20 maart 2016: Palmzondag
Lucas 19,28-49, Jesaja 50,4-7 en Lucas 22,14-23,56, C-Jaar
VERKONDIGING
Palmpasen … een bijzondere dag aan het begin van de Goede of Stille week. We gaan de laatste week in van de Veertigdagentijd. En al die weken hangt hier boven het altaar in onze kerk een vastendoek, ofwel hongerdoek. In de kasten hierachter in onze sacristie zijn heel wat van die doeken te vinden. Ze zijn gemaakt door kunstenaars uit landen als Ethiopië, Peru, Kameroen en Indonesië en andere plaatsen.
Het gebruiken van vastendoeken in de Veertigdagentijd werd in 1974 nieuw leven ingeblazen. Het grijpt terug op een oud liturgisch gebruik dat in de jaren zeventig door de Duitse Vastenaktie Misereor werd teruggebracht in onze kerken.
Rond het jaar 1000, in de vroege Middeleeuwen, hing men tussen het priesterkoor en het schip van de kerk, grote linnen doeken om zo het zicht op het altaar te ontnemen.
De gelovigen werden zo op zichzelf teruggeworpen en uitgedaagd om hun relatie met God, maar ook het leven hier op aarde centraal te stellen; als een vorm van boete bijna.
In later jaren ontstond de gewoonte om dat doek te versieren met voorstellingen uit het lijdensverhaal, waarbij vaak ook de werken van barmhartigheid een belangrijke plaats kregen. Een gebruik dat verloren ging in het midden van de zestiende eeuw om vier eeuwen later weer te worden teruggebracht in onze kerken.
De uitdaging was om ons zicht op de werkelijkheid van onze wereld, met beelden en symbolen terug te brengen in onze kerk. Eigentijdse hongerdoeken, gemaakt door kunstenaars uit andere werelddelen, zouden ons kunnen helpen om het leven en lijden van Christus te verbinden met het leven en lijden van mensen in de landen waar mensen gebukt gaan onder dictatuur, geweld, armoede en honger.
De eerste kunstenaar die opdracht kreeg om een geloofsdoek te maken was Jyoti Sahi uit India. Van deze kunstenaar is ook het geloofsdoek dat in deze veertigdagentijd centraal staat in onze liturgie.
Op dat doek zien we heel wat momenten uit het leven van Jezus in beeld gebracht. In het midden staat Jezus afgebeeld in een schitterend wit kleed, de handen geheven in orante houding, de voeten geworteld in de aarde. De Opstanding, Pasen zien we waar Jezus oprijst uit de dood aan de contouren van de Berg waar Mozes wijst op het hart van de heer en een water terug- en wegvloeit van de vrouw bij de bron.
We zien een afbeelding van de vijgenboom die niet verloren mag gaan en mensen die proberen om door de rivier heen te trekken op weg naar het nieuwe land. We zien vrouwen die waterdrager als symbool voor het nieuw leven. Vrouwen die horen tot de kaste van de onaanraakbaren … De minsten der minsten …
En links boven op het hongerdoek van dit jaar een afbeelding van de tempel van Jeruzalem.
Jeruzalem, de stad van vrede … de stad waar Jezus naar toe trekt aan het eind van zijn leven. De stad waar de mensen met palmtakken zwaaiden en riepen:
“Gezegend de koning die komt in de Naam des Heren!
Vrede in de hemel en eer in den hoge!!!!”
Jeruzalem … de stad waarvan Jezus zei dat er mensen wonen die niet tot zwijgen gebracht kunnen worden als zij willen getuigen van Gods barmhartigheid!
En mensen die Jeruzalem hebben bezocht getuigen hoe je vanaf de Olijfberg over een diep dal en de stadsmuren heen, die stad ziet liggen die is opgebouwd uit het puin der eeuwen.
Een stad die werd verwoest en weer opgebouwd, een ernstig verdeelde stad waar heel wat mensen, tot op de dag van vandaag lijden onder angst, onzekerheid en geweld.
Jeruzalem … stad van vrede. Dan gaan je gedachten toch een heel andere kant op.
Als je hoort hoe Jezus daar bij binnenkomst wordt toegezongen:
“Gezegend de koning die komt in de Naam des Heren!
Vrede in de hemel en eer in den hoge!!!!”
Zo’n stad als Jeruzalem staat dan symbool voor al die plaatsen op onze wereld waar hoe graag we het ook anders zouden willen zien, tot op de dag van vandaag mensen worden gekwetst en vernederd.
Organisaties als Misereor en vele andere organisaties en initiatieven op onze wereld laten ons zien dat er heel wat is bereikt; Dat er overal op onze wereld mensen opstaan tegen onrecht en vernedering.
We zien plaatsen waar vooruitgang wordt geboekt, waar mensen het heft in handen nemen.
Gelukkig ook in onze eigen kringen zien we wat verbetering! Mogen we niet hardop Hosanna roepen als we lezen dat in dat verre India, met die geweldige inzet van onze parochie en de zusterparochies in Brabant, nu al vooruitgang is geboekt.
Beetje bij beetje komen de mensen in de Godavarikolonie verder.
Toiletten worden gebouwd, schoolboeken gekocht, zaaigoed gekocht voor de boeren.
Deze week bracht onze medebroeder Arockiadoss een bezoek aan kinderen op basisschool D’n Hazennest. Hij vertelde ons over de vele, vele vragen die kinderen dan stellen over het leven in India.
Vragen die niet altijd gemakkelijk te beantwoorden zijn.
Het vastendoek van dit jaar zullen we in de komende week, op Paaszaterdag, weer naar beneden halen en opbergen. Een vastendoek dat ons veertig dagen lang het zicht op het kruis heeft ontnomen
om het leven van medeburgers op onze aarde centraal te stellen.
In de komende week, de Stille of de Goede week, laten wij ons meevoeren door de verhalen van mensen die getuigen over de laatste dagen van het leven van Jezus, die getuigen van het lege graf.
Donderdag staan wij met velen in een grote wijde kring rond het altaar en zingen van vriendschap en vrede als we het brood en de wijn delen.
Vrijdagavond gedenken wij in stilte het lijden van Jezus aan het kruis. We zingen en bidden wat en brengen met een bloem of een lichtje hulde aan het kruis.
Om zaterdagavond Pasen te vieren als de nieuwe Paaskaars wordt binnengedragen en het doopwater wordt gezegend.
De vieringen in deze week getuigen van het leven, het lijden en de opstanding van Christus.
Maar zijn daarmee geen verhalen uit de oude doos, maar een directe verwijzing naar de weg die velen van ons moeten gaan. Een weg door lijden en verdriet heen naar het nieuwe licht!
Een weg die begint bij de intocht in Jeruzalem: Palmpasen!
Amen.
Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen

