Bidden

11 maart 2018: 4e Zondag van de Veertigdagentijd

2 Kronieken 36,14-16.19-23 en Johannes 3,14-21

VERKONDIGING

Iedere Veertigdagentijd zijn ze er weer, beelden die ons wel heel letterlijk confronteren met het lijden en de kruisdood van Jezus. Ook al weten wij heel goed dat de kruisdood een afgrijselijke, onmenselijke dood is, wij nuchtere Nederlanders kunnen daar eigenlijk niet zo goed tegen. Wij gruwelen bij een film als The Passion waarin het lichaam van Jezus langzaam verandert in een bloedende vleesmassa. Wij gruwelen bij beelden waarin mensen in Zuid-Amerika zich laten afranselen in de Veertigdagentijd of zelfs aan het kruis laten nagelen.

De kruisen die in onze huizen hangen tonen vaak een serene Jezus. Zij laten niet veel zien van de manier waarop Jezus en anderen die de kruisdood stierven, geleden moeten hebben.

Vandaag in de evangelielezing vertelt Johannes ons hoe Jezus ons mee terugneemt naar de woestijn. Hij doet dat met het verhaal van Mozes die een afschuwwekkende slang opneemt en omhoog steekt als teken van overwinning.
Zo werd de slang de esculaap, symbool van artsen en medische levensredders.
Zo kan ook het opzien naar het kruisbeeld ons kracht geven onszelf en de wereld te verbeteren. Opzien naar het kruis helpt ons aanvoelen dat Jezus ons niet alleen in het lijden is voorgegaan, maar ook naast diegenen die lijden staat.

Heel voorzichtig soms kunnen we dan hopen, dat na het kruis het Licht weer gloort.
Licht dat ons aanstoot in de morgen …

Want wat ons ook wordt voorgehouden, wereldwijd is er veel vooruitgang geboekt. Meer kinderen dan ooit gaan naar school, er is minder armoede, er zijn minder mensen die honger hebben.
Maar de armoede, de honger, het lijden zijn zeker nog niet uitgebannen.
Er is nog veel te doen. Er is nog altijd armoede en er vluchten nog veel te veel mensen voor oorlog en geweld. Nog altijd dragen mensen het kruis van ziekte, van psychisch lijden, van huiselijk geweld. Nog altijd zijn er bankdirecties die zichzelf verrijken met miljoenen. Daar willen wij onze ogen toch niet voor sluiten. Ieder mens, waar en hoe dan ook geboren, mag rekenen op waardigheid die ons door God gegeven is.
Uit het donker naar het licht, dat geldt voor álle mensen op deze wereld.

Vanuit dat geloof dat God met ons gaat, vertrouwen wij erop dat lijden en kruisdood niet het laatste woord hebben. God houdt zich aan zijn belofte dat Hij een God van levenden is, dat Hij een God van liefde is.
Dat weten geeft een nog veel diepere betekenis en hoop, niet alleen aan onze eigen moeilijke situaties en hoe we daarmee omgaan, maar ook aan onze inzet voor meer rechtvaardigheid en duurzaamheid op deze wereld. Tegen alle duistere krachten van deze wereld in.

Want duistere krachten zijn er natuurlijk ook in onze wereld. Maar meer dan dat zijn al die lichtpuntjes te zien. Immers, meer dan dat mensen tot het slechte geneigd zijn, schiep God mensen die het goede opzoeken.
Onze wereld kent daar talloze verhalen over. Verhalen die wij elkaar en onze kinderen moeten blijven vertellen, zo zei Jan Terlouw het in een interview in het Brabants Dagblad gisteren.

Ze zijn er, die verhalen; van mensen die in deze vastentijd of zelfs het hele jaar een stapje terug willen doen en zich inzetten voor een dorp in India.
Verhalen van mensen die anderen begeleiden bij het leren van de Nederlandse taal.
Verhalen van mensen die ervoor kiezen om hun geld onder te brengen bij een bank waar mensenrechten en duurzaamheid voorop staan.
Verhalen van mensen die zieken bezoeken en zo laten zien dat wij naar elkaar omzien.

Ook al wil het nieuws ons iets anders vertellen, zo verandert onze wereld steeds meer ten goede. Er is al veel gebeurd en het is goed om elkaar daar verhalen over te blijven vertellen.

We hoorden zo’n verhaal in de Eerste lezing vandaag, een tekst uit het boek Kronieken, Ketoebim is de naam in het Hebreeuws, en het betekent zoiets als ‘Woord der eeuwen’. Woorden voor de eeuwen, verhalen ook nog voor ons vandaag.
De schrijvers vertellen ons hoe gruweldaden van vorsten elkaar opvolgen. Zij lijken te schrijven over oude tijden en dingen die voorbij zijn, over mensen van lang geleden. Verder lezend ontdek je dat het verhalen zijn die gaan over toekomst! Steeds opnieuw wordt met bouwstenen uit het verleden een nieuw bestaan opgebouwd.
Zo wijzen zij vooruit naar een glorievolle en troostrijke toekomst.

Ook als parochie zoeken wij in deze maanden naar toekomst, naar nieuwe wegen. En wij danken en bidden om mensen die trouw zijn aan onze gemeenschap en bereid zijn om mee te doen, de schouders eronder te zetten.
Dankbaar mogen wij zijn voor vrijwilligers en bestuurders in onze parochie, die verkennen wat mogelijk en onmogelijk is om met elkaar de goede keus te maken.

Onze onlangs overleden oud-abt Ton Baeten gaf als titel aan een van zijn boeken: Geloven in het visioen. Het is precies dat visioen dat ons uitdaagt om te doen wat ons te doen staat. Door alle onzekerheid heen, beukt het Licht om bij ons binnen te komen.

Deze Veertigdagentijd vraagt van ons om bezinning op de toekomst, in solidariteit met elkaar en alle mensen die een kruis dragen. En tegelijkertijd altijd voor ogen te houden dat het Licht in onze wereld zal binnendringen.

We gaan verder op weg naar Pasen, want het licht gloort!
Amen.

Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen