4 december 2016: 2e Zondag van de Advent
Jesaja 11,1-10 en Matteüs 3,1-12, A-Jaar
VERKONDIGING
Die Johannes. Als je de woorden uit zijn mond en de verhalen die over hem geschreven zijn probeert wat op een rijtje te zetten dan zou het mij niet verbazen dat je eigenlijk tot een wat merkwaardige conclusie komt over die Johannes de Doper. Als je heel wat over hem hebt kunnen achterhalen en op een rijtje zet, dan zou het mij niets verbazen dat er een nogal merkwaardig beeld uit tevoorschijn komt.
Zie je hem al lopen: ergens midden in de woestijn, gekleed in een jas van kameelhaar, een paar versleten sandalen aan zijn voeten en een stok in zijn hand. Hij lijkt me geen al te frisse verschijning te zijn want – zo staat er geschreven – in zijn baard tref je nog resten aan van sprinkhanen die hij met wat honing als voedsel tot zich nam. Ja, als je een en ander zo op een rijtje zet dan lijkt het niet zo moeilijk om de indruk over te houden dat die Johannes eigenlijk helemaal niet zo aantrekkelijk was.
En toch … want ook dat zijn we te weten gekomen, en toch zijn er heel wat mensen die luisteren naar wat hij allemaal te vertellen heeft en die zich door hem laten dopen in het water van de Jordaan. Blijkbaar is die rare snuiter Johannes in staat om mensen te boeien en maakt hij een sterke indruk op mensen. Wat je allemaal uit zijn mond kunt optekenen is dat hij met grote regelmaat spreekt over iemand die na hem zal komen en die veel groter en krachtiger is dan hijzelf.
En waar Johannes zo’n sterke nadruk op legt is dat hij een wegbereider is en wil zijn voor iemand die na hem komt. Iemand – zoals hij zegt – die veel groter en krachtiger is dan hijzelf. Johannes maakt de weg als het ware voor die vreemde man vrij. Hij probeert een klimaat te scheppen dat mensen zich op zijn komst kunnen voorbereiden. ‘Want Hij zal je dopen in heilige geest en vuur’, zegt Johannes.
Het beeld dat we van die Johannes hebben kunnen vormen is tekent hem als iemand die voorop loopt en een weg baant.
Het optreden van Johannes bij de Jordaan werd met argusogen bekeken. Hij deed immers datgene dat de publieke orde ondermijnde. Johannes nodigde de mensen uit om zich te laten dopen in de Jordaan. Nu kende de Joodse Godsdienst wel de onderdompeling in water als teken van reiniging, maar die was uitsluitend bedoeld voor de heidenen die toetraden tot het Jodendom. Die moesten – symbolisch – door de Rode Zee trekken om lid te kunnen worden van het uitverkoren volk. Wanneer Johannes nu ook leden van dat uitverkoren volk gaat dopen is dat uitermate schokkend en zorgt dat voor oplaaiende discussies. Want hoe kun je nu mensen onderdompelen die door geboorte immers al ‘gered‘ en ‘uitverkoren’ zijn.
En toch blijft Johannes zulke mensen dopen. En die doop is dan voor hen ook het teken van een nieuw begin, tot inkeer gekomen, een voornemen anders te gaan leven.
Bekeren, tot inkeer komen, wat zegt ons dat? Er zijn heel wat hele of halve theorieën ontwikkeld hierover.
Een voor mij wel wat aansprekende formulering luidt: Bekeren is jezelf een vraag stellen. Daarmee begint het verzet. En dan die vraag aan anderen stellen. Het begint dus bij jezelf, met vragen stellen.
En misschien hebben we juist daarvoor wel de steun en inspiratie nodig van profeten en dichters zoals vandaag Jesaja aan het woord kwam. Van die vrouwen of mannen die ons een goede toekomst schilderen en ons juist daar warm voor maken. Maar als we dat dan eenmaal gehoord hebben, dan komt het er op aan om het ook te doen en dat betekent in menige situatie de nodige terughoudendheid. Er moet nog heel wat overtuiging plaatsvinden. Er is veel verzet in ons. Om dat te overwinnen heb je mensen nodig als Johannes de Doper, die ons aansporen de handen uit de mouwen te steken en verder af te zien van levenswijzen die nauwelijks of geen toekomst hebben.
Verandering van denken en handelen is veel lastiger dan op het eerste gezicht lijkt: het begint tussen je oren, en dat is misschien wel het moeilijkst. Keren, omkeren, bekeren, tot inkeer komen het lijkt me in ieder geval te betekenen dat het gaat om het eigen leven onder een vergrootglas te durven leggen: eerst afstand nemen van al die eigen zekerheden. We zouden het misschien zo kunnen formuleren: in zekere zin uit je eigen leven keren, alles wat eigenlijk overbodig is aan de kant durven zetten om plaats te maken voor wat echt belangrijk is.
Deze weken van voorbereiding op Kerstmis zijn misschien een uitgelezen periode om eens een soort grote schoonmaak te houden in het eigen leven. Misschien is het wel eens goed om niet al te veel in je rugzak te stoppen. Zo’n loodzware ballast kan de overtocht alleen maar zwaarder en moeilijker maken, met het risico dat je de eigen rugzak niet meer kunt dragen en dat de stroming van het water en je rugzak en jezelf meesleurt.
Voor mensen die dik tevreden zijn over zichzelf, voor degenen die denken dat de wereld niet groter is dan hun eigen kringetje, voor gelovigen die denken geen bekering nodig te hebben, wordt het hoog tijd om wakker te worden.
Waar hoor ik eigenlijk bij? of nog beter gezegd: waar wil ik bij horen?
Amen.
Abt Denis Hendrickx o.praem

