15 november 2015: 33e Zondag door het jaar
Daniël 7,13-14 en Marcus 13,24-32
VERKONDIGING
Intocht van Sint-Nicolaas in Tilburg
Aanslag in Parijs
Oorlog in Syrië
Vliegramp in de Sinaï
Hij komt, hij komt!
Tja, vandaag komt hij in de Piushaven van Tilburg aan, Sint-Nicolaas. Wanneer hij weer vertrokken is weten wij zeker dat hij in het nieuwe jaar terugkomt.
Wij weten het!
Of we lief of stout zijn, of er witte of zwarte pieten zijn. Wij weten dat hij komt. Geen twijfel mogelijk. Wij hebben een absoluut geloof in die goed heilig man.
En dan horen wij de Bijbelse verhalen van vandaag. Uit het oude boek worden ze ons verteld. Woorden van heel lang geleden, woorden die lijken te zeggen dat de wereld ooit aan zijn eind zal komen, woorden die zeggen dat veel mensen geen toekomst meer hebben, dat de eindtijd nabij is.
Vrijdagavond 13 november 2015 Parijs.
Om heel stil van te worden.
Maar waren wij al niet eerder stil geworden.
Beelden van een vliegtuig in de Sinaï.
Beelden van een ontwikkeld land in puin.
Beelden van duizenden mensen op de vlucht.
Veel mensen denken dat de eindtijd hier is, alles is zwart voor hen geworden. Geen toekomst.
Je zult maar met je man of vrouw en je kinderen op de vlucht zijn. Te voet door de modder, geen luier hebben om te wisselen, geen onderbroek om om te draaien.
Je zult maar over overleden mensen heen moeten kruipen om te proberen een nooduitgang te vinden.
Je zult maar op het vliegveld staan te wachten en ze zullen nooit meer komen die mensen die jij niet kunt missen.
Dan kan ik mij voorstellen dat al deze mensen denken dat het einde der tijden nabij is. Er lijkt geen toekomst meer, er is geen leven meer.
Alles lijkt zwart. Alles is zwart.
Maar dan die mensen die zomaar klaar staan. Die vrouw die jouw kind aanpakt als jij uit de boot stapt. Die 3 kinderen die snoep komen delen met de kinderen in de lange rij. Die man die komt met een stapel kleren om te delen met hem die hij niet kent.
De brandweerman die jou opvangt of zomaar iemand uit de wijk die voor je zorgt. Die hand die uitgestoken is. Dat kleine woord van troost, dat gevoel van even geborgen zijn.
Kleine gebaren als teken van nieuw leven. Als teken van toekomst, als een lichtpunt in het aardedonker. Woordeloos kunnen harten spreken, woordeloos kunnen wij elkaar verstaan. Woordeloos kan licht weer zichtbaar worden.
Dat is ook wat Jezus ons vertelt in het Marcus evangelie. Luister, voel, kijk, ruik aan het leven. Zie wat er om je heen gebeurt. Zorg dat je niet alleen leeft maar dat je deelt met die ander.
Weet dat God in ons leven kan zijn. Dat de liefde het eerste gebod is.
Sta open voor de ander want dan is nieuw leven haalbaar en weten wij dat er toekomst zal zijn over de dood heen nu.
Hij komt, hij komt.
Dat wij in ons leven kunnen blijven zeggen, Hij komt, Hij komt.
Dat wij klaar staan om te delen met die ander, alsof het elke dag Sinterklaas is.
De kinderen van Groot en Klein hebben enkele weken geleden een uitdaging aangenomen. Het verwijsspreekuur van het Ronde Tafelhuis heeft de Zeep en sop plank voor de mensen die het niet breed hebben. De kinderen van Groot en Klein hebben nu de uitdaging dat zij deze krat op kerstavond gaan overhandigen aan de mensen van het verwijsspreekuur maar dan helemaal gevuld met spullen voor kinderen. Leuke zeepjes, lekkere tandpasta, shampoo in een mooie fles.
Een teken van leven, een teken van Gods aanwezigheid.
Omdat wij van Groot en Klein zeker weten: Hij IS!
En dan onze eerstecommunicanten. Vandaag zijn ze hier in kerk. Gekomen om gekend te worden.
Ouders hebben zich uitgesproken dat hun kind mag gaan delen aan de tafel van de Heer.
Tafelgenoot, tochtgenoot, kinderen zijn van die levende God.
Ik ga hun namen noemen en vragen om te gaan staan op de bank. Zodat wij ze allemaal kunnen zien.
Laten we allen letterlijk gaan staan zodat onze kinderen opgenomen zijn in onze kerkgemeenschap, zodat wij aan de wereld kunnen laten zien dat wij niet weglopen voor angst en haat, voor pijn en verdriet.
Nee wij blijven, wij staan: WIJ ZIJN.
Wij zijn die kinderen van die God die wij noemen Vader Zoon en Heilige Geest.
Amen.
Jan Claassen, participant Norbertijnen

