5 november 2017: 31e Zondag door het jaar
Maleachi 1,14b–2,2b.8-10 en Matteüs 23,1-12, A-jaar
VERKONDIGING
Wat een week hebben wij weer achter de rug. Een zieke vriend in het hospice, een aanslag in New York, een lieve man die mij omhelst nadat hij eerst boos op mij was, Allerheiligen – Allerzielen en 500 jaar geleden stellingen op een kerkdeur geslagen.
Luther, iemand uit onze Augustijner familie, die 500 jaar geleden de wereld op zijn kop zet. Die schrijft over de misstanden in de kerk, die zegt dat het zo niet langer kan, die zegt dat hij het anders gaat doen!
De wereld juicht, de wereld was geschokt. Mensen gingen met hem mee, de oude kerk schreeuwde moord en brand, een splitsing was daar. De Protestant was geboren. De mens die in protest was. In protest tegen het geld van de kerk, in protest tegen het mensenwerk in de kerk.
Zouden wij hem vandaag de dag nu ook verliezen en vogelvrij verklaren?
Allerheiligen en Allerzielen, dit jaar dezelfde opzet als de voorafgaande jaren en toch was het anders. Een vriend, een collega, een medebroeder zo ziek. Een fakkel plaatsen bij iemand zo dichtbij. Nieuwe ervaringen, brengen je dichter bij de dood, doen Allerheiligen – Allerzielen weer anders zijn.
De aanslag in New York, de verscheidenheid in Catalonië, de onrust in Syrië, een president 11 minuten zonder twitteraccount. Allemaal nieuws van deze week. Rutte III, alsof het de naam van een zeilboot is. Een nieuw kabinet van grote mannen en vrouwen die het gaan doen.
En dan het evangelie van vandaag. Jezus pakt weer eens goed uit. Als zoon van een timmerman had hij het zo op een paal kunnen spijkeren. Hij leert ze weer een les. Ze? Wie is ze? De Farizeeën, de Schriftgeleerden maar ook zijn eigen leerlingen zijn ze! Maar dan gaat Jezus specifiek verder tegen zijn leerlingen. Jullie!! Alsof hij ze een draai om de oren geeft.
Jullie; laat je GEEN rabbi noemen want er is maar één meester,
Jullie: laat je GEEN vader zijn want er is maar één vader
Jullie: laat je GEEN leraar genoemd worden want er is maar één leraar.
Dan zegt Jezus de mooiste zin van dit Evangelie verhaal:
”De belangrijkste onder jullie zal jullie dienaar zijn”
De opdracht voor het leven, de opdracht voor toen en voor nu. De belangrijkste onder jullie zal jullie dienaar zijn.
Oftewel hij wilde dienaar zijn voor zijn leerlingen!
Hoe is dat voor ons, ordinaire mensen. Gewoon mensen zoals u en ik. Kunnen wij dienaar zijn? Kunnen wij die opdracht aannemen? Kunnen wij buigen voor het leven en zeggen ik ben er!
Houden wij onze hoogmoed binnen de perken?
Mag die ander gelijk zijn aan mij? Ben ik gelijk aan die ander?
Wij, moderne mensen, hebben volgens mij daar veel last van. Alles moet en het moet nu. En doen wij dan ook wat wij zelf zeggen? Of zijn onze woorden mooi en onze daden wat minder? Hoe politiek gevoelig zijn wij? Wegen wij onze woorden of spreken wij vrijuit en doen wij wat wij zeggen.
Jarenlang hebben wij als kerk de moraal een gezicht gegeven. Wisten wij wat goed en kwaad was, wat te doen en wat te laten. Konden zelfs antwoord geven voor onze Heer. En dan blijkt dat onze woorden niet over een kwamen met onze daden. Jongens en meisjes, mannen en vrouwen zijn gekwetst door ons toedoen. Zijn beschadigd soms levenslang omdat wij, mensen van de kerk, het beter wisten en de macht bezatten. En niet deden wat de Heer ons voorhield, dienaar zijn voor de ander.
Op de vooravond van Pasen knielde Jezus, waste de voeten van leerlingen, droogde ze zodat ze aan tafel konden. Hij die voorbestemd was, de verlosser, de zoon van de nieuwe koning boog voor de ander om er te zijn.
Kunnen wij dat als mensen? Kan ik dat thuis in familieverband? Kan ik dit bij vrienden? Kan ik dit op mijn werk? Dienstbaar zijn dus geen slaafs gedrag, nee klaarstaan voor de ander, de bereidheid hebben om te geven, om te delen.
Om te zijn als een gelijke, om te zijn als een vriend, om te zijn als een kind van God.
Amen.
Jan Claassen, geassocieerd lid Norbertijnse Gemeenschap Tilburg

