Bidden

28 februari 2016: 3e zondag van de Veertigdagentijd

Exodus3,1-8a.13-15 en Lucas 13,1-9, C-Jaar

VERKONDIGING

Deze week spraken wij in het overleg van onze diaconiegroep met een paar jonge ambtenaren van de gemeente Tilburg. Met elkaar keken wij naar cijfers die door de gemeente Tilburg zijn gepresenteerd over de veiligheid en sociale situatie in de wijken Stokhasselt en Vlashof.

Ook onze parochieraad heeft zich enkele weken geleden over die cijfers gebogen. Als je die eens goed op een rijtje zet, dan zie je hoe in enkele jaren tijd de armoede in Tilburg Noord is toegenomen.
Er zijn veel meer een-ouder gezinnen, bijstandsmoeders vaak.
Er zijn veel meer mensen die moeten rondkomen van een uitkering.

De ambtenaren waar wij mee spraken, bleken onder de indruk van alles wat onze parochies doen. Van de vele, vele vrijwilligers die in onze parochie proberen de wereld een beetje beter te maken, dichtbij maar ook ver weg.
Mensen die op ziekenbezoek gaan, mensen die spreekuren bemensen,
Mensen die taalles geven, die vluchtelingen een gastvrij huis bieden,
Mensen die zorgen voor onze doden, voor een goed verzorgde begraafplaats.
Mensen die zich bekommeren over wijkgenoten die zorgen hebben of die maar ternauwernood het hoofd boven water kunnen houden.

En dat doen al die mensen niet omdat zij daar veel geld voor krijgen, of omdat wij denken dan eerder in de hemel te komen maar simpelweg, omdat mensen die  vertrouwd zijn met de verhalen die getuigen van het leven  van Jezus van Nazareth en in hem een grote inspiratiebron zien.
Die respect hebben voor al die mensen die op een andere manier tot God komen Hindoes, Protestanten, Joden, Moslims …

Een van die ambtenaren vertelde hoe hij jaren geleden had besloten om God op een veilige afstand te houden. Er gebeurt zo veel geweld in Gods naam.
Maar, zo vertelde hij, steeds meer ervaar ik dat juist in die ontmoeting met mensen, die geïnspireerd leven, ook ik zelf inspiratie vindt. En als je dan door de straten van Tilburg Noord loopt dan kun je zien hoe het hart van mensen brandt. Overal waar zij zich inzetten voor anderen.
Dan kun je soms oprecht, net als God tot Mozes zeggen: “Blijf staan en laat het tot je doordringen … Nader mij maar niet te dicht, het is niet nodig … want de grond waarop je staat is heilige grond”.
Toch brengt het ons ook tot moeilijke vragen.

Gelukkig kunnen we met elkaar vaststellen dat het steeds beter lijkt te gaan met onze wereld, dat er minder armoede is, minder terrorisme is dan in de jaren 70 van de vorige eeuw.
En tegelijkertijd zien we nog overal plaatsen waar mensen leven in schrijnende armoede, waar geen water is, geen fatsoenlijke riolering, waar nauwelijks voedsel is, geen onderwijs voor kinderen.

Op een van die plaatsen richten wij ons in deze veertigdagentijd.
Wij doen dat niet alleen hier in Tilburg, maar samen met de norbertijnse parochies; in Heeswijk, Dinther, Loosbroek, Berlicum-Middelrode, Engelen, Bokhoven, Hierden en de Abdijkerk van Berne.
Met elkaar hebben wij dit project uitgezocht.
Dit is het derde achtereenvolgende jaar dat de Godavarikolonie in India ondersteund wordt, een plaats waar norbertijnen werkzaam zijn.
Er is al veel bereikt. Er zijn huisjes gebouwd, waterputten en toiletten aangelegd en een geitenfokkerij opgezet. Maar we zijn nog niet klaar.

Met de opbrengst van de Vastenactie worden waterputten aangelegd, een bomen-  en plantenkwekerij opgezet, schoolspullen worden aangeschaft voor 147 kinderen en toiletten gebouwd voor 35 gezinnen.

India; een land vol tegenstellingen. Ontzettend rijk tegenover ontzettend arm. De helft van de bevolking is jonger dan 18 jaar, kinderen dus. Zij staan aan het begin van hun leven en hopen op een beter bestaan dan hun ouders. Welvaart is maar voor een minderheid weggelegd: in India bezit 10% van de bevolking namelijk 90% van het kapitaal. De meeste mensen zijn helaas straatarm.

In de Godavarikolonie in de deelstaat Kerala hebben mensen weinig andere keus, dan van plaats naar plaats trekken op zoek naar brood op de plank.
Zij moeten het doen met weinig voeding en  slechte huisvesting … De Norbertijnen van India zetten zich in voor deze mensen en je moet bij hen niet aankomen met het verhaal dat armoede een straf van God is, zoals de  mensen dat dachten in het verhaal dat Lucas ons verteld.

Jezus maakt korte metten met het idee dat onheil, ziekte of ellende een straf van God zijn. Jezus draait de boel radicaal om: “Geen sprake van” zegt Hij!  “Dat staat ver van de manier waarop God met mensen omgaat!” En Jezus verteld ons een verhaal om uit te leggen hoe God is.

Hij vergelijkt God met een tuinman die blijft geloven in levenskracht van zijn dorre boom, net als de herder die zijn schapen zoekt, net als de vader die verlangend uitziet naar zijn verloren zoon, zegt de tuinman: “Laat maar staan die boom”. We geven hem nog een kans en koesteren en verzorgen de boom. Hij blijft er het goede van hopen.

Die wijngaardenier is als de God van Israël, een God van geduld en van liefde zoals de God die tegen Mozes zegt: “Ik daal af uit de hemel om jullie te  bevrijden”. Het kind dat moet werken in de fabriek in India, de zieke die radeloos is van ellende.

Ons wordt het verhaal verteld van een God die het niet kan uitstaan als het niet goed gaat met zijn kinderen. Zoals de tuinman die blijft geloven in de levenskracht van zijn boom.
En een nieuwe aarde scheppen daar waar wij wonen en leven. Opdat wij met elkaar kunnen zeggen: “Kijk maar eens goed, want de grond waarop je staat, is heilige grond”!
Amen.

Thea van Blitterswijk
Participant Norbertijnen