31 december 2017: Feest van de H. Familie
Genesis 15,1-6;21,1-3 en Lucas 2, 22.39-40, B-Jaar
VERKONDIGING
Goede zusters en broeders,
De laatste dag van het jaar. We staan hier tegenover een familie waar een week geleden een zoon is geboren. We keken er naar, we zongen er over. Wellicht heeft het ons goed gedaan of misschien zelfs ontroerd. Gaan we met dat gezin het nieuwe jaar in? Laten we ons er door inspireren. Laten we ons door Hem gezeggen. Want vandaag is het nog oudjaar.
Oudjaar. Vaak wordt het uitgebeeld als een oud manneke met een zeis. Met hem loopt het af, is het voorbij, dood, af, amen uit!!
En het nieuwe jaar loopt als een fris kind de toekomst in. Maar vandaag nog oudjaar, het oude manneke!
Ik mag voorgaan op deze laatste dag. Een oude man, 86 jaar, minder mobiel. En toch wil ik graag iets vertellen. Er zijn zoveel dingen, waarvan ik nu zeg: had ik het maar eerder geweten, had ik het maar eerder geprobeerd, had ik maar eerder liefgehad. Ik denk aan Sint Augustinus die uitroept: Wat erg dat ik U, God, zo laat heb liefgehad. Ik herken dat gevoel.
Twee ervaringen maak ik mee als oudere. Ervaringen, die ik eigenlijk wel eerder had willen hebben. Daarom vertel ik ze U, misschien hebt U er iets aan.
Al enkele jaren heb ik nu de gewoonte bescheiden naar de toekomst te kijken. Je ziet uit naar iets, een feest, een verjaardag of een belangrijke opdracht. En als je het bereikt hebt geeft dat de moed om een nieuw oriëntatiepunt te hebben, waarnaar je uitziet, weer opnieuw.
Vroeger had ik dat niet. Toen vond ik alles vanzelfsprekend. Toen dacht ik dat er nooit een eind zou komen aan iets. Maar ik moet eerlijk zeggen, dat ik nu veel bewuster leef en dat geeft vaak een rijk gevoel, een dankbaar gevoel.
Een tweede ervaring is: Ofschoon in mijn leven als religieuze veel tijd in beslag werd genomen voor het officiële gebed, nu ik oud ben geworden is er veel meer ruimte voor stil, persoonlijk gebed. Ik doe dat graag, kan het heel trouw opbrengen en geeft mij ook een goed gevoel. Wat jammer dat ik dat niet eerder heb toegelaten!
Deze twee ervaringen broeders en zusters, ik had ze eerder in mijn leven willen hebben.
-Iedere nieuwe dag die je krijgt, je aanvaardt die in grote dankbaarheid.
-En het tweede. Zomaar bidden, bijna als een kind, tot God en met eerbied voor zijn heiligen.
Danken voor het leven, voor alles wat je krijgt. Zomaar buurten met onze lieve Heer, als met een goede vader. Wat jammer dat ik er niet eerder aan ben begonnen.
Oudjaar. In heel Oost-Europa heet deze dag: Silvester-avond. De laatste dag, de laatste avond is van Sint Silvester. En deze mens is al zo lang dood. Hij stierf als paus van Rome in het jaar 335 (dat is 1683 jaar geleden). Het was ten tijde van keizer Constantijn, die het Christendom maakte tot staatsgodsdienst, maar die ook zelf een beetje paus wilde spelen. Daarom liet hij Silvester maar kerken bouwen, zoals de St. Jan van Lateranen.
Hij geldt dan ook als patroon van metselaars, timmerlui, eerlijke vakmensen. Onze samenleving heeft er behoefte aan. Ze zouden belangrijker moeten zijn dan bankiers. En volgens de legende hield Silvester van beesten. Hij zou misschien voor de partij van de dieren kiezen.
In ieder geval roept de heilige van de laatste dag van het jaar ons op om eerbied, grote eerbied te hebben voor Gods schepping, om onze lieve aarde niet kapot te maken maar goed te beheren.
Als oudje probeer ik Silvester serieus te nemen. Aan de hand van Silvester danken en bidden en dansen voor het gezin van de stal.
Maar er is ook nog veel tijd voor andere dingen.
Amen.
Wim Manders o.praem

