18 november 2018: 33e Zondag door het jaar / Zondag van de Armen
Daniël 12,1-3 en Marcus 13,24-32, B-Jaar
VERKONDIGING
Ik heb de indruk dat vandaag een van de kortste maar ook een van de meest leerzame gelijkenissen uit het evangelie wordt verteld: de parabel van de vijgenboom. ‘Trek uit de vergelijking met de vijgenboom een les’ zegt Jezus. Het is een les van troost en bemoediging. De zomer is nabij. Een vijgenboom toont al heel vroeg in het jaar tekenen van lente. De takjes worden week, de knoppen zwellen op tot het begin van jonge blaadjes. De lente komt. Jezus vertelt deze parabel aan het einde van een lange toespraak over allerlei verschrikkelijke dingen die allemaal nog moeten gebeuren.
De enorme muren van de tempel van Jeruzalem – zo hoog als de flatgebouwen in onze eigen binnenstad – zullen tot de laatste steen afgebroken worden. En zo zal het verder gaan; met al die rampen waar de kranten vol van staan, waar sociale media over berichten. Aardbevingen, enorme branden, overstromingen, oorlogen, vervolgingen, uitroeien van minderheden, geweld van wapens, onrecht dat de overhand heeft; zelfs sterren die van de hemel vallen.
Maar … en dan komt de les van de vijgenboom. Als zijn takjes zacht worden en gaan uitbotten, weet dan dat de zomer in aantocht is. Wat de vijgenboom leert gaat niet over iets wat ver weg ligt, wat niet te verklaren valt. Wat de vijgenboom leert gaat over de dingen die dichtbij zijn. Die moet je ook aan God overlaten, maar je moet er tegelijk zelf iets aan doen.
Jezus wees op de vijgenboom. Die staan er heel veel in het land waar hij thuis was.
Laten we het maar eens vergelijken met al die lindebomen bij ons. Rond de Mariakerk bijvoorbeeld. In deze tijd van het jaar komt er heel wat blad vanaf dat geharkt en opgezogen moet worden. Totdat de lindebomen er helemaal kaal bij staan. Die arme, machtige lindebomen: als wij de verwarming een graadje warmer laten stoken staat hij in de kou. Welke weersomstandigheden hem ook omgeven: de lindeboom staat stil, lijdt alles en zegt niets, heel de winter lang. Op het eerste gezicht kunnen we zeggen: die boom lijkt zo dood als een pier, maar dat blijkt verre van de waarheid te zijn.
Want wat blijkt telkens weer: het blijkt een soort terugwerkende beweging tot in het diepst van de harde stam, een soort winterslaap. Want eind februari, begin maart krijgt de lindeboom alweer knopjes. En dan vervolgens komen de blaadjes, heel lichtgroen en klein. En daarna de lindebloesem. En velen weten die bloesems dan te vinden. Het is een gezoem van duizenden bijen. Ze komen als het ware om dank je wel te zeggen voor de hergeboorte en dankjewel te zeggen voor de honing waar de lindeboom ze allemaal op trakteert: de honing van de lindebloesem. Dagenlang kan een lindeboom zo een groot feest zijn van bijen en vlinders en van meikevers die de jonge blaadjes eten.
Leer dus van de lindeboom. Als je zijn twijgen weer ziet wiegen en als de takken knopjes krijgen, dan breek een andere nieuwe tijd aan, dan is de zomer weer nabij.
Gelovigen, christenen moeten altijd hun ogen openhouden voor de zomer die komt. Je moet niet aan het oude vast roesten, al is het nog zo prachtig. Je mag ook niet blijven steken in wat er nu gebeurt, al is het nog zo rampzalig, ontmoedigend of neerdrukkend. Wat dat betreft is de keuze van Paus Franciscus om juist deze zondag uit te roepen tot ‘Werelddag voor de Armen’ helemaal begrijpelijk: een uitnodiging om concreet vorm te geven aan de woorden, de woorden om te zetten in concrete daden. Want het is toch zo dat wij mensen geschapen zijn om de wereld vooruit te helpen. En met Gods hulp kunnen we dat toch ook. En wat we voorlopig – tot nu toe niet klaarkrijgen – dat laten we over aan Gods almacht. Dat mag ons echter niet weerhouden om datgene wat we zelf voor mogelijk achten, waartoe we zelf in staat zijn, ook op ons te nemen, eraan te werken en ervoor te vechten.
En is het niet zo dat wie te oud is om er daadwerkelijk de schouders onder te zetten, dat hij of zij kan bidden. Want er moet in deze onze wereld ook gebeden worden. Het zicht op de hemel moet toch openblijven. Anders raakt alles onder het stof en loopt veel te veel vast in een aardse welvaart welke wereldwijd naast geluk ook veel slachtoffers maakt.
‘Denk je dat het niet kan?‘ zegt het evangelie. Kijk naar de vijgenboom, kijk naar de lindeboom. Alles leek zolang dood en levenloos. En toch bleek de zomer in aantocht. Marcus zegt: Kijk om je heen, maar verkijk je niet. Te midden van veel negatieve dingen die je doen geloven dat het eind van alles nabij is, te midden van dat alles is ook het nodige positieve. Kleine dingen en haast onopvallende gebeurtenissen die je blij kunnen maken en hoopvol kunnen stemmen. Bij allerlei vervelende dingen die ieder van ons in zijn leven meemaakt, waar anderen je leven dreigen te verpesten, is er ook veel goedheid.
Elkaar oog geven voor het goede, en voor de goedheid die er onder mensen is, is het huiswerk dat Marcus ons vandaag meegeeft. Leer naar elkaar kijken met hoopvolle ogen. Toon op deze ‘Werelddag voor de Armen’ dat gehoord en gezien wordt, dat er hoop is waaraan gewerkt kan en moet worden.
Amen.
Denis Hendrickx o. praem
Abt van Berne

