17 januari 2016: 2e Zondag door het jaar
Jesaja 62,1-5 en Johannes 2,1-12, C-Jaar
VERKONDIGING
Het zijn heel wat momenten waarvoor door het jaar heen onze aandacht wordt gevraagd:
Missiezondag, Vredesweek, Ziekenzondag, Vastenactie, Adventsactie en in onze dagen kunnen en willen wij niet voorbijgaan aan de Vluchtelingen die in ons land onderdak zoeken.
We staan er nauwelijks meer bij stil en voor velen in onze wereld zijn het tradities geworden die niemand meer kent … zorg voor elkaar, die geworteld is in wat wij in onze kerken noemen
“De werken van Barmhartigheid”.
Waarachtige barmhartigheid, dat is waar wij dit jaar door onze Paus Franciscus worden opgeroepen:
‘ons hart openen voor allen die leven in situaties waar hoop gebracht moet worden, een luisterend oor, een helpende hand, een goed woord.’
Een paar weken geleden was ik met wat jonge mensen in gesprek en zij vertelden dat zij dat woord ‘barmhartigheid’ eigenlijk helemaal niet meer kennen.
Met elkaar in gesprek hoor je dan wel dat dat helemaal niet zo dramatisch is. Heel goed voelen ook jonge mensen in onze tijd aan waar het om gaat … zorg voor de mensen om ons heen die het niet helemaal alleen redden, voor wie de wereld te complex is en liefdevolle aandacht van mensen om hen heen wordt gevraagd.
Mensen die letterlijk in de kou staan, die geen dak boven het hoofd hebben die geen kleding hebben om te dragen, mensen die honger of dorst hebben, mensen die in de gevangenis zitten, de vreemdeling die onderdak zoekt, de zieken die het nu eenmaal niet redt zonder onze zorg een aandacht.
Woorden en daden die rechtstreeks zijn terug te voeren op dat wat Jezus van Nazareth ons heeft geleerd, woorden en daden die door velen zijn nagevolgd.
Jezus was een joodse man, zoals wij katholiek zijn, was Hij een jood, ten voeten uit. Hij wist immers niets van de evangelisten die over zijn leven zouden schrijven, of van de brieven van Paulus die geloof in deze Zoon van God verkondigde.
Uit alles wat wij van Jezus weten blijkt dat hij trouw was aan de joodse wet. Een joodse wet die hem vertrouwd maakte met het woord ‘chesed’ een woord dat zoiets betekent als ‘genadige trouw’ en daarmee wordt dan vooral gedoeld op Gods liefde voor zijn mensen, steeds opnieuw bekrachtigd in het verbond met ons, met zijn volk.
Chesed werd door Paulus vertaald in ‘charis’. De liefde die God schenkt in zijn bevrijdende genade die over mensen komt.
Charis, caritas … woorden van toen die ons toeleiden naar dat geweldige volle begrip
Barmhartigheid …
Velen gingen in Jezus voetspoor en wilden in woord en in daad laten zien wat Barmhartigheid kan zijn. Hier op de Heikant zijn wij in de gelukkige omstandigheid dat wij het leven van Peerke Donders als voorbeeld kunnen nemen.
Een jongen uit een arm weversgezin, die niet van zijn voornemen was af te brengen en volledig in dienst wilde staan van dat waartoe Hij zich geroepen voelde: zijn leven in dienst stellen van de miskende bevolkingsgroepen en melaatsen in dat verre land dat toen een Nederlandse provincie was: Suriname.
In het evangelie van vandaag horen we het verhaal van de bruiloft van Kana … Maria roept de dienaren op naar haar zoon te luisteren en de vaten met wijn opnieuw te vullen opdat het feest, opdat het leven door kan gaan, zich kan voltrekken.
“Doe wat Hij zegt, dan komt het wel goed!” zo zegt zij.
Het kan bijna niet anders of deze woorden zijn ook Peerke Donders in moeilijke momenten die ongetwijfeld ook op zijn pad zijn gekomen. Ons zijn brieven van Peerke bewaard gebleven, en daarin klinkt altijd weer optimisme en vooruitgangsgeloof. Maar zijn persoonlijke worstelingen vertrouwde hij veel minder aan het papier toe.
Wat wij wel van hem weten is dat hij trouw bleef aan dat wij hij als zijn opdracht beschouwde en mensen tegemoet trad, steeds weer opnieuw.
Dat immers had Jezus Hem gezegd en voorgedaan!
Maria spoort ons aan vandaag: “Doe wat Hij zegt, dan komt het wel goed!”
Je moet er maar in willen geloven, maar wij, mensen van onze tijd, weten dat er overal om ons heen
mensen zijn die het goede nieuws verder dragen.
Mensen die brieven schrijven aan gevangenen,
mensen die honger en dorst uit de wereld proberen te verbannen,
mensen die zich ontfermen over vluchtelingen op zoek naar houvast,
mensen die vreemdelingen huisvesten en armoede de wereld uit willen helpen.
Afgelopen vrijdagmiddag werd in het Peerke Donderspark de Peerke Donderstrofee uitgereikt aan vrijwilligers in onze stad die mensen bijstaan die terminaal ziek zijn.
Want ook dat is immers een werk van barmhartigheid … de zieken bezoeken, de naderende dood niet wegstoppen.
De werken van barmhartigheid, meer dan 2000 jaren oud, maar nog steeds springleven in de wereld van vandaag.
Omdat wij het immers doen met elkaar, mensen willen zijn die zich laten aanspreken door elkaar die geloven dat het anders kán en daar ook voor gaan staan.
Mensen die zich iets laten gezeggen door dat woord van Maria: “Doe maar wat Hij zegt, dan komt het wel goed”.
Amen.
Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen

