6 en 7 oktober 2018: 27e Zondag door het jaar
Genesis 2,18-24 en Marcus 10,2-16, B-Jaar
VERKONDIGING
Het lijkt weer of er een absolute waarheid wordt uitgesproken in het oude boek. Zo’n opgeheven vinger, zo’n uitspraak van zo is het en niet anders. Een uitspraak waar de wereld ons dan op aanspreekt. Zó is dus jullie God!
Schepping, het maken van Man en Vrouw, het instellen van de verbintenis tussen mensen. Ogenschijnlijk geschreven met een opgeheven vinger. Alsof het zo is!
En daar zitten we dan weer als kleine mensen. Moet ik alles letterlijk nemen wat daar geschreven staat? Hoe doe ik dat met mijn homoseksuele zoon, hoe doe ik het met mijn gescheiden dochter. Hoe doe ik het?
Moet de deur dicht in kerk en samenleving? Kan ik mijn hart niet geopend houden voor mijn kind? Ben ik zo’n slecht mens?
God zij dank geeft onze God daar antwoord op. Maak je maar klein, wees als een kind en je kunt thuiskomen. Onze God sloot een verbond met zijn volk. Werd vele malen teleurgesteld door zijn volk, in de hoek gezet, vervangen door een Gouden rund. En elke keer opnieuw blijft hij staan. Die God van mensen. Bleef hij in verbondenheid. Hield de wacht. Zijn liefde voor het volk Gods is onvoorwaardelijk.
En dat is wat het oude boek ons wil vertellen. God maakt de mens. Een man, een vrouw. Hij schenkt mensen aan elkaar. Als mensen in liefde met elkaar verbonden zijn is God in hun midden.
Wij hoeven zelf geen God te zijn, ons mens zijn is voldoende. Onze God laat ons zien hoe wij goede mensen kunnen zijn. Blaaskaken, zij die de waarheid hebben, machthebbers op hun tronen, zij die denken dat ze God zijn, kunnen blijven staan op hun plaats. Hoeven even niets. Moeilijk voor ze maar toch.
Jezus geeft aan dat de kinderen tot hem kunnen komen en leert zijn volgelingen dat wanneer je niet bent als een kind je het Koninkrijk niet zult binnen gaan. Dan weten wij wat we moeten doen. Wij mensen, mannen en vrouwen van deze tijd. We zouden kunnen buigen. Buigen voor het leven. Buigen voor hen die ons het leven gegeven hebben. Buigen voor die ander die ons wil zien als een goede mens. Buigen voor die God. Die groter is dan wij kunnen denken. Buigen.
Een handeling die we nog maar zelden verrichten, jezelf klein maken, jezelf overgeven aan iets, aan iemand. Je overgeven aan dat waar wij geen andere woorden voor hebben dan het woord God.
In deze tijd lijkt het woord God wel een vreemd woord geworden te zijn. Een leeg woord is het bijna geworden. Iets van ons ouderen en je dan daar aan overgeven? Je moet niet goed wijs zijn.
En toch durf ik te zeggen dat wij, Godsmensen, zinnige mensen zijn. Mensen van hier en nu. Mensen die midden in het leven staan. Die kennis hebben van verdriet en pijn. Mensen die weten dat het leven niet gaat zoals het beschreven staat. Dat wij, dat onze kinderen, dat onze kleinkinderen goede mensen zijn en proberen in Liefde te leven. En dat dat niet altijd zonder slag en stoot gaat.
Onze God weet dat, Hij is trouw aan zijn volk. Hij is trouw aan ons. Hij weet dat het leven geleefd moet worden, dat er zwarte randen zijn, dat wij steeds opnieuw moeten zoeken naar de liefde.
Daarom wees een echt kind van God, open je hart, straal naar de ander. Laat iedere mens in zijn waarde zoals God ons in waarde laat. Wees als een kind. Met grote ogen en uitgespreide armen. Met vertrouwen in die ander.
Amen.
Jan Claassen, participant Norbertijnen

