Bidden

22 november 2015: Christus Koning

Daniël 7,13-14 en Johannes 18,33b-37, B-Jaar

VERKONDIGING

Twee mensen in een volstrekt andere positie zijn met elkaar in gesprek.
De een machtig en gezeteld op een troon, de ander ogenschijnlijk afhankelijk en geboeid.

Pilatus spreekt en daagt Jezus uit, prikkelt hem, zoekt een antwoord: “Ben jij de koning van de Joden?”

Maar de vraag die hij stelt, doet niet ter zake; Jezus zelf immers liet zich niet uit over zijn koningschap, heeft zichzelf geen titels toebedeeld of toe laten bedelen …
Jezus heeft alleen maar, in zijn hele manier van doen laten zien wat God van mensen vraagt:
Zó leven dat je kunt aanvoelen wat omgaat in mensen, in al hun kwetsbaarheid, gebrokenheid.
Hij zocht ze op: mensen  aan de rand van de samenleving ook als er geen ogen op hem waren gericht,
of zoals in onze tijd, ook als de camera’s niet in de buurt waren.
Een man zo goed als God, die ons laat zien, wat je aan rijkdom, aan menszijn wint, als je probeert om, hoe lastig het ook kan zijn, eens in de schoenen van de ander te gaan staan; door de ogen van een ander de wereld in durven kijken.
Hij verzette zich tegen al die regels en wetten, tegen tradities en gewoonten die als kwetsend, soms zelfs pijnlijk worden ervaren, die het welzijn, het levensgeluk van mensen in de weg staan.

‘Mijn koningschap is niet van deze wereld’, zegt Jezus. ‘Wat de mensen over mij zeggen is niet zo van belang, belangrijk is wat zij van mij zien …’

En dan schetst Jezus een beeld van zichzelf je zou het zijn levensprogramma kunnen noemen:
“Ik ben geboren en naar de wereld gekomen om van de waarheid te getuigen en ieder die de waarheid is toegedaan luistert naar wat ik zeg …”

Is dat taal van een koning? Maar wat is dan eigenlijk koningschap? De koning veldheer uit het verleden is immers nauwelijks te vergelijken met het koningschap in onze tijd.

In onze tijd spreken presidenten en premiers van overal ter wereld tot ons. Zij zijn het die leiding geven aan onze samenlevingen.
Mannen en vrouwen in Duitsland, België, het Verenigd Koninkrijk, tot zelfs in China en de Verenigde Staten.
Deze week zochten zij, vastberaden en standvastig naar goede woorden. Zichtbaar aangedaan door de reikwijdte van zich uitbreidend terroristisch geweld. Geweld dat zich richt op mensen die geen verweer hebben, die zich niet kunnen verdedigen.

En hoe terecht is het dan als er onder hen, onder ons ook, mensen opstaan die vragen of wij toch niet willen vergeten al die mensen te gedenken en te troosten die uit angst voor dat terroristisch geweld hun huis, hun land, hun vrienden en familie hebben omhelsd en achtergelaten, op zoek naar een veilig heenkomen.

Hoe terecht is het als er mensen opstaan die ons erop wijzen dat in onze kranten nauwelijks wordt gesproken over een aanslag in Mali, waar ook een vergadering van imams en leiders van moskeeën in gijzeling werd genomen. Imams die met elkaar wilden praten over de gevaren van terroristische organisaties.

“Ik ben geboren en naar de wereld gekomen om van de waarheid te getuigen … Woorden waarin Jezus zichzelf laat kennen … Ieder die de waarheid liefheeft luistert naar wat ik zeg”.
Het zijn woorden die ons uitdagen … want wie van ons weet nu wat de waarheid is, wie van ons twijfelt nooit?
Wie van ons vraagt zich niet zo nu en dan af of wij de hele werkelijkheid wel op de juiste manier waarnemen?

Voor ons, mensen die gaan in het voetspoor van Jezus, kan niets anders dan zijn hele manier van doen ons tot voorbeeld zijn.

Wat is dan die waarheid?
Het is een vraag die niet altijd gemakkelijk te beantwoorden is … Wat wij wel weten is dat menselijke waarde komt van waarheid. Ik sluit af met een mooi verhaal over de waarheid …

God had Petrus aangesteld als bewaarder van de spiegel. In zijn onhandigheid liet Petrus de spiegel vallen en deze viel op de wereld neer in ontelbaar kleine splintertjes.
Petrus was onthutst en nijdig.
Elk mens op de aarde vond zo’n splintertje. God vond het wel goed zo.
Elk mens had een splintertje waarin ietsiepietsie van de goddelijke waarheid – zoals het in het scheppingsverhaal staat – zichtbaar werd:
Geschapen naar zijn beeld en gelijkenis. En al die mensen samen vormen samen weer die spiegel.

Misschien is dat wel een mooi beeld voor Jezus’ boodschap. Met een splinter van de spiegel in de hand zoeken de mensen elkaar weer op. Zij schurken tegen elkaar aan, omdat twee splinters al iets meer beeld geven.
Gods koninkrijk hier op aarde, alle mensen op zoek naar de andere splinter, op weg langzaam groeiend.
Over deze, naar elkaar zoekende, mensen wil Jezus zeker koning zijn.
Amen.

Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen