Bidden

3 september 2017: 22e Zondag door het jaar

Jeremia 20,7-9 en Matteüs 16,21-27, A-Jaar

VERKONDIGING

Steeds vaker hoor je het zeggen: ‘Wat gaat de tijd toch snel’. Maanden hebben we zo toegeleefd naar de zomer, naar de vakantie, er even tussen uit, zalig nietsdoen misschien wel. En, alsof de duvel er mee speelt, het is al weer voorbij. Terug in het gareel, in de alledaagse werkelijkheid, de gang der dingen herneemt zijn loop.

Ergens naar uitzien schept vaak vreugde – zoals een vakantieperiode – maar zo gaat het zeker niet altijd want verwachtingsvol uitzien kent ook een andere kant. Heel veel mensen maken zich al tijden zorgen of het wel allemaal zal lukken, of de samenleving niet vastloopt, of onze van computers afhankelijke maatschappij wel blijft bestaan en kan blijven doordraaien. We gaan zelfs extra mensen opleiden om ons te beschermen tegen aanvallen die zo’n heel systeem in de war zouden kunnen brengen.

Eigenlijk horen we het niet zo graag dat we niet alles in de hand hebben. Met ons vernuft, met onze uitvindingen besturen we de wereld, het heelal, hemel en aarde. Hoezo kan het misgaan? Laat ons toch met rust, zo lijken we te zeggen. Er kan ons toch eigenlijk niets gebeuren. We zijn hier toch allemaal bij elkaar met gelijkgestemden. We weten wat we aan elkaar hebben. Wij moeten het toch allemaal kunnen regisseren.

En dan … angstaanjagende beelden bij de nieuwsmedia van de afgelopen dagen. Kolkende watermassa’s in het zuiden van Amerika, in India en Pakistan. Met betraande ogen sla je dat leed op verre plekken van deze wereld gade. Telkens raak je ook onder de indruk van uitgestoken handen die mensen redden uit kolkende massa’s en ondergelopen huizen. Er zit zeker iets in de mens dat zich verzet tegen de dood, ook tegen de dood van anderen.

Ook van Jezus weten we dat hij zich met hand en tand verzette tegen de dood. In de bijbel zijn daar verschillende voorbeelden van gegeven. Doden die weer tot leven worden gewekt. Maar zo zullen we na het horen van de schrift woorden van vandaag zeggen, als Jezus zo tegen de dood en voor het leven is, hoe kan Hij dan in Godsnaam zeggen: Wie zijn leven wil redden zal het verliezen? Zoiets kan toch niet. Dat druist toch in tegen al wat menselijk is. Als je zo’n opmerkingen hoort dan komen die over als een donderslag bij heldere hemel. Je wordt er helemaal mee op het verkeerde pad gezet.
Die arme Petrus wil Jezus tegenhouden en hem de doorgang naar Jeruzalem blokkeren. Maar Jezus laat zich ook nu weer niet tegenhouden. Hij zet zijn pelgrimstocht voort: als mens wil hij ten volle leven in deze wereld maar dan steeds gericht blijven op gerechtigheid, vrede, liefde en solidariteit onder mensen. Hij laat zich door niets of niemand van die weg naar leven afbrengen. En daar – zo blijkt – had Petrus de grootste moeite mee.

En dan komt die uitdagende vraag heel dicht bij ons. Hoe staat het eigenlijk met ons: met u en met mij. Durven U en ik iets van ons leven te laten om anderen een beetje meer leven te geven. Hoe reageren wij eigenlijk op al die schijnbaar alledaagse dingen.

Zijn wij teleurgesteld als onze kinderen of kleinkinderen zich anders ontwikkelen dan wij hadden gedroomd. Hoe denken wij erover als zij andere relatievormen kiezen, als de inrichting van werken en leven nogal verschilt met de eigen geschiedenis en ervaring?
Zo maar een enkele gedachte welke bij mij opkwam toen ik stilstond bij de schrift woorden van vandaag en probeerde wat gedachten te ordenen. Dingen waarbij van ons gevraagd wordt een stukje van ons eigen leven in te leveren om anderen te doen opleven.

Aardverschuivingen, enorme wateroverlast we zien het gebeuren: daar kunnen we niet veel aan doen. Spontane hulp om levens te redden en voor eerste noodopvang te zorgen, daar zal het bij dat soort calamiteiten wel nooit aan ontbreken. Maar ook op minder sensationele momenten van ons alledaagse leven kunnen we levens en anderen redden. Door een beetje van onze tijd en aandacht te schenken een hen wie het in het leven niet zo meezit. Daar – in Jezus naam – een beetje van ons eigen leven te verliezen. En we zullen daar zelf uiteindelijk nog baat bij hebben ook. ‘Wie zijn leven verliest om mij’, zegt Jezus, ‘Hij zal het vinden’.

Denis Hendrickx o.praem
Abt van Berne