Bidden

29 mei 2016: Feest van het H. sacrament

Genesis 14,18-20 en Lucas 9,11b-17, C-Jaar

VERKONDIGING

In zijn boek ‘Dit zijn de namen’ beschrijft Tommy Wieringa de ontmoeting van Berg met een oude rabbijn. Na een barre tocht door de woestijn, gevlucht voor wat en waar dan ook, zit hij bij de oude man en wiegt een pasgeboren kindje dat door zijn moeder ‘door een haag van verschrikkingen veilig naar de overkant’ is gebracht.
“Als ik er niet zou zijn, denkt Berg, dan had niemand geweten dat hij er nog was.”

De ontmoeting met de Rabbijn maakt heel wat in Berg los. De rabbijn heeft dingen tegen hem gezegd die hem aan het denken zetten over het wezen van de Eeuwige; die zou zich onttrekken aan vorm en definitie.
Berg geeft zich over aan de rabbijn en vraagt hem om kaddisj over hem te zeggen … het zegengebed ter heiliging van Gods naam en over zijn mensen …

Moge zijn grote naam verheven en geheiligd worden in de wereld die hij geschapen heeft naar zijn wil. Moge er veel vrede uit de hemel komen en leven! Over ons en over heel Israël.

Plaatsen we de ontmoeting die zich hier ontvouwt, tegen de achtergrond van de lezingen van vandaag, dan ontvouwt zich het beeld van ontmoetingen tussen God en mensen; zegenrijke ontmoetingen …
De Abram waarover wij in Genesis horen neemt hier de gedaante aan van een nobele stamoudste die het opneemt voor zijn volk. Tot dat moment trok hij met zijn kudde vredig door de heuvels.
Maar nu treedt hij op als veldheer en bevrijdt zijn neef uit handen van vreemde overheersers. Waarna hij wordt ontvangen door koning Melchisedek.

Melchisedek … een wonderlijke figuur; vorst zonder afkomst of nageslacht. Niet alleen een vorst die met kop en schouders boven alle andere leiders uitsteekt, maar tevens een priester van El Eljon, de God die vóór Israël uitging en later Elohim genoemd werd.

Melchisedek, Koning van gerechtigheid. Sedek luidt zijn naam, de gerechte … de rechtvaardige …
De zegen die Melchisedek uitspreekt over zijn God en vervolgens over Abram bevestigt zijn  bestemming als aartsvader van de volken over Israël.
Een zegening die wordt uitgesproken waar maaltijd wordt gehouden.
Een zegening over een relatie; in één adem over de hoogste God en over zijn mensen.

De Schrift verhaalt ons voortdurend over ontmoetingen die door mensen als zegenrijk worden bestempeld. Zegenen … elkaar het goede toewensen … een zegenrijke ontmoeting wordt altijd weer door mensen ervaren als een ontmoeting die goed doet, die het beste in mensen naar boven brengt.

Het Ronde Tafelhuis, het interreligieus ontmoetingscentrum waar ik vanuit onze norbertijnse gemeenschap in Tilburg werkzaam ben, vinden soms wonderlijke ontmoetingen plaats.
Een paar weken geleden ontspon zich tijdens de organisatie van een activiteit, zomaar een gesprek rond de vraag wat God betekent in het leven van mensen.
Een jonge deelneemster sprak haar verbazing uit dat mensen die in eenzelfde religieuze stroming staan vaak een heel andere invulling aan Gods bedoelingen geven. De draad van het gesprek leidde langs al die verschillende tradities en culturen waarin mensen op een eigen manier zoeken naar de betekenis van de Heilige Boeken en de tradities.

Aan tafel zat een hindoestaanse mevrouw, een voorganger van een pentecostgroep, een oudere man uit Afghanistan een oudere dame van een ziekenbezoekgroep.
Het bidden bij beelden, de aandacht voor heiligen, de plaats van Maria, de inrichting van kerk en moskee … er passeerde heel wat de revue.

Op enig moment schraapte de oude man de keel, keek met een warme blik rond en zei: “Misschien is het wel zo dat wij mensen helemaal niets van God weten. En dat kan ook niet. God is zó groot, groter dan wij kunnen denken. Waar kan God zijn als mensen hem niet willen zoeken? Maar hier, in dit uur hier aan tafel, voel ik dat God bij ons wil zijn.”

God vangen in beelden is lastig. Maar wij zijn niet hulpeloos achtergelaten. Wij mogen terugvallen op de rijke traditie van verhalen waarin God zich aan ons laat zien.
Vandaag getuigt Lucas ons, in de meest pure vorm, het verhaal van duizenden mensen, die kleine gemeenschappen vormen van vijftig, opdat zij in staat zijn elkaar te ontmoeten en brood en vis met elkaar kunnen delen.

Jezus van Nazareth voegt de daad bij het woord … Hij gaat genezend rond en biedt de mensen daar troost en nieuw perspectief op leven.
Een leven rijk aan ontmoetingen en menselijkheid. Hij laat zien dat, als je zo wilt leven, vijf broden en twee vissen voldoende leeftocht zijn.  Hij zegent vijf broden en twee vissen en laat het ronddelen, voor ieder is er voldoende.

Zó gaat het eraan toe in die wereld die God voor ogen heeft. Mensen die bereid zijn om leven met elkaar te delen.
En daar, waar Woord en de Daad elkaar ontmoeten, komt God naar mensen toe en mogen wij ons gezegend weten.
Amen.

Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen