Bidden

21 augustus 2016: 21e Zondag door het jaar

Jesaja 66,18-21 en Lucas 13,22-30, C-Jaar

VERKONDIGING

Als je in onze tijd naar een voetbalstadion wilt, dan ben je op straat al met velen onderweg, van heinde en ver komen mensen aangestroomd. En al die mensen realiseren zich heel goed wat de volgende stap zal zijn; uiteindelijk ga je door een kleine poort naar binnen, vaak heb je daarbij een pasje nodig en het kan zelfs gebeuren dat je wordt gefouilleerd, voordat je toestemming krijgt om de overgang te maken van de gewone wereld naar de wereld van spel en vermaak.

Als je met het vliegtuig een reis wilt maken, gebeurt hetzelfde, met velen beweeg je je richting ingang van de gates om uiteindelijk bij een smal poortje je ticket te laten zien en persoonlijk gescand te worden. Opdat ieder mens die daar binnenstapt kan uitzien naar de reis en de bestemming die daar wacht.

Je gaat door een smalle poort, en we hebben geleerd dat er waar dat kan controle moet zijn om elkaar te beschermen tegen mensen die door waanzin zijn gegrepen.
In de tijd waarin Lucas zijn evangelie schreef was dat niet anders. Jezus reist met zijn vrienden door Galilea, het oog gericht op Jeruzalem. Jeruzalem, een stad omgeven door stadsmuren en je moest door een van de stadspoorten om de stad binnen te gaan.
Goed en kwaad moeten van elkaar gescheiden worden en daar is nu eenmaal iets voor nodig, daarvoor zul je door een deur moeten gaan.

Deuren die doorgaans, zo was het al in de oude wereld, opengaan als de bewoner van het huis jou kent. Niet zomaar een beetje van gezicht of van horen zeggen, de gastheer of gastvrouw wil weten wat jou brengt, of je bedoelingen oprecht en zuiver zijn.
Jezus gebruikt het beeld van die deur of krappe poot op dezelfde manier:
Het is niet genoeg als je afstammeling bent van Abraham, Isaak of Jacob en dus hoort bij het joodse volk. Je afkomst of je rijkdom zijn niet van belang.
Het is volstrekt onbelangrijk bij wie je aan tafel hebt gezeten en al helemaal op welke plaats je mocht zitten.
Het is niet voldoende om binnen te komen omdat je toevallig wel eens met iemand hebt gegeten en gedronken.

Gods Koninkrijk staat open voor iedereen, voor alle volkeren! Maar de tekst op jouw pasje moet wel geprint zijn op de goede ondergrond, een goede kleur bekennen. Want op die ondergrond, met die kleur kent de gastheer je innerlijke gesteldheid.
De intenties die je hebt als jouw levensreis je leidt naar Gods Rijk.

Het gaat er bij Jezus niet om wie je kent, maar om wie je bent. Door wie je je laat inspireren, naar wiens verhalen je wilt luisteren. Met die mentaliteit wordt een glimpje opgelicht van de kans die jij God wilt geven om gerechtigheid in onze wereld kan oplichten …
Gerechtigheid, het is dat woord dat staat op het pasje waarmee je door het poortje van Gods Koninkrijk kunt binnenkomen:

Opnieuw op een meesterlijke wijze heeft Jezus met een vergelijking zijn woorden over de nauwe poort die leidt naar Gods nieuwe wereld ingeleid: Het koninkrijk van God is als zuurdesem dat je net zo volledig door het deeg moet mengen tot het er volledig mee doorkneed is.

Zo zal Gods nieuwe wereld helemaal doortrokken moeten zijn van gerechtigheid en voor die houding, die mentaliteit is buitenkant niet genoeg, volstaat je afkomst niet.
Naar Gods nieuwe wereld leidt een klein poortje en je hebt er een mooi pasje voor nodig: een pasje waarvan Gerechtigheid het wachtwoord is.

Voor de bewoners van Jeruzalem was dat woord gerechtigheid wel duidelijk, hun Bijbel stond er van voor tot achter vol mee. Ook in onze tijd is dat woord nog altijd vol van betekenis.
De smalle deur waar Jezus het over heeft vraagt om het goede dat gedaan moet worden, vraagt om onze barmhartigheid voor mensen die om een aalmoes vragen, om mededogen met kinderen die leiden onder oorlogsgeweld, om geduld en inlevingsvermogen met mensen die wij niet goed uit kunnen staan. Vrede, echte vrede die diep in mensen leeft is de vrucht van die gerechtigheid.

Barmhartigheid, naastenliefde, gerechtigheid, grote, mooie woorden, die door heel wat mensen in praktijk worden gebracht. Mensen die niet vooroplopen om vooraan te staan of als eerste door het poortje te gaan, maar mensen die eindeloos geduld weten op te brengen voor de lastpak, de tegenstribbelaar of de engerd.

Mensen die blijven geloven in het goede die geen tijd hebben om overal met hun neus bovenop te zitten of de eerste plaats in te nemen. Omwille van die houding, die mentaliteit op weg naar een nieuwe wereld die doorkneed is van gerechtigheid, laat Jezus ons zien:
“De eersten zullen de laatsten en de laatsten zullen de eersten zijn!”
Amen.

Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen