dat een goede oogst bepalend is voor levenskansen, dat voor een oogst gewerkt moet worden, maar ook dat zegeningen welke we niet in de hand hebben van essentieel belang zijn.
Bezinnend en dankend stil staan bij de oogst is daarmee niet verwonderlijk. We beseffen dat een rijke oogst niet regelrecht aan God te danken is, zoals we Hem ook geen verwijten kunnen maken voor een mislukte oogst.

Bij het danken voor de gaven die de oogst met zich meebrengt, zal dan ook altijd de vraag moeten doorklinken in hoeverre wij zelf vrucht hebben gedragen, in hoeverre wij de aarde hebben bewerkt tot een akker waarin leven en vrede in gerechtigheid mogelijk zijn.
In deze meervoudige betekenis worden we uitgenodigd om dankbaarheid op een feestelijke wijze te tonen aan elkaar, om het leven te vieren met en onder elkaar.
Amen.

Denis Hendrickx o. praem
Abt van Berne