24 april 2016: 5e Zondag van Pasen
Handelingen 14,21-27 en Johannes 13,31-33a.34-45, C-Jaar
VERKONDIGING
Reizen, nieuwe werelden verkennen kennis maken met andere culturen, sferen, en klimaten. Het is voor veel mensen in onze wereld een bijna vanzelfsprekend tijdverdrijf geworden.
Zo gewoon dat we niet eens meer geneigd zijn om het als een luxe te zien. We trekken erop uit en vergroten ons wereldbeeld stap voor stap.
In deze dagen zien we, ook al werkt het weer niet echt mee, tekenen van een aankomende zomertijd: het groen brult de grond uit, zo zeggen sommigen en merels en duiven vliegen rond met takjes in de bek.
Een ander sterk teken van de zomer die komt, zijn de caravans en campers die ons straatbeeld weer vullen. Mensen gaan op weg en trekken door ons land en door Europa of zoeken een vliegtuig dat hen brengt naar Nepal of waar dan ook.
Voor ons, mensen die wonen en leven in Europa, is dat reizen heel gewoon geworden. Maar hoe anders was dat in de tijd van Paulus en Barnabas!
In de Handelingen van de Apostelen vertelt Lucas ons in de eerste lezing over hun tochten in de oude wereld, over land en over zee.
Dankzij de vrede die heerste in die dagen, de Pax Romana, was het voor burgers in het Romeinse Rijk, mogelijk om reizen te maken en zo kon het Christendom zich razendsnel verspreiden.
Een nog heel prille groep volgelingen van Jezus, de eerste mensen die waren gedoopt, veelal mannen en vrouwen uit de middenklasse of rijkere families. Zij waren het die de eerste gemeenschappen van volgelingen van Jezus bij elkaar riepen, en riepen elkaar op om samen aan tafel te gaan, waar zij baden en spraken over die man in wie zij Gods Zoon herkenden, om Hem te gedenken en brood en wijn te delen in zijn Naam.
In die wereld maakten Paulus en Barnabas grote reizen rond en over de Middellandse Zee in kwetsbare bootjes en doorstonden heel wat stormen. Stormen die zij wisten te overwinnen omdat zij erop vertrouwden dat in het verre Derbe, in het zuidoosten van het huidige Turkije mensen wachten op hun boodschap.
Vandaar gingen zij naar Lystra, 60 kilometer naar het westen om via Ikonium door te reizen naar Antiochië. Daar, in die stad midden in het huidige Turkije, werd voor de allereerste keer de naam Christenen gebruikt voor de volgelingen van Jezus.
Tot dan toe werden zij discipelen genoemd, of Volgers van de Weg. Daar kwam het tot een betekenisvol keerpunt, waar die volgelingen van Jezus elkáár voor het eerst aanspraken met de naam ‘Broeders en zusters’. Zo werden die eerste volgelingen van Jezus, geïnspireerd door het optreden van Paulus en Barnabas tot mensen die verbinding zochten bij elkaar, die van losse individuen werden tot een nieuwe gemeenschap van mensen, ten diepste op elkaar betrokken, mensen die elkaar wilden inspireren en bemoedigen op hun levensweg.
De boodschap die Paulus en Barnabas verkondigden was even eenvoudig als bijzonder krachtig: Johannes schrijft het rond het jaar 100 op in poëtische taal:
“Kinderen, ik geef jullie een nieuw gebod: Heb elkaar lief, zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben. Dan zullen mensen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.”
Tien geboden, leefregels, beitelde Mozes in steen na zijn ontmoeting met God op de berg. Tien geboden waaraan door Jezus een nieuw gebod werd toegevoegd: “Heb elkaar lief, zoals ik jullie heb liefgehad zo moeten jullie elkaar liefhebben.”
Nu tweeduizend jaar later is het voor ons nauwelijks voor te stellen hoe die reizen van Paulus en Barnabas er uit zagen. Duizenden kilometers van Jeruzalem door Syrië naar Klein Azië, van de ene gemeente naar de andere en terug. Dagreizen te voet en wellicht op paarden, dwars door onherbergzaam gebied naar steden waar zij vaak als vijanden werden binnengehaald.
Maar het verhaal over de man die hen dat nieuwe gebod gaf was het meer dan waard: “Heb elkaar lief, zoals ik jullie heb liefgehad zo moeten jullie elkaar liefhebben.”
Woorden voor het eerst gesproken in dat gebied rond de Middellandse Zee waar nu zoveel mensen op de vlucht zijn wanhopig zoekend naar een nieuwe toekomst.
En het brengt ons ook tot vele vragen … ondanks al onze goede intenties weten we er niet altijd raad mee.
Hoe kunnen wij al die mensen herbergen?
Zijn wij wel in staat om hen een nieuwe waardige toekomst te bieden?
Wat doet het met ons als wij lezen en horen dat op diezelfde Middellandse Zee waar Paulus reisde, deze week misschien wel 400 mensen omkwamen omdat hun boot werd overbelast?
Wat doet het met ons als we ze in levende lijve tegenkomen, mensen uit Syrie en Eritrea die in onze stad een veilig heenkomen zoeken?
Zij zijn op zoek naar contacten, naar een woord van welkom een hartelijk gebaar.
Zij hebben de grootste reis van hun leven gemaakt, niet omdat zij op zoek waren naar nieuwe werelden en culturen maar omdat het leven in het thuisland te bedreigend is geworden.
Kunnen wij ook voor hén kerk zijn, gemeenschap vormen van mensen die dat herkenningsteken van christenen willen zijn voor elkaar; broeders en zusters zijn voor elkaar: mensen die elkaar liefhebben, zoals Jezus ons heeft liefgehad.
Amen.
Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen

