3 en 4 november 2018: 31e Zondag door het jaar
Deuteronomium 6,2-6 en Marcus 12,28b-34, B-Jaar
VERKONDIGING
Sh’ma Yis-ra-eil, Hoor Israël, onze God, de Heer, is de enige.
Al heel oude woorden. Woorden die binnen het oude geloof 2x daags worden opgezegd. Hoor Israël onze God de Heer is de enige. Heb daarom de Heer lief met hart en ziel en met heel uw verstand en met uw kracht. Zo gaat het verder. Heb de Heer lief met je hart, met je ziel, met je verstand. Dus niet zomaar een beetje, nee, met een volledige overgave. Die God van Israël, onze God. Jezus zegt het als hij ernaar gevraagd wordt. Dit is het voornaamste gebod: Sh’ma Yis-ra-eil. Maar koppelt daaraan direct het volgende gebod: Heb uw naaste lief als uzelf.
Daar zitten wij weer als mensen van de koude grond. Van een ander houden zoals als je ook van jezelf houdt. Kunnen wij dat wel? Hebben wij die ruimte in ons hart om van onszelf te houden, het lijkt bijna iets vies en toch zegt Jezus hier iets over. De 2 geboden zitten aan elkaar. De erkenning van die Enige God en die verplichting om van die ander te houden zoals ik van mij zelf houdt. In ons hoofd is dat geen kunst, dat kunnen wij wel bedenken maar in ons hart?
Afgelopen donderdag en vrijdag, Allerheiligen en Allerzielen. We waren met veel mensen bij elkaar gekomen in de Mariakerk. Nabestaanden van mensen die afgelopen jaar overleden waren. Er werden blikken van herkenning uitgewisseld, even elkaar aanraken, een woord werd snel gesproken. Samen klaar om stil te staan bij die herinneringen van die dag van afscheid. Weer terug op de plek waar we voor het laatst samen waren. Zittend op die koude banken de naam van jouw man / vrouw horend, zittend met je eigen verdriet, dat gevoel van gemis, van leegte. Die tranen van hij komt nooit meer.
En dan branden de kaarsen. Voor elke overledene is een kaars aangestoken. Voor hen die niet genoemd zijn steken wij zelf een kaars aan want Licht moet er zijn. Licht zal er zijn. Die God die roept Sh’ma Yis-ra-eil laat zich zien, laat zich horen. Die God die is niet weg, die is zeer nabij. Hij wil gekend zijn door zijn mensen. Die God van Israël, onze God, die God die van ons houdt zoals wij ook van hem kunnen houden. Een wederkerigheid, geen éénrichtingsverkeer. Zoals wij van onze doden blijven houden, wetende dat ze er niet meer lijfelijk zijn maar toch zo onlosmakelijk met ons verbonden zijn zo is ook onze God. Ogenschijnlijk niet zichtbaar, niet tastbaar maar toch zo aanwezig. Die God die de Liefde als hoogste neerzet. De liefde overstijgt de wet, overstijgt de geboden en verboden, overstijgt het kleine menselijke werk. Hou van een ander zoals je van je zelf houdt. Voel en erken, laat die menselijke grenzen maar los, straal en deel van jouw liefde. Dan is God bij je want onze God is Liefde.
Startend vanuit die liefde is onze God benaderbaar. Ook nu in 2018.
Zittend aan het bed van een stervende voel ik dat deze mens klaar is om de overgang te maken. Een transfer van leven naar dood of een transfer van het tijdelijke naar het eeuwige. Wij mogen loslaten, wij mogen haar laten gaan. Wij mogen vertrouwen op die God die thuis is, die opneemt en zorgt voor eenieder die komt. Zijn zoon ging ons voor, hij heeft ons een weg gewezen. Mozes uit het oude boek liet het ons zien. Een God van liefde, een aanwezige God. Een God waar wij ons aan kunnen toevertrouwen, die is wat hij is. Liefde.
Sh’ma Yis-ra-eil ik zou het willen schreeuwen, willen fluisteren naar iedereen Sh’ma Yis-ra-eil geloof het maar!
Amen.
Jan Claassen, participant Norbertijnen

