11 november 2018: 32e Zondag door het jaar
1 Koningen 17,10-16 en marcus12,38-44, B-Jaar
VERKONDIGING
In de afgelopen week mocht ik met een van de medewerksters in onze parochie, werken aan een tekst voor Mooi Meegenomen over de betekenis van het offer. En zo op het eerste oog lijkt het wel of de lezingen van vandaag precies daarover gaan. Met onze westerse bril op, met onze geschiedenis, luisteren wij zó naar dat verhaal.
Lezingen die lijken te gaan over de materiële mogelijkheden van rijk en arm.
In de afgelopen week werd bekendgemaakt dat de arme wijken in ons land er niet goed voorstaan. En ook hier, om ons heen, zie je het gebeuren, de grote voorraad goedkope huurwoningen in Stokhasselt en Vlashof, maken dat steeds meer kwetsbare mensen dicht bij elkaar wonen.
De wijkraden en wijkorganisaties zetten de schouders eronder, om deze situatie te verbeteren. En ik verzeker u dat wij ontzettend trots zijn op al die parochianen, kerkgangers en wijkbewoners van ons, die op een manier die bij hen past, de schouders eronder zetten en het beste wat zij hebben geven, om mensen die het moeilijk hebben een hart onder de riem te steken.
In ons eigen Ronde Tafelhuis zijn zij te vinden, iedere dag opnieuw, mensen die vandaag en volgende week hier in de kerk te vinden zijn, mensen die de handen uit de mouwen steken en zorgen dat de kerk op zondag viert, wat op maandag in praktijk wordt gebracht.
Omdat Gods Woord nu eenmaal gedáán moet worden.
Vandaag twee lezingen die al op veel verschillende manieren zijn uitgelegd en in het verleden soms werd gebruikt om mensen klein te maken en in een hoek te zetten. “Van zo’n lezing krijg ik de kriebels”, zei iemand eens.
De eerste lezing die ons verteld over een weduwe die een gast ontvangt en in het evangelie een alleen achtergebleven vrouw die het laatste geeft wat zij heeft; in krachtige beeldtaal aan ons verteld, je zíet het bijna gebeuren! Niet voor niets wordt in deze verhalen een weduwe ten tonele gevoerd. In de oudheid was het lot van een vrouw van wie de man overleed, de bedelstaf, daar was nauwelijks aan te ontkomen.
Iemand vergeleek deze verhalen eens met een verkiezing van ‘de Gulle gever van het jaar’. En laten we eerlijk zijn, het is nu eenmaal niet anders, fondswerving om grote giften zijn nodig om onze kerk te kunnen onderhouden, om onze pastores en personeel te kunnen betalen.
Als wij ons kerkelijk werk, ons werk voor onze wijk, onze stad, echt van belang vinden, dan moeten wij praten met mensen die ons met grote bedragen kunnen en willen ondersteunen. Uit het oogpunt van die fondswerving is het muntje van de arme weduwe te verwaarlozen.
Maar daar ging het toch niet over vandaag, over geld?
Misschien moeten we die weerbarstige, beeldende teksten maar eens doorploegen, gaan staan in een wereld die ons volslagen vreemd is geworden?
En dan zien wij hoe een alleen gebleven vrouw wacht tot de rijken hun gift hebben gedaan en onder de ogen van Jezus twee muntjes in de offerkist werpt. Twee? Waarom twee? Is zij niet veel te goed van vertrouwen? En wat gek eigenlijk dat Jezus recht tegenover die offerkist gaat zitten?
Ook het eerste boek Koningen vertelt ons over een vrouw die alleen is achtergebleven. De grote profeet Elia, vraagt haar om van haar laatste voorraad iets te eten voor hem te maken. Als zij haar situatie uitlegt, stelt hij zijn vraag opnieuw en zij durft zich in vertrouwen over te geven. Zoals de alleen gebleven vrouw onder de ogen van Jezus haar muntjes in de offerkist werpt.
Het antwoord op de vraag van Jezus hoe dit zo kan gebeuren, is helder: ‘Zij heeft gegeven wat zij tekort kwam, heel haar bezit, heel haar leven’. Waarom springt hij niet naar voren en houdt de vrouw tegen als zij haar 2 laatste munten in de offerkist gooit?
Zou het kunnen dat hij onder de indruk is van de keus die deze vrouw maakt?
Vandaag horen wij de geschiedenis van twee vrije vrouwen die zelf kiezen, zonder dwang. Een mooi teken daarvan is dat beide vrouwen nog een extra duit in het zakje doen. De weduwe die bij Jezus zit, geeft twee munten, terwijl één munt toch genoeg zou kunnen zijn. De weduwe die door Elia wordt aangesproken, geeft alles wat zij in huis heeft, terwijl zij toch best iets had kunnen bewaren.
In de verhalen van vandaag gaat het om vertrouwen, om geloof in dat wat goed is. Niet passief of berustend, maar actief zoekend naar nieuwe kansen en creatieve mogelijkheden, laten de twee weduwen ons zien waar het in de kern om gaat: Ruimte maken voor Gods Woord, God veilig te stellen in een kreunende wereld.
Zo lijkt het erop dat de verhalen die wij vandaag horen, verwijzen naar de toekomst die Jezus tegemoet gaat. Zou Jezus zich herkend hebben in die weduwe die alles wat zij had wilde geven? Duidelijk is dat hij haar niet als slachtoffer ziet, maar oog heeft voor haar kracht.
Jezus staat naast deze vrouw, leeft immers zelf vanuit dit vertrouwen, denk maar aan het verhaal van de broden en de vissen. Als de leerlingen hem daar vragen: Waarvan moeten wij brood kopen? antwoordt Jezus: “Wat hebben jullie zelf?”
Leven in vertrouwen op eigen inzet, inzicht en kracht, op onze bereidheid om met elkaar te delen.
Amen.
Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen

