22 en 23 september 2018: 25e Zondag door het jaar
Wijsheid 2,12.17-20 en Marcus 9,30-37, B-Jaar
VERKONDIGING
Over kinderen heeft Jezus het vandaag en hij zet iedereen op zijn plaats. Hij neemt een kind en slaat er, beschermend, de arm omheen. Dit allemaal als antwoord op een ruzie onder de leerlingen, over de vraag wie de grootste, wie de belangrijkste mag zijn.
Meesterlijk is het dat Jezus het voor een kind opneemt om onze kwetsbaarheid en tegelijk onze diepe verlangens naar erkenning zichtbaar te maken.
Wij mensen immers, zijn steeds op zoek naar bevestiging, willen belangrijk gevonden worden, willen weten waar wij staan en wie wij zijn, hoe anderen ons willen zien en of wij wel voldoende erkend worden.
Jezus biedt ons een richting aan.
Kijk naar een kind, laat je raken door de kwetsbaarheid van een kind. In mijn eigen leven spelen kinderen weer een belangrijke rol, kleinkinderen werden geboren en Goddank mag ik ze allemaal regelmatig zien en omhelzen.
Dat is een groot goed en tegelijk ben je je er enorm van bewust, dat niet alleen een kind kwetsbaar is, maar dat wij allemaal kwetsbaar zijn als het gaat om het welzijn van zo’n kind.
Als mijn kleinzoon een arm om mij heen slaat en in mijn oor fluistert dat ik de liefste oma van de wereld ben, dan is dat een heerlijk moment op een dag! En de kleine man wil natuurlijk horen dat hij voor mij het allerliefste mannetje is.
Daar begint het al … zo jong, zo puur, willen wij allemaal van belang zijn voor elkaar.
Jezus trekt in zijn leven op met gewone mensen, met u en met mij.
Zijn woorden zijn geen oude woorden, maar woorden voor vandaag en morgen, woorden die ons tot leidraad zijn.
Als wij hier op zondag rond de doopvont staan en teksten lezen over de belofte van het leven voor een piepklein kindje, dan wens je dat kind al het goede toe in het leven.
Wij zegenen de zintuigen en bidden dat dit kind
goede dingen in het leven mag zien,
goede dingen mag horen,
goede woorden mag spreken.
Dat zijn of haar voetjes de juiste weg door het leven gaan, dat die kleine handjes gebaren van liefde de wereld in mogen zenden, dat God zelf zich over dit leven zal ontfermen.
Goede dingen, goede wensen en wat komt het hard aan als een kind getroffen wordt door onheil en ellende. Deze week werden we op verschillende manieren in het hard geraakt, opnieuw hoorden we hoe ook in onze kerk, jarenlang misbruik en ellende is toegebracht aan kinderen, hoe steeds opnieuw aanklachten werden weggestopt en mensen verder konden met die misdaden tegen kinderen, kwetsbaar als zij zijn.
Van die verhalen worden we intens verdrietig.
En al weten wij heel goed dat seksueel misbruik en geweld tegen kinderen overal voorkomt en misschien nog wel het meest in gezinnen. Het raakt zo diep als het in de kerk gebeurt. In onze kerken houden we elkaar voor dat Gods liefde mensen vrij maakt en tot leven brengt.
Hoe kan het dan zijn dat juist hier kinderen worden gebruikt en vernederd?
Dat doet pijn en raakt ons diep.
Wie denk je wel dat je bent, zegt Jezus, als jij jezelf groter wilt maken dan een kind?
Kwetsbaar zijn wij in onze kinderen.
Deze week is ieder van ons diep geraakt bij het bericht van een tragisch ongeval in Oss.
Zomaar, op weg naar school, komen vier kleine kinderen om het leven, de begeleidster en nog een kind zijn zwaar gewond.
Gezinnen zijn voorgoed gebroken, kapot.
Begeleiders, ooms en tantes, vrienden en familie verslagen.
Daar staat ons hart, onze verstand en onze ziel bij stil.
We zijn tot in het diepst van onze ziel geraakt.
Kinderen horen in het midden te staan, zij wijzen ons immers de weg, een kind laat ons zien hoe de toekomst eruit moet zien, hoe Gods liefde eruit moet zien.
Als er met onze kinderen iets vreselijk misgaat, dan zijn wij geraakt, geraakt tot op het bot.
Jezus neemt het op voor kinderen, zet hen in het midden en laat ons zien dat een kind ons kan leren hoe wij er voor elkaar kunnen zijn, niet onszelf belangrijker maken dan de ander, maar kwetsbaar en bescheiden durven zijn …
Laten wij even stil zijn en bidden voor alle kinderen op onze wereld.
Amen.
Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen.

