Bidden

13 en 14 oktober 2018: 28e Zondag door het jaar

Wijsheid 7,7-11 en Marcus 10,17-30, B-Jaar

VERKONDIGING

Meester, riep de jongen en de leraar keek op van zijn boek. Wat is er Kees. Een worm! riep Kees stralend uit. Een worm!
De onderwijzer stond op, sprak de andere leerlingen aan: stop met werken en luister naar Kees. En Kees riep stralend “een worm, een worm”. Een hels applaus brak los, een worm had Kees gezegd. 3 Jaar lang had Kees maar weinig woorden gesproken en nu het woord worm. Alsof hij de hele van Dale in 1 keer had voorgelezen aan de klas. Iedereen was blij in de klas, onze Kees zei een worm.
Alsof het doorbreken van het niet kunnen spreken door Kees een activiteit was van de hele klas. Iedereen was opgetogen en blij, Kees had gezegd een worm.

Een oude heer was overleden, twee neven hadden zich opgeworpen om de begrafenis te regelen. Er moest een kerkdienst komen want de oom was zijn hele leven kerkelijk geweest. Wat gaan we doen in de kerk vroeg ik?  We geven hem licht en warmte, we moeten een verhaal over hem vertellen. Is er ook muziek die past bij jullie oom? De neven zwegen. In de auto had hij nooit de radio aan, in huis was het eigenlijk altijd stil. Wat voor muziek zouden we nu bij deze oom moeten draaien? Ik ging weg en liet ze achter met de opdracht denk er maar over na, ik hoor het morgen wel. En de neven kwamen met de muziekkeuze die past bij hun oom. Ook in de muziek wilde ze hem recht doen.

Een oude dame is ziek, is bezig de weg te verliezen. Haar vrienden overlegden met haar en samen besloten ze om de ziekenzalving te vragen. Zomaar op een avond midden in de week kwamen wij bij elkaar. In een mooie sfeer hebben wij gebeden, hebben wij haar gezalfd met olie. Hebben we een nieuwe weg opengelegd voor haar. Waren wij allemaal stil om een stralende vrouw.

Zomaar 3 voorbeelden van deze week. Voorbeelden van het leven, voorbeelden van wijsheid. Geen schoolse wijsheid, niet de wijsheid van de universiteit, nee, wijsheid van het leven. Die kennis, die ervaring die je als mens groot kunt maken.

Wat lezen we dit weekend uit het evangelie werd mij gevraagd. Ik zei: dat stuk van die kameel en het oog van de naald. Als jongen heb ik daar veel over naar gedacht. Net zoiets als een naald in de hooiberg vinden. Van die uitspraken waar je alsmaar over na moet denken. Het woord van God was nog niet zo te verstaan, we lieten ons afleiden door mensendingen of door voorbeelden waarvan we eigenlijk wisten dat ze niet konden. Als we goed luisteren naar het verhaal uit Markus gaat het over iets heel anders.

God zegt tegen zijn vrienden laat los, vertrouw op mijn vader. Weet dat het goed is. Er zijn zaken die hebben wij niet in de hand. Hoezeer wij ook knokken, strijden om het geregeld te krijgen, hoe meer wij op afstand komen staan. Laat het los, vertrouw op die ander, vertrouw op onze God. Doe wat wij als mensen kunnen doen. Er zijn! Blijven!
Gewoon een kind van de Vader zijn.

Als wij in dat vertrouwen kunnen leven kunnen wij werkelijk kinderen van die God zijn. Zien wij een stralende vrouw net nadat ze gezalfd is, zien wij neven die de juiste muziek hebben gevonden om de dode oom te eren, zien wij een stralende klas omdat één van hun het woord gesproken heeft.
Geen grote dingen, hele kleine menselijke dingen. Maar wel te verstaan door mensen. Als Godsmensen gaan we dan verder, als broers en zussen vertrouwend op die Goddelijke uitnodiging. Wetend dat de laatste de eerste zullen zin.

Amen.

Jan Claassen, participant Norbertijnen