21 mei 2018: Tweede Pinksterdag
Handelingen van de Apostelen 19,1b-6a en Johannes 14,15-17, B-Jaar
VERKONDIGING
Tot dit jaar zouden wij op deze dag stil gestaan hebben bij de verschijning van de Geest. Ruach, wind / geest daalt neer over de mensen, over de leerlingen. Ze worden vervuld en kunnen weer met hun hart spreken. De wereld kan ze verstaan.
Maar deze 2de Pinksterdag is anders! Wij hebben te maken met een Pauselijke beslissing en een decreet van de congregatie voor de Goddelijke Eredienst en de regeling van de Sacramenten.
Op 11 februari van dit jaar is beslist dat wij op deze dag, 2de Pinksterdag, voortaan de verplichte gedachtenis van de Heilige Maagd Maria, Moeder van de Kerk moeten vieren. En zoals de Kerk is schrijft ze ons voor wat wij wel en wat wij niet moeten doen. Dus vandaag is het voorschrift geen Gloria en geen geloofsbelijdenis. Tis maar dat u het weet.
Maria, als Heilige maagd, als moeder van Jezus, als moeder van de kerk, als leerling, als vrouw van Jozef, als kind van haar ouders.
Maria, als Sterre der Zee, als de vrouw van Scherpenheuvel, Kevelaer en Lourdes.
Maria als de vrouw van het Wees Gegroet.
Maria als onze eigen Maria van de Hasselt.
En dan een uitspraak van de Paus en een echt decreet: Tweede Pinksterdag is de voortaan de dag van Maria. Heilige Maagd Maria, Moeder van de Kerk.
In de eerste lezing van vandaag horen wij hoe de leerlingen samen kwamen in de bovenzaal en gingen bidden. Maria was één van hen.
In de Evangelielezing van vandaag stond Maria aan het kruis van haar zoon. Was getuige van zijn lijden, was getuige van zijn dood. Moet daar gestaan hebben met een hoofd, met een lijf vol tranen en dan zegt haar zoon. “Vrouw: zie uw zoon” en tegen Johannes zegt Hij: “Zie uw moeder”.
Jezus doorbreekt de rouw en behoudt het leven. Maria al bevestigd als leerling wordt nu moeder van de leerlingen en daarmee Moeder van ons, wij kinderen van die ene God.
Groots, bijzonder, wat heerlijk dat deze Paus dit besluit heeft genomen. Maria een definitieve plek gegeven in dit mannenbolwerk wat wij onze kerk noemen.
Natuurlijk doen wij als kerk iets met vrouwen. Goede en slechte dingen. Goed om dan een Paus te horen die stelling neemt, die fouten maakt, deze fouten benoemd en dan zichzelf herstelt. Die gaat staan voor vrouwen – kinderen – mannen die misbruikt zijn, mensen die levenslang een beschadiging hebben door dienaren van die heilige Kerk.
Maria als leerling, een volwaardig lid van de groep van eerste volgelingen. Ook zij was bevestigd door de Heilige Geest en verkondigde het woord. Geen ongelijkheid tussen mannen en vrouwen, geen verschil in hiërarchie, geen tweede keus. Maria was volwaardig en wij, mensen van de kerk, weten dat maar al te goed. Al eeuwen bouwen wij kleine kapelletjes, maken wij mooie beelden, zingen oude liedjes voor Maria. Gaan op reis om haar te ontmoeten, zieken moeten in Lourdes zijn geweest en waar zou onze bedevaart zijn als wij niet op een zondag in Mei en route gingen.
In al die eeuwen die achter ons liggen hebben wij wel veel ingeleverd als we kijken naar de rol van Maria, naar de rol van de vrouw binnen de kerk. Van gelijkwaardige, van verkondiger, van diaken. Is de rol van de vrouw in onze officiële kerk nog steeds van ondergeschikt belang. Het is geen man … dus … geen plek, geen benoeming, geen ambt. Nooit bij de clerus.
Vreemd als Maria wel gevuld werd door de Heilige Geest en uit gezonden werd.
Misschien dat onze Paus, als hij de tijd van leven heeft, daar ook nog een uitspraak over kan doen. Een kerk met mensen, een kerk met voorgangers waarbij het geslacht niet meer bepalend is. Een kerk waar gelijkwaardigheid iets vanzelfsprekend is.
De leer van de kerk leert ons dat de Geest nooit kan falen, dat is ook zo. Dan moeten wij inzien dat wij, de mensen, de falende factor zijn. Dan moeten wij onze fouten in zien en herstellen.
Tweede Pinksterdag 2018, Maria en Geest, mooier kunnen wij het niet krijgen.
Amen.
Jan Claassen, participant Norbertijnen

