Bidden

16 en 17 juni 2018: 11e Zondag door het jaar

Ezechiël 17,22-24 en Marcus 4,26-34, B-Jaar

VERKONDIGING

Vandaag een lezing over zaad, over nieuw leven. Hoe je een verse tak uit een boom kunt halen en plaatsen in volle grond. Hoe je het kleinste zaad kunt zaaien en dat daar een grote plant uit komt groeien.
Verhalen van ons geloof. Echt oude verhalen. Ik had nog nooit een mosterdzaadje gezien, wist alleen dat het klein was. Verhalen die ons vertellen dat wij kunnen vertrouwen op het proces. Het proces van nieuw leven, het proces van groei. Het zit opgesloten in het zaad. Geef het grond en het zal groeien.

Geduld lijkt dan wel het toverwoord. Kinderen stoppen zaadjes in potjes, geven het water en zetten ze op een warme vensterbank in de zon. Kunnen uren kijken of er al iets zichtbaar is. Doet hij het wel? Wanneer komt hij boven de grond. Niets kun je dan doen, er is aarde er is water en is warmte. Wachten op de natuur en dan, breekt de aarde open. Een klein puntje is zichtbaar, een steeltje komt omhoog uit de zwarte aarde en de eerste blaadjes gaan open. Nieuw leven. Wij zijn allen als een kind zo blij, ‘t is gelukt.

Dat rotsvast vertrouwen in de natuur, het komt, het is goed. Dat is wat Jezus zijn leerlingen wil meegeven. Als je het goede zaad zaait komt het goed. Hij vertelde over zijn vader, hij sprak over het kleine. Hij sprak over het delen. Hij sprak over nieuw leven. Hij sprak over vertrouwen. Het komt goed, God heeft met ons een verbond. Het verbond van God met mensen. Als wij zorg dragen voor een goede bodem zal God zorg dragen voor de interne groei. Hebben wij als mensen dat geduld, kunnen wij wachten op de groei van onze God. Of moet het NU. Moet direct. Ik vraag jij geeft, Ik stel jij levert. Niets morgen of overmorgen, Nu vandaag!

Soms moeilijk voor ons mensen van vandaag. Geduld, kijken naar het proces, goede grond, water en wat warmte. Vertrouwen hebben op wat is.

Wij ouders, vaders en moeders, staan soms aan de zijlijn. Het zaad is gezaaid, de groei is ingezet. De aarde klopt, voldoende water en wat warmte. Ze moeten groeien die kinderen en wij vaders en moeders kijken mee. Zorgen voor dat wat nodig is, maken de grond los, houden de omgeving schaduw vrij, zorgen voor de juiste voedingstoffen. En moeten vertrouwen.

Soms zo moeilijk want dan kijken we naar ons eigen leven. Hebben wij goede grond gehad? Was er water voldoende? Hebben wij genoeg zon gekregen? Kregen wij de ruimte om te groeien?
Of zat ik op een boot, heb ik een oorlog moeten meemaken, kreeg ik veel klappen of was mijn vader nooit thuis. Dan is groeien toch iets anders. Dan is het proces niet ongestoord. Dan ontstaan en vreemde scheuten op de stam van het leven.

Hoe geef ik dan het leven weer door?

Vaderdag 2018. Fijn, een dag voor mannen om gekend te zijn. Niet zozeer als biologische vaders maar meer als vaders die de grond los houden, als vaders die weten waar het water stroomt, als mannen die warmte uitstralen.
Want dan kun je als kind groeien, dan kun je als kind een mens worden. Dan weet je dat jij er mag zijn.

Zaad, een stekje, nieuw leven. In potentie alles aanwezig. Met vertrouwen en goede zorg kunnen uitgroeien naar een nieuwe bron van leven. Zo wil ook onze God zijn. Een ouder die het leven ondersteunt. Aan ons om het te nemen, want dan kunnen wij uitgroeien tot een groot Godsmens.

Amen.

Jan Claassen, participant Norbertijnen