15 en 16 september 2018: 24e Zondag door het jaar. Vredesweek
Jesaja 50,5-9a en Marcus 8,27-35, B-Jaar
VERKONDIGING
Identiteit
Wie ben ik, wie ben jij?
Wij mensen geven daar soms heel veel geld aan uit om antwoord te krijgen op deze vraag. Wie ben ik en wie ben jij? Wie die ander is kunnen wij meestal wel goed benoemen. Het is niet zo moeilijk om dat over een ander te zeggen. Dat zien we meestal heel scherp, denken we.
Hij is warm, hij is lief, met haar kun je goed praten, zij is een mensenmens. Maar Hij, vreselijk, onaardig man, wat een etter. Zij, ik zou bijna zeggen dat het een heks was. Een oordeel over een ander, zo snel gezegd door ons mensen maar o, zo moeilijk om de verkeerde woorden weer weg te nemen. Ze gaan een eigen leven leiden. Onze digitale wereld is daar een voorbeeld van. Eén verkeerde foto op het internet en je hebt er nog vele jaren last van. Eén onaardige Whats-app en een Brugman is niet voldoende.
Maar wie ben ik? Voor ons mensen een vraag die het leven meegaat. Telkens schillen wij de appel opnieuw. Verwijderen wij de beurse plekken, de gerimpelde schil zodat hij weer glad en gaaf is, bijna als nieuw. Wij werden geboren als “gave” kinderen, zonder rimpels zonder scheuren zonder bruine plekken. Soms wel met een beperking maar toch waren wij gave kinderen. Zo bijzonder dat er vaak uitgeroepen wordt: “dit kind is een Godswonder”. Jij, ja jij mag er zijn. En harten gaan open en stromen van liefde komen op gang. Een nieuwe ouder is geboren, hij, zij nemen de zorg op zich, zij willen er voor altijd zijn. Zoals God er voor ons wil zijn. Als een Vader Moeder voor zijn, haar kinderen. Onvoorwaardelijk er zijn. Altijd bereidt om te bewegen naar dat kind. Ook als dat kind een vreemde stap maakt die ogenschijnlijk niet te begrijpen is. Altijd bewegen.
Maar wie ben ik lijkt voor Jezus geen vraag. Hij lijkt een mens te zijn die gevuld is met een boodschap, met een goddelijke boodschap. Hij kan vertellen van zijn opdracht, kan vertellen van zijn Vader, kan vertellen van een toekomst. Het nieuwe Jerusalem, de wereld van vrede en gerechtigheid. De wereld van gelijkheid, de plaats waar wij allen welkom zijn, waar niemand meer vluchteling of zoeker is, waar wij allen thuis zijn. Waar wie ben ik niet meer de vraag zal zijn.
Durven wij de uitdaging aan? Durven wij te vertrouwen op die God van het oude verbond. Die God die zegt “Ik zal er zijn” die God die zoals in psalm 106 staat:” Hij dacht weer aan zijn verbond met hen” en maakte weer de beweging naar hen toe. Zoals een ouder dat maakt naar zijn of haar kind. Steeds opnieuw.
Durven wij te luisteren naar Jezus?
Hij die zegt: “Ik ben”. Er is geen twijfel, Hij is!
Die Jezus die zijn leerlingen toespreekt, oproept, uitdaagt om mee te gaan, om te zijn. Niet zomaar, maar vol van hart, vol van overgave, vol van vertrouwen. De appel hoeft niet gaaf te zijn, rimpels en bruine plekken zijn toegestaan, de butsen van het leven zijn onlosmakelijk met ons verbonden. Ze mogen er zijn, zij maken wie we zijn. Zij zijn het kruis wat wij moeten dragen in ons leven. Want met pijn en verdriet gaan wij door het leven. Moeten wij elke dag een nieuwe stap zetten. En het is Jezus die ons oproept om het te dragen en het mee te nemen. Die ons oproept om de weg te gaan om te vertrouwen op die Vader Moeder God van mensen. Die God die altijd voor ons thuis is.
Durven wij dat?
Zijn wij Godsmens genoeg om dit te doen, zijn wij Godsmens genoeg om te vertrouwen?
Het thema van de Vredesweek zoals die dit weekend is begonnen helpt ons er mee: “Generaties voor vrede”.
Generaties die opgestaan zijn voor de vrede, opgestaan voor een ander, opgestaan en hebben gesproken. Met of zonder woorden.
Generaties die handen hebben uitgestoken naar elkaar.
Samen, in Gods naam, kunnen we het.
Kunnen wij zeggen “ik ben” en als ik er ben, ben jij er ook.
Samen kunnen wij gaan voor die vrede, voor dat nieuwe Jerusalem.
Voor die wereld die God ons gegeven heeft.
Amen.
Jan Claassen, participant Norbertijnen

