Bidden

19 maart 2017: 3e Zondag van de Vasten

Exodus 17,3-7 en Johannes 4,5-42, A-Jaar

VERKONDIGING

Vandaag wordt ons oog opnieuw getrokken naar het hongerdoek hier boven het altaar. Krachtige verhalen uit de Schrift, die ons op weg helpen in deze veertigdagentijd.
Linksboven Mirjam die haar vreugde uitzingt als God het volk door het water van de zee heeft geleid. Daaronder Noach in de ark en de duif die de levende olijftak aanreikt.
Rechtsboven de mensen uit alle volkeren die tafelgemeenschap vormen; brood en water met elkaar delen … Daaronder al die mensen die elkaar door het water dragen en tot hulp zijn. In het midden zien we de afbeelding van de gekruisigde Jezus die een verbinding maakt tussen de Oude en Nieuwe woorden uit de schrift.

Verhalen die zich afspelen rond het water, zoals wij dat ook al hoorden in de lezingen vandaag … Eerste levensbehoefte immers, en als het ontbreekt, dan gaan de mensen klagen.
Weet u nog … 10 februari, een goede maand geleden? Vroeg in de morgen openden we de kraan en tot onze verassing kwam daar nauwelijks water uit. Of een dun, bruin straaltje met een akelige geur. We waren even uit ons doen.
Wassen, tandenpoetsen, koffiezetten, wasmachine aanzetten, hoe gaan we dat doen vandaag?

Sommige mensen reageerden zoals het volk van Mozes … boos!
De verantwoordelijken hadden het niet onder controle en het moest allemaal anders. Anderen hoorde je vergelijkingen maken met mensen ver van hier, in landen als Somalië en Zuid India. Daar heerst al lange tijd grote droogte en dan nu ook hongersnood. Zullen opnieuw mensen op de vlucht slaan, door de woestijn trekken? Zoals Mozes, Mirjam en het volk wegtrokken uit onvrij, onleefbaar land? Op zoek naar landen waar water, die eerste levensbehoefte, beschikbaar is?

Ieder mens van ons is op zoek naar water om van te leven. Het is een geniale vondst van Johannes als hij water gebruikt als beeld voor ons geloof in de levende Jezus die is als “Levengevend water.”
Jezus ontmoet een vrouw van een vreemd volk, een Samaritaanse, aan de bron waar lang geleden aartsvader Jakob zijn Rachel vond en in vuur en vlam voor haar stond. De Samaritaanse weet niet beter of zij wordt door de mensen met de nek aangekeken. Het zal wel wat ongemakkelijk zijn geweest daar aan die bron, twee mensen die voor elkaar uit een vreemd volk zijn, een andere cultuur.

Jezus, een joodse man notabene, spreekt die vrouw uit dat vreemde volk aan en vraagt haar om hem te drinken te geven. Hij vraagt haar om zijn dorst te lessen en gaat met haar in gesprek. Niet zomaar over het mooie weer van die dag of over de uitslag van de laatste verkiezingen. Nee, Jezus gaat met haar in gesprek over de vraag wat God voor ons kan zijn: Een bron van Levengevend water.
De vrouw is wel wat verbaasd: wat moet die joodse man met mij? Ben ik nu ineens goed genoeg om water voor hem te putten?
Jezus legt het uit … God is geen alleenrecht van een volk, een land, een stroming, God laat zich niet vastleggen, maar leeft waar mensen hem zoeken.
God is te vinden in jezelf, diep vanbinnen, en geeft jou kracht om het leven aan te kunnen.
God is te vinden in de ander, daar waar mensen elkaar ontmoeten.
God is in jou en in mij, is degene die jou levend water geeft, die jou voorziet van geloof, van een bron om uit te leven.

Zo leert Johannes ons hoe Jezus de bron is waaruit wij mogen putten. Zijn leven, zijn woorden, zijn hele manier van doen, zijn voor ons als een stroom van levend water, een bron van inspiratie en geloof.
Geen dor, stinkend en bruin geworden stilstaand water, maar levend water, fris en verkwikkend.

Water dat wij niet kunnen missen. We hoorden hoe het volk in de woestijn dorst had en mopperde tot Mozes: “Waar gaan wij naar toe? Wat gebeurt er? Is God nog op zoek naar ons?”
De mensen in Zuid-India, in Somalië, bidden en vragen zich af … “Waar ben je God? Waar ben je als ik kijk naar het kind dat sterft, het vee dat weg rot in de woestijn?”
“Waar ben je God als mensen op zoek gaan naar nieuw land om daar aangekomen tot ongewenste vreemdeling te worden uitgeroepen?”

In deze Veertigdagentijd mogen wij elkaar die vraag stellen: Hoe staat het met onze bron? Hoe staat het met mijn bron? Zit er nog genoeg water in om te kunnen leven? Is er nog genoeg in mijn bron voor de mens naast mij, zodat jij het de moeite waard vindt om de levensreis te onderbreken?
Vind ik het nog de moeite waard om eraan te werken dat mijn bron niet opdroogt?
Kunnen wij ons nog laven aan elkaar, is onze bron, is ons geloof nog sprankelend en fris?
Of is het geworden tot een slungelig bruin stinkend straaltje, zonder puf, zonder leven.

Vragen die ons in deze Veertigdagentijd kunnen bezighouden en kijkend naar het geloofsdoek mogen wij ons dan laten laven,
Door Mirjam die haar vreugde uitzingt na de doortocht door de zee,
Door de duif die een teken van nieuw leven aan Noach laat zien,
Door de volkeren van de wereld die zich laven aan brood en water,
Door de mensen die elkaar door het water helpen en genezen …
Door Christus zelf die opkijkt naar de hemel en zijn handen uitstrekt tot de Oude en Nieuwe verhalen van God met mensen.
Jezus zelf, de bron van levengevend water.
Amen.

Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen