Bidden

24 en 25 november 2018: Christus Koning

Daniël 7,13-14 en Johannes 18,33b-37, B-jaar

VERKONDIGING

Zo in de loop van het jaar komen via de televisie en de krant nogal eens vragen bij ons binnen: of wij mensen willen voordragen voor de een of andere verkiezing. De beste organisatie, de mooiste muziek, de beste artiest, de grootse zanger of de beste taartenbakker, de meest invloedrijke politicus en ga zo maar door.

Op televisie kun je ze allemaal volgen die programma’s …  Een jury buigt zich dan over de kandidaten en beoordeelt al die voorbereidingen en inzet ten overstaan van het hele land. De beste, de belangrijkste, de meest invloedrijke zijn en dan op een troon gezet worden. Een verlangen dat overal klinkt en heel menselijk lijkt.

In onze gezinnen voelen we al hoe belangrijk het voor kinderen is om door pappa en mamma gezien te worden, om heel dichtbij te staan en zo als mens omhoog getild worden. En de meeste vaders en moeders willen dat ook, hun kinderen laten voelen dat zij belangrijk zijn, ieder van hen. Dat je een plaats hebt in onze wereld, op school en in alle verbanden die op je levensweg komen.

Ook leidinggevenden in organisaties kennen dit verlangen. Mensen omhoog tillen zodat zij met zin en enthousiasme hun werk doen en zo niet alleen van hun eigen leven, maar ook van hun werk in het ziekenhuis, het onderwijs, het bedrijf, het staan in de kerk, een succes maken.
Waar dit niet gebeurt, waar mensen niet tot hun recht kunnen komen, raken velen teleurgesteld en haken af.

Want als gezag benauwt, dan kan verzet groeien. Daarom bewandelde Jezus een andere weg. Harten veroveren, voor mensen opkomen, niemand minachten. Opkomen voor alles wat kwetsbaar is en steeds onder kritiek staat. Geen mens te veel of te min laten zijn …  Dat is de weg van zijn koninkrijk. Een weg die door velen als gevaarlijk wordt gezien. Veel liever zoeken zij zondebokken en komen met makkelijke oplossingen. Ook David werd als staat gevaarlijk gezien. Maar ondanks alles werd hij tot koning gekroond, omdat hij dienaar wilde zijn, omdat hij zijn volk wilde hoeden.

In onze wereld van vandaag vieren wij in onze kerken dat feest van Christus Koning. Oudere mensen herinneren zich nog grote processies met pracht en praal. Ik ben van een generatie die daar geen herinneringen aan heeft. En toen ik er eens naar vroeg bij een oudere pastor zei hij: “Het zou best kunnen dat Jezus zelf het afschuwelijk zou hebben gevonden. Veel belangrijker, zei die pastor, is iedere dag opnieuw de vraag wat voor ‘volgeling’, wat voor onderdaan wij van Jezus zouden willen zijn.”

Dan wordt die vraag een uitdagende vraag: “Wie is koning voor ons? Naar wie wil ik opkijken?” Zijn dat niet juist al die gewone mensen die er iedere dag opnieuw het beste van proberen te maken? Leidinggevenden in organisaties die steeds opnieuw bereid zijn hun medewerkers een nieuwe kans te geven? Al die mensen die in aandacht geven aan mensen die niet zonder zorg kunnen? Mensen die oog en oor hebben voor zieken? Voor jonge asielzoekers? Voor mensen in financiële problemen? Mensen zijn tot veel in staat, zien naar elkaar om en proberen elkaar omhoog te halen en omhoog te tillen.

Het lijkt alsof het allemaal heel gewoon is. Maar dat is het zeker niet. Wat je wel vaak hoort is dat het grote voldoening geeft als je je inspant voor een ander. Dat het, ook als het wel eens moeilijk is, voldoening en nieuwe energie geeft.

Het feest van Christus Koning vertelt ons hoe Jezus ons oproept om ons mens zijn op een andere manier vorm te geven. Om steeds de waarheid te zoeken. En die waarheid schuilt niet in prachtige gewaden en uiterlijke tekenen. Het gaat er niet om wat je hebt aan de buitenkant, maar om al het mooie dat je hebt aan je eigen binnenkant. Daarin schuilt Gods waarheid.

Jezus is groots in alle eenvoud, zelfs als mensen hem willen knechten en klein maken blijft hij overeind. Zó voor Pilatus staan en zeggen: “Ik ben naar deze wereld gekomen om te getuigen van de waarheid”.

Als je zo kunt blijven staan, ook op de meest moeilijke momenten, dan valt niet alleen een klein stukje van Gods waarheid, maar een enorme stroom van Gods liefde jou toe.

Ik wens u en mijzelf toe, al is het iedere dag maar één keer, dat koninklijke gevoel.
Amen.

Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen