Bidden

18 december 2016: 4e Zondag van de Advent

Jesaja 7,10-14 en Matteüs 1,18-24, A-Jaar

VERKONDIGING

Overal waar je komt zie je het gebeuren, de voorbereidingen voor kerstmis zijn in volle gang. Lichtjes branden hier op het plein voor de kerk en afgelopen woensdag hebben vrijwilligers de kerststal in de Mariakerk met zorg gezet.

Voor de ramen van vele huizen zie je de kerstversiering. Er worden voorbereidingen getroffen voor de maaltijd thuis of mensen reserveren een plaatsje in een restaurant.
Op heel wat plaatsen zien wij dat de geest van het Kerstfeest overeind is gebleven: Kerstfeest als feest van vrede, van warmte en geborgenheid bij elkaar. In dagen als deze maken wij ook graag plaats voor mensen die niet kunnen terugvallen op een warme kring in de familie.
Voor ons, christenen, is Kerstmis niet te vieren zonder de opgang naar het feest. De Advent, tijd van toeleven naar wat komen gaat: Vier weken lang een kaars op de krans, vier weken luisteren we naar de profetie van Jesaja die ons voorhoudt: God zal ons een redder sturen, iemand die goed maakt wat verwoest was, wat zwaar drukt op ons en onze wereld. God zendt ons zijn liefde in een kind! en wij noemen hem Immanuel! God met ons!

Een geweldige boodschap!
Maar ook een boodschap die niet voor iedereen te pakken is … Zo was ik deze week op bezoek bij een zieke mevrouw die mij vertelde hoe zij met schrik kijkt naar de dood: “U denkt toch niet echt dat God op mij wacht?” vroeg zij met schrik in de stem … Als ik kijk naar wat er allemaal gebeurt in de wereld dan is er helemaal geen God. En als die er wel is, dan moet God wel slapen …
Waar is God dan te vinden in de puinhopen van Aleppo?
Waar is God te vinden als een jonge vader verongelukt en zijn gezin in diepe rouw achterblijft?
Waar zien wij ergens een teken van Gods aanwezigheid in onze wereld?
Vragen waar je stil van woord … Waar zijn die tekenen te vinden?

Of zijn wij als koning Achaz die wij hoorden in de eerste lezing: “Ik vraag niet om een teken, ik wil God niet op de proef stellen …” Koning Achaz bereidde zich voor op een oorlog en financiert al zijn plannen met geld dat bestemt is voor de armen in zijn rijk.
En dan is daar de profeet Jesaja die hem de les komt lezen. Jesaja die hem verwijt dat hij alleen maar vertrouwt op harde woorden en inzet van politiegeweld.
Jesaja stelt Koning Achaz een brandende vraag:
Zie je dan niet al die tekenen van Gods aanwezigheid?
Zie je dan niet hoe mensen steeds proberen om het beste in elkaar naar boven te halen?
Zie je dan niet hoeveel mensen goed zijn voor hun buren, voor hun familie?

Als jij die tekenen niet verstaat, zegt Jesaja, dan stelt God wél een teken! Het onmogelijke zal gebeuren, een maagd, een jonge vrouw zal een kind baren en zij zal hem noemen: Immanuël, God met ons. Het ongelofelijke zal waar worden: Een maagd zal zwanger worden van de Geest en God komt onder ons wonen in een mensenkind.

Een boodschap waar wij van opkijken. Wij gewone mensen die zich bezighouden met de vraag onder welke steen het graf van Mozes te vinden is, of de ark van Noach. Of het wel klopt dat verhaal van een schepping in zeven dagen … Mensen die houvast zoeken en de verhalen voor waar aannemen.
“Een maagd die een kind baart dat verwekt is door de Heilige Geest. Dat kan toch helemaal niet, dat is immers Godsonmogelijk!”

Is het dan allemaal niet waar wat er geschreven staat? Ja, het is wél waar!
Een open en gevoelig volwassen hart voelt precies wat er achter zit. Mensen die op durven staan en hardop zeggen: “Ja, ik wil geloven in Gods aanwezigheid in onze wereld.”
Dat zijn van die mensen die vermoeden dat groei in menszijn alleen maar kan door crisissituaties en risico’s heen.
Mensen die niet alleen trouw zijn aan God maar ook aan zichzelf als zij zeggen: “God werkt ook met en door mij heen verder.” Dát is wat die symboolverhalen over Abraham en Isaak, over Jozef in de put, over Mozes die de zee splijt ons vertellen. Over Jezus die in de woestijn ontberingen moet ondergaan en Jezus die mensen met wonderen weer opnieuw in het volle leven zet.
Dat vertellen ons die prachtige verhalen in het Oude en Nieuwe testament met tekenen en wonderen wordt ons verteld over God die ons troost biedt en vrij maakt in moeilijke tijden.

En misschien moeten wij er ónze verhalen nog aan toevoegen in een Allernieuwste testament. Een testament dat op indrukwekkende wijze te vullen zal zijn, met verhalen van gelovige mensen die wonderen doen, mensen die tekenen zien, die geloof hebben als een mosterdzaadje, verhalen over mensen die zijn als een warme deken voor elkaar, die zo blij als een kind kunnen zijn, mensen als engelen voor elkaar.

Als wij zo durven lezen, wordt het waar, dan verstaan wij die tekenen van Gods aanwezigheid in de wereld en kunnen wij het geloven: het ongelofelijke staat ons te wachten: Gods Geest daalt neer in onze wereld, een maagd wordt zwanger en zal een kind baren en wij noemen hem Immanuel: Koning van de Vrede.
Wat een ontroerend, wat een hoopvol verhaal!
Amen.

Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen