28 mei 2018: Uitvaart Wim Manders, Mariakerk Tilburg
Augustinus, De dood is niets en Lucas 24,13-34
VERKONDIGING
Medebroeders, medezusters, familie van Wim en u allen die gekomen bent om dit moment van afscheid kracht bij te zetten. Als een dierbare sterft, staat de tijd stil. Een bereikte gevorderde leeftijd doet het misschien wat gemakkelijker begrijpen, maar elk afscheid doet pijn. Als iemand van wie je houdt en die mee je leven tot hiertoe heeft bepaald, raakt dat je hart.
We mochten zojuist in de eerste lezing woorden van afscheid, gericht aan een vriend, beluisteren. Woorden van de regelvader van ook ons Norbertijnen. Met de stichter van onze orde – Norbertus – was Augustinus dierbaar en voortdurend inspirerend voor Wim.
Lucas vertelt ons vandaag het verhaal van twee leerlingen die na de dood van Jezus ontgoocheld op weg gaan naar huis, naar Emmaüs. De twee zijn vol van Jezus, kapot van wat er gebeurd is, hun hoofd is een warboel. Je kunt ze als het ware zien gaan op weg naar huis: zwijgend op weg naar hun oude bestaan. Maar hun hart is vol herinneringen. En waar het hart vol van is … Dan beginnen ze te vertellen, herinneringen op te halen. Ze raken zo aan het vertellen en aan het ophalen van herinneringen dat het is alsof Jezus met hen meeloopt. Hij stelt hen vragen. Maar ze herkennen hem niet. Het verhaal vertelt ons verder hoe de twee leerlingen de vreemdeling uitnodigden om de avond en nacht bij hen te blijven. En dan, samen aan tafel, dan gaan hun ogen open.
Kerk wordt geboren vanuit levende herinneringen. Dat was toen zo en is nu nog steeds zo. Kerk wordt telkens geboren vanuit herinnering, en nooit, nu niet en toen niet, vanuit een blauwdruk, vanuit een organisatie. Kerk wordt geboren vanuit verlangen, vanuit een droom.
De beide lezingen van dit bijzondere uur houden ons mensen voor die hun twijfel uitspreken en hun vertrouwen en geloof openhartig delen.
En dat etiket zouden we denk ik ook nadrukkelijk kunnen plakken op het leven en werken van Wim. Hij toonde zich een voorstander om te verhalen van twijfels en geloven en niet van telkens maar weer gelijk willen halen. Waar zo’n twijfelend geloven gebeurt, zo hield hij voortdurend voor, daar wordt kerk geboren.
Uitgerekend Pinksteren waren zijn laatste dagen in ons midden. Hij realiseerde zich dat en tussen de tranen door vanwege zijn laatste uren in ons midden gloorde telkens zijn beeld van kerk zijn: een kerkgemeenschap vol bruisend leven, een kerk waar plaats is voor jong en oud, vrouw en man, voor alle mensen. Een kerk waar de geest waait waar hij wil. Pinksteren als een ommezwaai, een storm een laaiend vuur. Wim was er de man naar die blij was met de verworvenheden van het Tweede Vaticaans Concilie en in Paus Franciscus en onze Bossche bisschop Gerard de Korte veel van zijn gedachten en gevoelens verwoord voelde.
Dat had hij zo gemist bij enkele voorgangers van deze inspirerende paus en deze huidige meer toegankelijke diocesane bisschop. Hij verzette zich tegen de gedachte alsof geloven alleen zou zijn voor een stel ingewijden die het allemaal heel erg goed begrijpen. Of alsof het om een streng hanteren van nauwkeurig vastgestelde regels en wetten zou gaan. Daarin miste hij immers een houding van barmhartigheid en zachtmoedigheid. Van tijd tot tijd gaf hij dan ook blijk van zijn grote ergernis en nam hij duidelijk afstand van kerkelijke hardliners die erg hameren op liturgische en morele zuiverheid van de kerk.
De dorpsjongen uit Dinther, geboren en getogen onder de rook van de abdij van Berne in Heeswijk verruilde in de zestiger jaren van de vorige eeuw het rustige platteland voor het levendiger geheel van de stad. Met studenten die aan de wieg stonden van de Theologische faculteit bouwde hij aan de kerk van morgen.
En eind zestiger jaren vertrok hij naar dit noordelijke stadsdeel om er leiding te geven aan de opbouw van de plaatselijke geloofsgemeenschap. Wim werd geen pastoor, maar leider van een team dat in de loop der tijd uitgroeide tot een werk- en gedeeltelijk ook leefgemeenschap: mannen en vrouwen, daartoe opgeleid, gewijd en ongewijd, maar vooral toegewijd, die samen verantwoordelijk waren voor de dienst van de leiding en begeleiding van de geloofsgemeenschap. Geen hiërarchisch onderscheid maar passende collegialiteit.
Samen met de enkele dagen geleden overleden oud vicaris Toon Ooms zorgde hij er voor dat de eerste pastorale werker in het Bossche bisdom in Heikant – Quirijnstok kon worden benoemd.
Zo bouwde hij aan het samenleven van dit noordelijke stadsdeel, waar woningen in een ras tempo uit de grond werden gestampt. De beslotenheid van de oude Heikant werd opengelegd: oud en nieuw wisten elkaar te vinden. In Wim’s visie moesten grenzen verlegd worden: een gezamenlijk optrekken van de christelijke kerken stond bij hem voorop. Hij was een warm pleitbezorger van oecumene in de praktijk van het dagelijkse leven. Hij hield van grensoverschrijdende contacten als partnerparochies, als norbertijnen gemeenschappen, als zichtbare en voelbare tekenen van onderlinge betrokkenheid en solidariteit.
En toen Tilburg-Noord steeds veelkleuriger werd en een smeltkroes van bewoners van allerlei nationaliteiten verdedigde hij met verve de opvang. Hij beriep zich op de kernwaarden van ons christen-zijn, zoals verwoord in de werken van barmhartigheid. Zo verdedigde hij de vestiging van een AZC binnen de parochiegrenzen, zo stimuleerde hij het Ronde Tafelhuis als plek van interreligieuze ontmoeting en zo werd hij een noeste vereerder van de Tilburgse Icoon Peerke Donders. Hij noemde hem niet voor niets de patroon van de multiculturele samenleving.
Jarenlang was hij de inspirerend leider van de Norbertijnen gemeenschap van De Schans. Hij geloofde tot op het laatste moment van zijn leven in de kleine leefgemeenschap met een familiale structuur van leven, waar gastvrijheid hoog in het vaandel stond. Als een ordesvrouw of ordesman uit het buitenland De Schans aandeed, zorgde Wim ervoor dat zijn of haar nationale vlag hing te wapperen als teken van verbondenheid en warm welkom. Dat ideaal van leef- en werkgemeenschap maakte hem tot een ware ambassadeur van de orde.
Hij bleef op de hoogte van wat er wereldwijd leefde in zijn Norbertijnse familie. Hij realiseerde zich dat de Tilburgse Norbertijnse toekomst er minder rooskleurig uitzag, dat deed hem pijn en tijdens een van mijn laatste gesprekjes met hem liet hij dat met tranen in zijn ogen blijken.
Vanaf 18 april verbleef hij in het Twee stedenziekenhuis. Daar werd al snel duidelijk dat zijn leven onder ons de laatste dagen waren ingegaan. Heel bewust heeft hij van velen afscheid genomen, heel persoonlijk sprak hij hen aan en legde hij getuigenis af van zijn nieuwe leven bij de Heer. Dankbaar voor al datgene wat hem gegeven was, dankbaar voor zijn vele gelukkige jaren als norbertijn van De Schans in wat geworden was zijn stad Tilburg.
Ons rest een dankbaarheid aan hem: voor zijn kracht en zijn voortdurend jeugdig enthousiasme, voor zijn warme gevoel van welkom in de kerk, voor zijn doorleefde menselijkheid. In Wim hebben we echt een herder verloren.
Een goede traditie van Berne doet bij bijzondere gelegenheden een eigen lied zingen. Toen Wim op 14 mei het sacrament van de zieken ontving vroeg hij dat bijzondere lied te zingen. Een lied van geloof in eeuwige toekomst: ‘vivat in aeternum’.
Amen.
Denis Hendrickx o. praem
Abt van Berne

