Bidden

24 december 2017: 4e Zondag van de Advent

2 Samuel 7,1-5.8b-11.16 en Lucas 1,26-38, B-Jaar

VERKONDIGING

In de afgelopen week hoorde ik een jonge vader, zijn kinderen het kerstverhaal vertellen. Hij wees naar de engel en vertelde dat dit een goed nieuwsbrenger is en vol aandacht luisterden de kinderen naar het verhaal dat volgde.
Vandaag hoorden ook wij opnieuw dat verhaal waarin een jonge vrouw uit een gewoon dorp, ongehuwd nog wel, wordt bezocht door een engel en de engel vertelt haar dat zij de Zoon van God zal baren.

“Het is toch een belachelijk verhaal, een verzinsel van de grootste orde”, zo hoorde ik deze week een harde roeper op televisie verkondigen. “Hou toch op”, riep de man, “je denkt toch niet echt dat Maria zwanger werd van de Heilige Geest.”

Stil luister je dan naar zulke woorden en realiseer je je dat voor sommige mensen alleen dat wat met de ratio kan worden aangetoond kan worden ervaren als waarheid en onwaarheid. Het begin van de zoektocht naar betekenis is dan wel heel ver weg …

Het verhaal van vandaag heeft niets te maken met biologie en wetenschap maar alles met het verlangen om te geloven dat God een God van mensen is. Een jonge vrouw, Maria is haar naam, wordt aangeraakt en láát zich raken, door een engel die haar vertelt dat de Zoon van God in haar zal wonen.

Maar waar is God dan, vragen wij ons vaak af … heeft God een plek, en waar is dat dan?
Sommigen zeggen: God is een mythe, een verzinsel, God bestaat niet, kijk maar eens om je heen in de wereld!
En dan zijn er nog al die anderen, die het anders aanvoelen: “Ik vind God in de natuur, in bomen en beken”. Iemand anders zei, kort na het overlijden van haar vader: “toen mijn vader nog maar net was overleden lag ik even op de bank en plotseling bewoog het gordijn, heel zachtjes. Ik wist dat hij veilig was thuisgekomen in het eeuwige licht”.

Zelf ken ik ook wel van die ervaringen. De intense verwondering en blijdschap na de geboorte van een kleinkind, kwetsbaar en pril krijg je dat nieuwe leventje in handen. Een klein kindje vol van leven, alles erop en eraan, alles wat er over het menselijk leven te zeggen is, ligt nog als een geheim verscholen in dat kindje.

Straks dopen we in deze kerk de kleine Elija en dan spreken we die vragen ook uit: Welk geluk, vreugde, welke pijn ga jij op jouw levensweg vinden? Wie zal jij zijn voor de mensen om je heen? Waar zul jij je handen voor vouwen, je hoofd voor buigen? Zal God een plaats krijgen in jouw leven?

Maar wat moeten wij met al die prachtige ervaringen als je hoort van opnieuw zoveel doden bij een modderstroom in de Filipijnen, als een meisje van 12 hier om de hoek onder een zandauto terecht komt, als de moeder van nog jonge kinderen bericht krijgt dat kanker in haar lichaam is.
Waar blijf je dan God, met je engelen?
God woont overal … maar waarom dan toch ook niet hier!

Heel verschillende ervaringen die mensen kunnen opdoen en misschien is juist daarom het verhaal zo indringend van God die zich niet wil laten vangen in een paleis van cederhout, zoals Koning David zich dat voorstelt.

Nee, laat God de profeet Natan dromen: Ik heb mijn volk een plaats gewezen om te wonen, heb hen bevrijd van druk en ellende, nieuw uitzicht gegeven.
En David wil mij vastleggen in een stenen gebouw?
God wil wonen in de schoot van die jonge vrouw Maria en slaat zijn tenten op tussen de mensen, daar wil hij thuis zijn!
En Maria? Zij geeft zich niet meteen over, maar stelt zich open om aangeraakt te worden door God zelf.

Daarmee is het evangelie van vandaag ver weg van historische werkelijkheid, maar een geloofsverhaal, een weg ten leven.

Geloven is je durven laten aanraken door het wonder dat leven is, door Gods engelen, goed nieuwsbrengers en krachtbronnen, te vinden in de mensen om ons heen.
Amen.

Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen