24 september 2017: Oecumenische viering
Jona 3,10.4,11 en Matteüs 20,1-16a, A-jaar
Geliefde mensen van Christus,
Eén van de favoriete bijbel verhalen van onze kinderen is het verhaal van Jona. En dan niet eens zozeer om die vis, maar om het gedeelte wat we zojuist gelezen hebben Toen de kinderen kleiner waren lazen we uit de Kijkbijbel van Kees de Kort.
Daarin staat een plaat van een door en door nijdige Jona. Hij heeft een vuurroodhoofd van kwaadheid.
Onze kinderen vonden dat een mooie plaat. Zo’n boze Jona, daar konden ze zich alles bij voorstellen. De mensen in Ninevé waren zondig, ze hadden het niet goed gedaan. Gelogen, gestolen, bedrogen, waarschijnlijk. God had gezegd dat hij ze ging straffen. Maar dan ziet God dat de mensen spijt hebben van hun fouten, en Hij besluit de stad niet te straffen. En Jona wordt boos! Ontzettend nijdig. Onze kinderen konden zich de boosheid van Jona heel goed voorstellen.
Gods goedheid is groter dan zijn rechtvaardigheid.
En dat maakt Jona door en door nijdig.
Onze kinderen konden Jona heel goed begrijpen, en wij misschien ook wel?
Het verhaal van de werkers in de wijngaard raakt hetzelfde thema. De landheer spreekt een loon af met de dagloners. Het is een redelijk loon. De werkers van het eerste uur zijn tevreden, tot het moment dat ze zien dat de werkers van het laatste uur, die veel minder uren hebben gewerkt, hetzelfde krijgen. Opeens vinden ze hun loon te weinig. Het is niet eerlijk!
God is rechtvaardig, God is goed.
Gods goedheid is groter dan zijn rechtvaardigheid.
En dan is voor de goede mensen niet altijd gemakkelijk te begrijpen, laat staan dat je daar oprecht blij en dankbaar om zou kunnen zijn.
Voorbeelden uit ons dagelijks leven zijn er vele.
– Geef een kind een cadeautje en het kind is blij. Geef vijf kinderen tegelijk een cadeautje en ze kijken eerst naar het cadeau van een ander. Vaak willen ze dan liever het cadeau van de ander.
– Twee zussen, de één woont bij moeder in de buurt. Gaat drie keer in de week bij moeder langs, doet boodschapjes en gaat met moeder naar de kapper en de huisarts. Nee, ze hoeft niks als dank, ze doet het graag.
De andere zus woont op afstand, zij komt eens per maand op zondagmiddag koffie drinken bij moeder. Moeder vindt dit zo leuk dat ze een gebakje bij de koffie haalt.
Is de eerste zus toch boos, als ik kom is er nooit gebak …
– Een leraar in het basisonderwijs. Haalt voldoening uit zijn werk. Is tevreden met het salaris. Tot dat iemand vraagt: waarom verdienen leraren in het voortgezet onderwijs meer?
– Een jong stel staat al lange tijd op een wachtlijst voor een goedkope huurwoning, ze werken en sparen voor hun uitzet. Zijn daar opeens allemaal vluchtelingen die zomaar een huis en een uitkering krijgen.
Waarom ben je boos? Omdat ik goed doe?
God is rechtvaardig, God is goed!
God doet Jona niets tekort, wanneer hij de mensen en dieren in Ninevé een tweede kans geeft. Sterker nog: Jona had zelf eerder in het verhaal ook al een tweede kans gekregen. Hij was immers van de verdrinkingsdood gered?
God doet Jona niets tekort, en toch is hij nijdig, door en door nijdig.
God doet de werkers van het eerste uur niets te kort door hen die later erbij kwamen hetzelfde uit te betalen. De uitbetaling gaan niet ten koste van de eersten, zij ontvangen volgens afspraak en genoeg om van te leven. De werkers van het eerste uur voelen zich met terugwerkende kracht echter wel tekort gedaan.
Dat roept de vraag op naar de gunfactor in onze samenleving. Kun je dankbaar zijn met wat je hebt, zonder naar een ander te kijken?
Kun je een ander het zijne gunnen zonder dit langs de meetlat van je eigenbelang te leggen?
Wat is eigenlijk eerlijk? en wat is goed?
Het thema van de vredesweek is: de kracht van verbeelding. Het is een oefening.
Probeer je eens in de ander te verplaatsen en je te verbeelden hoe het leven voor die ander is.
Probeer je eens los te maken van jouw leven, jouw verhaal, jouw overtuigingen. Hoe is het eigenlijk voor die ander? Als het goed is, geeft dit een nieuw perspectief. Nieuwe beelden en ideeën krijgen de ruimte.
Dit opent een weg om samen te zoeken naar wat je bindt met anderen in plaats van verdeelt. Dat geeft hoop en ruimte. Dat kan in het klein, in de familiekring, of kring van collega’s, dat kan groter, in de straat, in de wijk.
Kun je je een samenleving voorstellen waar plaats is voor iedereen. Waar iedereen genoeg heeft om te leven.
Waar we oprecht blij zijn en God van harte kunnen loven omdat de laatsten de eersten mogen zijn?
Kunnen wij, om te beginnen, als kerk zo’n plek van verbeelding zijn?
Amen.
ds. Ruth Jellema, Protestantse Gemeente te Tilburg en omstreken

