19 februari 2017: 7e Zondag door het jaar
Leviticus 19,1-2.17-18 en Matteüs 5,38-48, A-Jaar
VERKONDIGING
Opnieuw horen we woorden in de Schrift die ons moeten aansporen om het goede te doen. Misschien twijfelen we wel het meest aan onze mogelijkheden als wij horen wat God tegen Mozes zegt: ‘Wees niet haatdragend. Heb je naaste lief als jezelf …’
En dan doet Jezus er nog een schepje bovenop, zo vertelt Mattheus ons: Heb je vijanden lief en bidt voor hen die je vervolgen. Het zijn misschien de meest aangehaalde en tegelijk de minst makkelijk te bereiken woorden uit de Bijbel: ‘Heb je naaste lief als jezelf’, ‘Heb je vijanden lief …’
Tot twee keer toe wordt het ons gevraagd vandaag, om volmaakt, om heilig, om zo goed als God te zijn. Maar hoe kunnen we dat ooit waarmaken?
Misschien is het al heel wat waard als we ons leefverband, onze samenleving, zo weten in te richten dat wij het zo goed mogelijk hebben met elkaar. Dat we ons realiseren dat, ook als het lastig is, wij het niet alleen moeten, maar ook willen uithouden met elkaar. Soms vraagt dat iets van ons waar wij ook niet goed raad mee weten. We komen mensen tegen in onze wereld die wij als ‘moeilijk’ bestempelen …
Gisteren op televisie dat verhaal van een jongen van 17, die grote stommiteiten had uitgehaald en verder moet met een strafblad. Voor hem geen VOG meer, geen Verklaring Omtrent het Gedrag, die niet alleen door werkgevers, maar ook in het vrijwilligerswerk wordt gevraagd. Onze samenleving durft het niet aan om te zeggen: wij bevrijden jou van dat strafblad, ga solliciteren, zoek een baan, een relatie en bouw je leven op. Maar wie durft het aan om een moeilijke jongere te blijven vasthouden?
In het Ronde Tafelhuis meldt zich een vrouw, een jaar of 40 jong. Ze kwam meer dan twintig jaar geleden naar Nederland, weggestuurd door de oorlog. En na al die jaren spreekt ze nog steeds onze taal nauwelijks … Ze kan het niet zegt ze, het leven is moeilijk, zoveel problemen en de buren op de galerij spreken ook al geen Nederlands. Maar nu dan toch, deze moeilijke vrouw vraagt om hulp.
Het lijkt kansloos, maar dan staat daar een vrijwilliger die zegt: “We gaan het doen, we gaan met jou op weg”. Een vrijwilligster die volhoudt, ook als de vrouw afspraken niet nakomt. Want ach …
En dan is daar die oudere man, hier op een flat 8 hoog aan de rand van de wijk. Voor de ramen gordijnen die nooit opengaan. Troep op de galerij die er niet thuishoort, ook van de kattenbak die maar af en toe wordt geleegd. Dan is daar die huismeester die niet opgeeft, die steeds weer een praatje probeert aan te knopen, zodat deze moeilijke man niet vereenzaamd.
Moeilijke mensen, we komen ze overal tegen, het liefste lopen we er met een boog omheen en sluiten de deur als zij bij ons aankloppen. En weten dat wij eigenlijk juist deze mensen op de been moeten helpen.
Hoe zou Mozes het hebben gedaan, moeilijke mensen op de been helpen, toen hij met dat grote volk door de woestijn trok. Het was een levensreis, met alle warmte en gezelligheid, maar ook alle conflicten en ergernissen die op je pad komen als je met elkaar op weg bent.
God stak een handje toe en gaf leefregels aan Mozes. Niet bedoeld om mensen de wet voor te schrijven, maar leefregels die juist ruimte moeten scheppen.
Deze bijvoorbeeld:
Als je boos bent op een ander, moet je dat tegen hem zeggen. Want als je boos op hem blijft of hem gaat straffen, word je zelf gestraft. Houd evenveel van de mensen om je heen als van jezelf.
Hou je boosheid of teleurstelling niet bij je, pas op dat je die niet opkropt, want dat benauwd je en maakt je tot een ongelukkig mens. Hou van de mensen om je heen zoals je van jezelf houdt. Dat is niet zo moeilijk bij mijn vrienden, maar bij moeilijke mensen is dat toch een stuk lastiger …
Daar hoef je niet boven te staan zegt God, je bent zelf niet slechter of beter dan die ander. Probeer je maar wat in te leven …
Waar ligt die moeilijke jonge knul die stomme fouten maakte wakker van?
Waar ligt die lastige vrouw die wij niet goed verstaan, wakker van, na weer een telefoontje van haar moeder uit een land waar droogte en hongersnood heerst?
Waar ligt die huismeester wakker van, die moed verzamelt om morgen maar weer eens op bezoek te gaan bij die moeilijke man?
Waar liggen wij wakker van?
Jezus geeft het ons mee … ‘heb je naaste lief’. Hij geeft ons geen onmogelijke opdracht. Hoopt alleen dat wij niet te snel bij elkaar weglopen, dat grote monden niet altijd gelijk krijgen.
God laat de zon schijnen over slechten en goeden. Want wie is slecht, wie is lastig of moeilijk? Wat zouden de mensen zeggen die mij een moeilijk mens vinden? Wie ben ik om een ander de deur te wijzen?
Laten wij maar proberen om de kring van lastig en raar, van gek en goed, van spannend en leuk te maken. Alles bij elkaar, een kring van allemaal mensen die proberen hun naast lief te hebben als zichzelf.
Amen.
Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen

