Bidden

31 januari 2016: 4e Zondag door het jaar

Jeremia 1,4-5.17-19 en Lucas 4,21-30, C-Jaar

VERKONDIGING

Als  ik ’s ochtends mijn bril opzet en in de spiegel kijk, zie ik een vertrouwd gezicht. En ik vind ook, dat ik er nog redelijk goed uitzie. Maar … daar is niet iedereen het mee eens. Mijn vrouw valt  toch wel op dat ik rimpels heb, grijzer word en kalende ben.
De arts  waarschuwde voor de aanwezige moedervlekken en puistjes … dat ik erop moet letten dat ze niet gaan groeien. Mijn kleinkinderen hebben moeten wennen aan de baard, want dat is vreemd en bij het kusje geven kriebelt het. Zij hielden eerst dus wat afstand.
Op de luchthaven word ik kritisch bekeken, want een man met een baard, een pet en ook nog een rugzak lijkt tegenwoordig extra verdacht. En u heeft wellicht nog andere  bemerkingen over mijn aangezicht en voorkomen. Het is dus door welke bril je kijkt.

In  het verpleeghuis, waar ik werk, kom ik verschillende mensen tegen van wie velen een beperking of ziekte hebben. Als ik op hun uiterlijk zou letten en daar dan een oordeel aan moest toevoegen, dan kwamen ze er bekaaid van af. Het is voor mij  telkens een opdracht om daar doorheen te kijken. En misschien overkomt het ook u, dat u op een terrasje zittend en mensen bekijkend u zich een oordeel vormt over mensen.

Gevaarlijker en pijnlijker wordt het als jij je een oordeel vormt op grond van afkomst, geboorteplaats, studie of werk. Voor de één zal het feit, dat ik in Heeswijk heb gestudeerd een pluspunt zijn, de ander trekt zijn wenkbrauw op zegt: tja …
Ikzelf maak  daarin ook fouten en bijvoorbeeld bij politici die ik niet mag, ben ik geneigd, alles wat ze zeggen bij voorbaat te verwerpen, maar ik luister vaak al niet en hoor ook niet de zaken, die wellicht goed zijn. Dat geldt voor kerkleiders evenzeer. En in onze tijd blijken we ook vaak alle vluchtelingen op één hoop te gooien en in elke buitenlands figuur een mogelijke terrorist te zien. Door welke bril kijken wij?

‘och Mina … heb je het al gehoord … Sjaan van … is hier komen wonen. O … ja … is dat niet Sjaan van Piet en Nelly  den Bakker … ja,  en woonde die niet op de overkantsebaan? …
Ja … Tja … Oei … kijk maar uit da’s een kwaaie buurt … Nou, zoek ik maar geen contact dan blijf ik maar weg, ze zal wel … ’

Als ik naar het evangelie terugga dan overkomt Jesus in  feite hetzelfde, ‘dat is toch de zoon van Jozef?’ Ze kennen hem immers van kinds af aan als zoon van die timmerman en nu … nu komt hij met verhalen en tekens op de proppen en vertelt hun opeens, wat wel/niet … Ze accepteren niet, dat Jesus zich schaart onder de profeten. Dat past niet in hun denkpatroon, want ze kijken door de bril van vooroordelen. Hij is kennelijk niet meer één van hen en ze willen hem in feite dood maken of in elk geval: monddood.

Ik heb begrepen, dat wat het evangelie vervolgens beschrijft een vorm van executie is, een doodvonnis dat door de gehele gemeenschap samen wordt uitgevoerd. De inwoners van Nazareth vormen een dichte haag en langzaam wordt een veroordeelde vooruit geduwd tot aan en tenslotte over de rand van een afgrond. Op die manier was niemand individueel verantwoordelijk aan de dood van een mens. Het is een gemeenschappelijke actie om iemand uit de gemeenschap te stoten. Bij Jesus lukt dat niet, ‘Hij ging dwars door hen heen’ en de evangelist geeft geen uitleg.

Profeten, zoals Jeremia in de eerste lezing, worden door God geroepen om mensen terug te brengen naar de ware weg van  het geloof. Profeten treden op in tijden van verwarring. Hun oproep tot bekering behelst vaak kritiek op bestaande mistoestanden. Voor tijdgenoten zijn ze regelmatig lastposten, ontmoeten veel tegenstand en worden met de dood bedreigd.
Zo dus ook Jesus. Het begint ermee dat men niet naar hem wil luisteren, juist niet in zijn eigen vaderstad. Daar waar hij thuis is en op sympathie zou mogen rekenen, daar wordt hij nu geweerd.

Het is in mijn ogen geen verhaal dat alleen speelt in de tijd van toen, 2000 jaar geleden. Wij zijn als Christenen degenen die hem in deze tijd volgen en bij hem horen. En het evangelie waarschuwt ons in feite, dat ook wij  niet altijd geneigd zijn naar Jesus van Nazareth te luisteren. Ook nu worden we opgeroepen om ons te bekeren, maar … u en ik hebben soms een andere bril op en luisteren selectief, hebben ons oordeel al klaar. We zijn geneigd naar de verhalen te luisteren alsof het over die anderen gaat, van toen … wij zijn immers zo niet!

Het evangelie nodigt u en mij uit om te kijken met het ogen van het hart; om echt te luisteren naar wat die man uit Nazareth, in wiens naam wij zijn gedoopt en wiens  naam we dragen, ons te zeggen heeft. Het is geen softe boodschap, het kost kruim, je moet keuzes maken. Het is daarbij  ook de oproep om oprecht en met een barm-hart te kijken naar andere mensen, naar wat ze ons eigenlijk willen zeggen.

Naar vrouwen en mannen, die ons blijven aanvuren om in woord en daad naar elkaar om te zien in  barmhartigheid. Mensen met ruggengraat, die zout in de pap en licht in de wereld willen zijn. Alle mensen die opstaan en niet zwijgen, tot al het leed in de wereld is uitgebannen. En dit ongeacht uiterlijk, ongeacht afkomst. Ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik vergis me regelmatig. In de voorbereiding moest ik denken aan een man die in Zuid-Afrika  demonstreerde voor de rechten van de niet-blanken. Hij werd gezien als oproerkraaier, een man die monddood moesten worden gemaakt en heropgevoed, want hij was een gevaar voor de samenleving, zeiden ze. Vele jaren later blijkt juist  hij de redder van  Zuid-Afrika, een wijs man, één der groten der aarde en een man naar Gods hart, Nelson Mandela …
Het is dus maar door welke bril je kijkt en je laat leiden. Jesus roept ons op met Hem de weg te gaan, Hem te volgen, een profeet, de Messias.

Tot slot vertel ik u een verhaal: de verkeerde soep
Een mevrouw in een stad in Duitsland loopt te sjouwen met twee zware boodschappentassen. Zij krijgt trek in een lekker hapje en gaat een restaurant binnen. Zij zet de tassen tegen een tafelpoot en haalt een bord soep. Dan merkt zij dat zij vergeten is een lepel mee te nemen en gaat terug om er een te halen. Weer bij de soep teruggekeerd ziet zij daar een niet-blanke man van bijna 2 meter lang haar soep leeg staan te lepelen. Zij denkt: “Jij brutaal, ik brutaal”, gaat tegenover hem zitten en begint van hetzelfde bord soep te eten.  De bewuste man grijnst haar toe en schuift vriendelijk het bord een beetje haar richting in, zodat ze er beter bij kan. Samen eten zij de soep op. Dan komt het moment dat het bord leeg is. De man lacht haar nog eens vriendelijk toe en vertrekt zonder een woord te hebben gezegd. Als de vrouw ook wil vertrekken wil ze haar boodschappentassen pakken maar die zijn weg. Tot haar schrik ziet zij haar tassen staan tegen de poot van een tafeltje even verderop. Haar soep is dan al koud.

Zo zie je maar … als je niet goed kijkt en door de verkeerde bril mensen oordeelt.
Laten wij ons – in Godsnaam – leiden door Jesus Christus en ons bekeren.
Amen.

Jan Joosten