Bidden

24 juli 2016: 17e Zondag door het jaar

Genesis 18,20-32 en Lucas 11,1-13, C-Jaar

VERKONDIGING

Als geloven een jas was, dan zijn er momenten waarop ik deze weleens uit zouden willen doen … Geloven is soms bedenkelijk. Het kan mensen tot rare dingen brengen en dan schaam ik mij soms een beetje.
Er zijn momenten van twijfel, een crisis in geloof wordt dat wel genoemd.
Wil ik hier nog wel bij horen? Wil ik nog gerekend worden tot de mensen die gelovig genoemd worden?
Vooral wanneer gelovige mensen fanatiek worden; Jehova getuigen, Zwarte Kousen, IS en Opus Dei in onze kerk.
Dan schrik ik terug … wat betekent dit allemaal?

Kritische mensen zeggen wel eens dat religie een bron van oorlog en conflict is. Dat is natuurlijk niet zo, maar er lopen overal heethoofden rond en daarom worden wij door niet-gelovigen op één hoop gegooid.
Wat doet het met ons als mensen uit naam van hun geloof onheil en verdriet aanrichten?

Omdat zij denken dat God, dat Jahweh, dat Allah dat van hen vraagt? Laat God zich dan voor ons karretje spannen? Met dat soort mensen wil ik niet in één adem worden genoemd. Ik voel mij akelig als mensen mij met dat soort geloof op één hoop gooien.
De ene keer vindt men geloven te heet, te fanatiek, bron van oorlog. De andere keer is het lauw, grijs en saai, niets voor jonge mensen in ieder geval.
Wat blijft er dan nog over? Zijn er nog plaatsen te vinden waar geloven waarachtig en acceptabel is?
Hoe zou geloof nog uitnodigend kunnen zijn, onze echte belangstelling kunnen wekken?

En laten we eerlijk zijn, het is al moeilijk genoeg. Onze kinderen en kleinkinderen, verstaan zij de taal nog die wij spreken in onze kerk? Wat moeten jongen mensen met die oude woorden, ons zo vertrouwd?
Zijn zij nog ontvankelijk voor het mysterie van Gods presentie op onze aarde?
Nee, zeggen critici … onze wereld is te veel veranderd.

Hoe ziet die wereld waarin zij leven, de wereld waarin wij leven er dan uit? Veel lijkt verandert, maar als je goed kijkt, dan is dat alleen maar op het oog …
Toen ik klein was speelden wij tikkertje en verstoppertje op straat en onze ouders waarschuwden steeds hoe gevaarlijk het was om zomaar de straat over te steken.
Vandaag zie ik jongens en meisjes op straat die het oog strak gericht houden op hun mobieltje. Zou er echt zoveel veranderd zijn?
En als we deze dagen rondlopen op de kermis, dan zien wij grote en kleine mensen die genieten van alles wat daar te vinden is.

En dan opnieuw die vraag … waarom spreekt onze kerk deze jonge mensen dan niet meer aan?
Hoe houden wij ons geloof uitnodigend, hoe kan het onze oprechte belangstelling nog wekken/?

Misschien moeten we het maar heel kort houden en zeggen: In mijn leven ervaar ik dat God er is. “God is er”, niet meer en niet minder dan dat … Geloven is met hart en ziel zeggen; “God is er”.
Geloven is ook je durven openstellen voor God, jezelf klein en kwetsbaar maken.
Is de moed hebben om je handen in ontvankelijkheid te openen en dat gebed van Jezus na te zeggen: ‘Hier ben ik God’, een klein mensenkind. Ik vraag u om erbarmen voor alle mensen om mij heen, voor de wereld waarin ik leef. Geef ons vandaag nog wat wij nodig hebben aan liefde en bescherming, aan hoop op toekomst.
Geef dat wij kunnen leven in deze wereld op een manier waar wij naar verlangen. Verlos ons van het kwade, laat ons zien dat in onze wereld uw gerechtigheid een betere kaart is dan oorlog en ellende.
Geef ons heden ons dagelijks brood: geef ons moed om elkaar in liefde tegemoet te treden.
Geef mij de kans om het vandaag beter te doen dan gisteren …

Geloven is durven zien dat mensen trouw zijn, zich inspannen voor elkaar. Dat er mensen zijn die het opnemen voor de sukkelaar en de pechvogels. Niet fanatiek, niet opdringerig zijn die mensen. Nooit saai zijn ze, die mensen, luister maar eens naar hun verhaal. Kleurrijk zijn hun verhalen en intens boeiend.

Het zijn van die mensen die zichtbaar maken dat God er is in onze wereld. Dat gevoelen, die overtuiging helpt iedere dag opnieuw, om oprecht te kunnen zeggen: God, ik weet dat U er bent.
Die jas sla ik dan toch maar weer om mijn schouder …
Amen.

Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen