Bidden

14 januari 2018: 2e Zondag door het jaar / Peerke Donders

1 Samuel 3,3b-10.19 en Johannes 1,35-42, B-Jaar

VERKONDIGING

Velen hadden de kerstspullen al direct na 1 januari opgeruimd, maar in de afgelopen dagen is het echt gebeurd: na het feest van Driekoningen zijn de dozen weer gevuld, de beeldjes in krantenpapier keurig opgeborgen tot het einde van dit jaar. Het dagelijks leven heeft weer helemaal zijn oude ritme gekregen. De wereld draait door, we roepen weer wat we allemaal denken en dat kan dan leiden tot felle discussies zoals de afgelopen dagen nota bene over ons eigen Peerke Donders, wiens sterfdag we op 14 januari vieren. Waarschijnlijk is daarom heel bewust in deze dagen voor de aanval op Peerke gekozen.

Toen ik de lezingen van dit weekend doorlas, ben ik wat stil blijven staan bij de namen die ik tegenkwam. Samuel, Eli, Johannes, Jezus, Andreas, Simon: deze laatste krijgt dan de nieuwe naam Kefas = Petrus.
Ik ben stil blijven staan bij het doodgewone feit dat wij allemaal een naam hebben. Heel gewoon en toch iets kostbaars zo denk ik en ik heb de indruk dat velen dat met me eens zijn. Door je naam ben je iemand, ben je mens. Net of je naam een stuk is van je persoonlijkheid. Het is dan ook met grote zorg dat ouders voor hun komende baby een naam kiezen. Want die gaat het hele leven mee. Met die naam ben je bekend, met die naam wordt je aangesproken en geroepen.

Ik was hierover een beetje aan het mijmeren bij het doorlezen van de beide schriftlezingen van deze dag. Samuel ligt te slapen, maar tot vier keer toe wordt hij uit zijn slaap geroepen bij zijn naam. En blijkbaar door God zelf. Ook God kent mensen bij hun naam. Ook in de tweede lezing van vandaag gaat het over geroepen worden en bij naam kennen. Jezus kent de mensen die Hem komen spreken: Andreas en Simon. Op een andere plaats in het evangelie kun je lezen dat Jezus zijn schapen bij name kent. Als een goede herder. En ergens bij de profeet Jesaja kun je vernemen dat onze namen staan geschreven in de palm van Gods hand. Beelden, om aan te laten voelen dat je voor hem geen onbekende bent, maar een mens met persoonlijke trekken.

Concrete personen worden vandaag in het evangelie geroepen tot eerste leerlingen van Jezus. Geroepen worden, een roeping hebben De jonge Samuel, en Andreas en Simon, voelen dat God in hun nabijheid is en hen meetrekt. Samuel begrijpt het eerst niet. De priester Eli opent hem de ogen.  Hij laat hem naar binnen kijken om daar ruimte te maken voor Gods woord. Andreas was eigenlijk een leerling van Johannes de Doper, iemand die predikte dat God korte metten zou maken met het kwaad, maar Andreas gaat weg van Johannes. Hij voelt zich aangetrokken tot de weg die Jezus voorstaat.

Heel vaak denken we in dit verband enkel en alleen maar aan religieus leven of het priesterschap. Als mensen spreken over roeping, dan gaat het gauw over hoge idealen. Er hangt een geur van heiligheid omheen. Jammer alsof niet iedereen door God geroepen wordt om in zijn dienst te staan en zich daar ook metterdaad in te begeven. Iedereen wordt door God aangekeken en geroepen. Matteüs bedoelt volgens mij met zijn verhaal over de roeping van de eerste leerlingen niet anders, dan juist aan de lezers, aan ons dus, ja aan alle mensen te verkondigen dat zij allemaal geroepen zijn om hem te volgen en om dat ook aan anderen te laten zien.

De twee leerlingen die bij Johannes waren, hadden niet veel uitleg nodig. Ze gingen meteen achter Jezus aan. Ze wilden er meer van weten want ook zij liepen met een groot ongenoegen rond met al dat geweld en al die achterdocht welke zij in hun dagen ondervonden. Als Jezus een lam is, dan moet op de plek waar hij woont vrede en veiligheid zijn. Dat roept het beeld van een lammetje toch direct op. Zij en wij zien een wereld vol geweld en ruzie en waarschijnlijk uitgerekend daarom zijn ze zo nieuwsgierig hoe Jezus naar de wereld en de mensen kijkt. Ze vragen wat is dat eigenlijk: ‘Lam Gods’, waar is uw verblijf? Hoe ziet het er thuis bij u uit?

Stellen zij niet uw en onze vragen: Waar is de verblijfplaats van de vrede, waar woont de geweldloosheid, hoe ziet de wereld, hoe zien jij en ik eruit zonder geweld? Ga maar mee, kom maar kijken. Ze gaan mee, maar wat ze te zien krijgen staat niet in het evangelie. Was het een gewoon huis, die verblijfplaats, een hut in het bos, een kartonnen doos onder het viaduct, een opvanghuis voor vluchtelingen of de eetkamer van een verzorgingstehuis. We zullen het niet weten, maar het lijkt er op, dat overal waar Jezus gaat of staat, zijn verblijfplaats is.

De verblijfplaats van de onschuld, van de weerloosheid; de verblijfplaats van ons verlangen naar ontmoetingen zonder geweld, waar is die? Als mensen ons ernaar zouden vragen, waar nemen wij ze dan mee naar toe?

Ik zei het u al: we vieren dit weekend Peerke. In de afgelopen dagen is er veel te doen geweest rond zijn persoon met als aanleiding de verbeelding van hem. Wat zou het toch goed zijn als er meer gekeken werd naar de achtergrond, naar het doen en laten van de persoon in kwestie. Peerke heeft zijn roeping verstaan om eigen huis en haard te verlaten en het voorbeeld van Jezus te volgen in woord en daad. Daarin is hij zo bijzonder geworden, daarvoor is hij uitgebeeld om in herinnering te blijven. Het gevaar is groot dat halve tot hele waarheden worden verklaard. En daarmee wordt geen recht gedaan. Het echte verhaal is veel meer dan een buitenkant, het echte verhaal van je leven laat zien wie je bent en was en daar kan geen beeld aan tippen.
Amen.

Denis Hendrickx o. praem
Abt van Berne