21 januari 2018: 3e Zondag door het jaar
Jona 3,1-5.10 en Marcus 1,14-20, B-jaar
VERKONDIGING
Ik denk dat ik weinig tegengesproken word als ik stel dat het helemaal bij ons mens-zijn hoort om van tijd tot tijd eens nadrukkelijk stil te staan bij het leven, om eens terug te kijken. En dat geldt volgens mij voor nagenoeg alle leeftijden. Bij zo’n terugblik komt het nogal eens voor dat personen – mannen of vrouwen – in herinnering worden geroepen, die belangrijk zijn of waren op de weg die je gegaan bent. Als je zo terugkijkt op wat er allemaal gebeurd is, kom je tot de ontdekking dat je waarschijnlijk niet geweest zou zijn wie je bent als je niet hem of haar had ontmoet, hem of haar had gevolgd, hem of haar als belangrijk voor jou had ervaren.
Kortom, ik denk dat we allemaal wel van die herinneringen en ervaringen hebben waarbij heel concrete personen naar boven komen die ons zo hebben aangesproken, die ons leven lang zijn bijgebleven, die belangrijk voor mij zijn geworden.
We mochten zojuist woorden horen zoals Marcus die heeft opgeschreven. Met die woorden doet hij zijn best om ons te laten zien hoe goed het is geweest voor de leerlingen wat Jezus allemaal gezegd en gedaan heeft. Dat heeft hen op weg geholpen en dat kan ook ons nu op weg helpen. Marcus vertelt verhalen op grond van ervaringen van mensen. Het blijken allemaal verhalen te zijn waarin Jezus naar voren wordt gebracht als hij mensen aanspoort om de verschillende verhalen als het ware gewoon hun werk te laten doen.
Het gaat zeker niet om verhalen waar dwang een belangrijke rol speelt en het gaat al zeker niet om verhalen waar straf als sanctie rust. Het blijken vooral uitnodigingen te zijn om met Jezus een weg te gaan. Het gaat daarbij zeker niet om Jezus zelf. Daar zit hij niet op te wachten. Jezus zet als het ware lijnen uit en brengt ons in verbinding met de weg van God. Daarom worden wezenlijke dingen gezegd over het leven, daarom wordt het ook zichtbaar gemaakt in wat gedaan wordt.
Iemand volgen, je intensief en heel uitdrukkelijk met iemand bezighouden, het gaat nogal eens een keer gepaard met de nodige aarzelingen en twijfels. Wie of wat je ook navolgt, het vraagt er telkens weer om de nodige keuzes te maken. Je ontkomt er niet aan om allerlei hobbels en drempels te nemen, anders is het maar lastig om enigszins vooruit te komen. Soms zul je ervaren dat een ontmoeting bij een eerste confrontatie veel indruk op je maakt. Je wordt zo in vuur en vlam gezet dat je er helemaal door in beslag lijkt te worden genomen. En daarna … ja … het besef groeit dat het veel van je vraagt om deze mens te volgen.
Jona – de man van de eerste lezing van vandaag – is daar volgens mij een prachtig voorbeeld van. Hij wordt geraakt en geroepen om naar Ninive te gaan. Maar hij schrikt ervoor terug en gaat op de vlucht. Jona laat ons zien dat hij worstelt met de gevolgen van het volgen van de weg. En het verhaal laat ons weten dat hij al zwervend dan toch opnieuw geraakt en geroepen wordt. En dat brengt hem dan verder op de oorspronkelijke weg.
Zo gaat het ook met de leerlingen van Jezus die hem volgen, maar zeker pas later echt zijn gaan beseffen wat het van hen allemaal zou gaan vragen. Wanneer Jezus de vissers aanspreekt heeft het er veel van weg dat zij voor altijd alles wat hen bindt in de steek laten: hun familie, hun boten en vissersnetten. Jezus blijkt op hen zo’n enorme indruk gemaakt te hebben dat ze direct achter hem aangaan en het zal later wel blijken wat dat allemaal zal betekenen en welke gevolgen zo’n ommekeer allemaal met zich mee zou brengen.
Met die schrift woorden van Jona en Marcus worden ook wij uitgedaagd om los te laten en nieuwe wegen in te slaan. Je mag zuinig zijn op het verleden, maar het gaat erom vooral mensen te zijn die vertrouwen hebben in en werken aan de toekomst. Ervaringen uit het verleden – hoe groot of klein ook – laten ons dat toch ook zien. Als we een en ander betrekken op de speciale week van de eenheid dan zouden we misschien – na het afgelopen jaar waar we 500 jaar reformatie herdachten – mogen stellen dat het herstel van de eenheid, de reformatie van vandaag is. Scheidslijnen niet meer zo scherp trekken, met elkaar in gesprek gaan en blijven.
En vooral ook: met elkaar optrekken in dagelijks leven als geloofsgemeenschap.
Zo is het mogelijk om van harte met Jezus in zee te gaan en op de plaats waar je altijd hebt gewoond en gewerkt, een mensenvisser te zijn. En dan en daar komt het eropaan: Als je alleen denkt aan eigen brood op de plank, zul je nooit een mensenvisser worden. Degenen die alleen maar hengelen naar eigen geluk en eigen belang, maken er een zootje van, bouwen aan Ninive waarover Jona ons vertelt.
Marcus zet daar een tegenover naast: mensenvisser zijn, mensen niet uit elkaar jagen, niet tegen elkaar opzetten, maar verzamelen, bijeenbrengen en bijeenhouden. Geroepen worden door architect en bouwheer Jezus om bouwer te worden en te zijn aan het rijk van God. Jezus wil dat we mensen opvissen die dreigen te ontsporen of die wegdrijven van de gemeenschap. Jezus wil mensen van ons maken die zijn stem horen, er gevolg aan geven en leven zoals Hij ons heeft voorgeleefd. Gods rijk is niet ver weg, het is hier en nu.
Denis Hendrickx o.praem
Abt van Berne

