9 september 2018: 23e Zondag door het jaar / Ziekenzondag
Jesaja 35,4-7a en Marcus 7,31-37, B-Jaar
VERKONDIGING
Verhalen over ziekte, verteld door mensen die ziek zijn en mensen die voor hen moeten zorgen. Het zijn heel verschillende verhalen, ieder mens doorleeft een ziekteperiode op een eigen manier.
Soms hoor je mensen vertellen hoe een ernstige ziekte als een sluipmoordenaar hun leven binnensloop.
Tot familie en vrienden beginnen aan te dringen om maar eens naar de dokter te gaan. En daar zit dan vaak een diepe angst, een zieke voelt vaak haarfijn aan hoe je in een mallemolen van loketten en medisch specialisten terecht kunt komen. Ziekte en ziek zijn. Het kan het leven overnemen, niet alleen van de zieke zelf, maar ook van alle mensen die om hen heen staan. Verder met de wetenschap dat je ziek bent en dat je verder zult moeten.
Ziekte en ziek zijn. De een praat er voluit over, de ander kruipt stil in een hoekje weg. Soms probeert iemand het voorzichtig, opent een luikje en wil vertellen wat hem of haar is overkomen. Een ingrijpende gebeurtenis en je hoopt dan maar dat er iemand is die naar je wil luisteren. Het kan moeilijk zijn om die stap te zetten.
Hoe vaak gebeurt het immers niet dat je meteen wordt overschreeuwd door je gesprekspartner die ook wil vertellen hoe een zus, een neef, een buurvrouw of collega dat ook hebben meegemaakt.
Mensen die zo vol zitten van het eigen ‘ik’ dat zij niet in staat zijn om echt te luisteren. Je zwijgt dan maar wat stil, bewaart jouw ervaring voor jezelf en kruipt terug in je eigen stulp.
Praten en luisteren, soms zitten onze zintuigen helemaal verstopt. De lezingen van vandaag gaan daarover, over verstopte zintuigen. Jezus probeert stap voor stap de waarheid te laten doordringen tot zijn vrienden. In de Mensenzoon laat God op indringende wijze zien hoe de weg naar het volle leven, maar ook de uiteindelijke weg die wij zullen gaan, er uit kan zien. Jezus was een man van woorden en van daden, alles wat onderdrukt wordt, wat klein gehouden wordt, ieder mens mag en kan meedoen.
Dan zal de hemel opengaan!
Jezus kent die tekst van Jesaja en hoe vaak zingen wij het lied niet dat naar die tekst is gemaakt:
De steppe zal bloeien, het water zal stromen, de rotsen gaan open!
Wat dorstig is en naar water snakt zal worden tot vruchtbare grond. Die droge steppen, die snakt naar nieuw leven, zo kan het er ook in ons leven uitzien immers.
Je moet het maar kunnen, durven geloven!
Daarvoor is het van belang dat wij onze oren open durven zetten op te luisteren en onze stem laten horen om te spreken.
Als hier een kindje wordt gedoopt dan zegenen wij de zintuigen, zalven de oren en de mond en spreken daarbij de wens uit dat God het kindje zal helpen om goede dingen te horen in het leven en te kunnen luisteren naar de verhalen van de mens naast je.
We zegenen het mondje van zo’n kindje en wensen het toe dat het woorden van liefde zal spreken, die andere mensen goed doen, beschermen en troosten.
Horen en spreken, het zijn eigen schappen die ons tot mens maken. Jezus woorden tegen de doofstomme man die wij vandaag horen, zijn daarom uiterst prikkelend: Effata ga open!
Een bevrijdend woord kan klinken, in de dagen van toen waren zieken aan de rand van de samenleving geplaatst, weggestopt vaak en aan hun lot overgelaten. Economisch niet bruikbaar, lastig voor de omgeving, niet aantrekkelijk en misschien ook wel besmettelijk.
Jezus raakt hen aan en spreekt hen moed in.
Zet hen als het ware open. Een echte ontmoeting, vol van geloof, maakt dat mensen er weer bij durven horen, opengaan, verder kunnen en stem krijgen.
Effata ga open! Opdat wij met die mentaliteit verder gaan en mensen zijn die het goed hebben met elkaar.
Amen.
Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen

