Bidden

5 februari 2017: 5e Zondag door het jaar

Jesaja 58,7-10 en Matteüs 5,13-16, A-Jaar

VERKONDIGING

Je hoort nogal eens zeggen dat Christenen van die brave schapen zijn, die van die wollige taal spreken. Herkennen we ons in zo’n uitspraak? Wat in ieder geval duidelijk is dat zo’n uitspraak haaks staat op wat we vandaag horen. ‘Wij christenen zijn zout van de aarde, licht op de kandelaar, stad op de berg.’ Hoe voelen we ons als dat tegen u en mij wordt gezegd. Voelen we ons aangesproken? Het zijn woorden vandaag uit de Bergrede. En dat is scherpe, radicale taal, wars van compromissen, geschipper of voorzichtige diplomatie. Het zijn woorden met een grote uitdaging.

Als het gaat over ‘zout van de aarde’ dan wordt daar zeker iets anders mee bedoeld dan het zout zoals wij dat kennen als het keukenzout in een of ander vaatje. In Jezus’ tijd gebruikte men droge uitwerpselen van kamelen en ezels als brandstof voor de oven. Door zoutklompen op de brandstof te leggen werd die geactiveerd. Het zout was dus vuur aanjagend. Maar na enige tijd verschraalde het zout. Het werd krachteloos. Dan gooide men het buiten en werd het vertrapt.

Elders in het evangelie zegt Jezus: ‘Ik ben vuur komen brengen op aarde en ik wens dat het brandt.’ En met dat vuur wordt dan geduid op de H. Geest. We kennen het terug van Pinksteren. We worden daarmee aangespoord om vurige, geestdriftige mensen te zijn, die het vuur van de Geest hoog doen oplaaien.
En nog een ander duidelijk beeld wordt vandaag gebruikt: ‘Jullie zijn het licht van de wereld.’ En wel het licht op de standaard, niet onder de korenmaat. Geen gedoofd licht, maar en opvallend licht.

En als we dan die beelden bij elkaar brengen en hun betekenis met elkaar in verbinding brengen dan kunnen we niet anders dan de conclusie trekken dat ons wordt aangezegd om als christenen begeesterde mensen te zijn. Niet bang om naar buiten te treden, niet bang om te durven spreken, zeker in de discussies over grote wereldproblemen. Dat kunnen en mogen we niet overlaten aan de Trumps van deze wereld of al die anderen met hun populistisch gepraat. Het samenleven wordt geweld aan gedaan als je met zo’n eenvoudige schijnoplossingen aankomt waar het blijkbaar alleen om jezelf, om je eigen land gaat.
De uitdagende woorden van de Bergrede confronteren ons met het wezenlijke, ze dagen ons uit ons niet neer te leggen bij feiten, maar ons juist aansporen om te getuigen, om partij te kiezen  zodat wij en zij naast elkaar staan.

In de Schrift in het algemeen, en zeker ook vandaag in het evangelie van Matteüs, zegt Jezus ons dat er een waarheid is die bepalend is voor de wereld. Hij doelt op een waarheid die mensen kan bevrijden uit machteloosheid, angst, onvrijheid en wanhoop, dat in ieder mens God zelf aanwezig is en dat God ‘JA’ zegt tegen ieder van ons. ‘Dichter bij ons dan wij bij ons eigen ik’, zo formuleert de Heilige Augustinus het. Wij dienen ons voortdurend te realiseren dat we Gods Geest in ons dragen. Dat God ieder mens onvoorwaardelijk persoonlijk bemint, dat is het wezenlijke wat Jezus ons zegt. Dat is de kern van de blij makende boodschap. Ze raakt de realiteit van ons aller leven. Wie deze boodschap tot leven brengt, is waarachtig zout van de oven en licht van de wereld.

De beelden uit de Bergrede van vandaag laten ons vandaag weten dat het geloofsgetuigenis belangrijker en sterker is dan welke theorie of theologie ook. En de schrift woorden van vandaag hebben zeker niet de intentie om kost wat kost een schuldcomplex aan te praten of te doen alsof er sprake is van een onderzoekscommissie waarbij onder ede verhoord wordt. De profeet Jesaja bijvoorbeeld staat zeker niet bekend als een moralist of zedenprediker. Het tegenovergestelde lijkt me meer waar. Luisteren en handelen is als een extra bron waaruit nieuwe kracht geput kan worden. De hulp die je biedt aan mensen zonder onderdak, aan verdrukten en mistroostigen geeft niet alleen aan hun, maar ook aan jezelf nieuwe levenskracht. Zo bouwen we verder op oude fundamenten en maken we wegen begaanbaar (want dan zal je licht in het donker schijnen, je duisternis wordt als het licht van het middaguur).

Heel opvallend is het zeker ook dat Jesaja niet alleen en op de eerste plaats ons persoonlijk aanspreekt. Hij richt zich vooral tot de gemeenschap. Toen tot het volk Israël, nu tot de gemeenschap waarvan wij deel uitmaken. We krijgen bovendien in ons eentje ook niet voor elkaar wat Jesaja ons allemaal aanbeveelt.
Jesaja en Jezus spreken ons aan als volk, als gemeenschap. Ieder talent, ieder hart, iedere hand of schouder, ieder goed woord en ieders gebed is nodig om wegen begaanbaar te houden, om licht te brengen in het leven van mensen voor wie het nauwelijks nog dag wil worden.

De woorden uit de Bergrede doen een beroep aan het grootste in ons. Ze geeft vorm aan een nieuw type mens: een christen. Ze schept een nieuwe andere wereld: die van het Rijk Gods, waarin mensen ‘de vader in de hemel verheerlijken’. Die laatste zin van het evangelie van vandaag lijkt me zo’n beetje de clou te zijn waar het eigenlijk om gaat. Geen enkele christen is zout of licht om zichzelf te verheerlijken, om te roepen ik ben het belangrijkste, eigen volk eerst. Het gaat om God. En juist daarom staat ook zoveel en nagenoeg alles op het spel. Laat het geen theorie zijn, maar praktijk voor velen. Ja, wij kunnen zout en licht zijn op deze aarde. Doen dus.
Amen.

Denis Hendrickx o.praem
Abt van Berne