Bidden

07-06-2015 (B) Sacramentsdag en St. Norbertus

7 juni 2015: Sacramentsdag en St. Norbertus

Exodus 24,3-8 en Marcus 14,12-16.22-26, B-Jaar

VERKONDIGING

De eerste levensbeschrijving van St. Norbertus werd geschreven rond het jaar 1160.
Het verhaal begint als volgt:

‘In het jaar 1115 na de geboorte des Heren, toen Paus Paschachius de katholieke kerk bestuurde en Hendrik de Jongere keizer was, leefde in de stad Xanten een beroemd man, Norbert, een afstammeling van de Franken en de Salische Germanen.
Hij was opgenomen in de geestelijke stand, subdiaken van rang en reeds op middelbare leeftijd. Wat zijn voorkomen en lichaamshouding betreft, was hij door de natuur rijkelijk begiftigd. Hij muntte uit in wetenschap en welbespraaktheid, door zijn verfijnde omgangsvormen maakte hij zich bemind bij allen die hem kenden’.

Onze ordes stichter, St. Norbertus, was kennelijk geen domme man, beschaafd en volgens zijn biografen was het niet alleen plezierig om naar hem te luisteren, maar ook nog eens om naar hem te kijken.
Norbertus, de man die hier vandaag op een ereplaats staat.

Dit weekend vieren norbertijnse gemeenschappen wereldwijd zijn sterfdag, 6 juni in het jaar 1134. Eeuwen na zijn dood zijn overal ter wereld abdijen en gemeenschappen te vinden waar zijn volgelingen bidden, wonen en werken.

Toen ik u zojuist voorlas uit die allereerste levensbeschrijving is u wellicht opgevallen dat het boek begon met de woorden: In het jaar 1115 … precies 900 jaar geleden dus …
Het boek begint niet met zijn geboorte- of sterfdatum, maar met het jaar van zijn bekering. Norbertus leidde aanvankelijk een losbandig leven: “Zonder vrees des Heren”.
Maar in dat jaar 1115 gebeurde het op zekere dag dat Norbertus zich met een reisgenoot naar Vreden begaf, net over de grens in Duitsland bij Winterswijk. Daar werden zij getroffen door een zwaar onweer. Norbertus viel van zijn paard en uit de hemel troffen hem de woorden van Psalm 34:

‘Mijd het kwade, doe het goede,
zoek naar vrede, tracht die te veroveren’

Die stem uit de hemel sprak kennelijk niet tegen dovemans oren. Norbertus was diep onder de indruk trok een boetekleed aan en veranderde zijn leven radicaal. Hij meldde zich bij een bevriende abt en werd nog in hetzelfde jaar 1115 priester gewijd.
En daar wordt ons nog een klein, maar wel heel kenmerkende gebeurtenis uit zijn leven overgeleverd: na afloop van de hoogmis waarin  Norbertus voor het eerst was voorgegaan ging hij naar het portaal van de kerk en sprak daar met de gelovigen in hun eigen taal en moedigde hen aan om het eeuwige geluk te zoeken …

De Middeleeuwen waarin Norbertus leefde waren woelige en weerbarstige eeuwen; Kerk en keizer waren met elkaar in conflict. West-Europa bestond voor een belangrijk deel uit woest land dat heel voorzichtig werd ontwikkeld, de eerste steden en de handel kwamen tot ontwikkeling. Mensen leefden in vrees voor God én voor de duivel.
De levensbeschrijvingen van Norbertus zijn dan ook doortrokken met verhalen waarin de strijd tussen God en duivel, tussen goed en kwaad een grote betekenis hebben.

Ons wordt verteld hoe Norbertus door het woeste West Europese land mensen aan zich wist te binden door de wijze waarop hij het Woord verkondigde. De opdracht om vrede tot stand te brengen heeft hij zich kennelijk ter harte genomen: meerdere verhalen zijn bekend hoe Norbertus mensen bewoog om conflicten bij te leggen en ruzies op te lossen …
Om die reden wordt Norbertus vaak ‘apostel van de vrede’ genoemd. Vrede tot stand brengen en liefde doen groeien, dat is immers de kern van het Evangelie dat door Norbertus  niet alleen radicaal werd verkondigd, maar ook radicaal werd geleefd.

In Prémontré, in Noord Frankrijk, stichtte Norbertus zijn eerste klooster, maar al snel vervolgde hij zijn weg. In Maagdenburg werd hij aartsbisschop en daar overleed hij. In zijn naam zijn velen hem gevolgd in de orde van Prémontré, overal ter wereld vinden wij zijn abdijen, plaatsen waar mannen en vrouwen in gemeenschap samen proberen te leven en daarbij het Schriftwoord als richtlijn nemen.

In de lezingen van vandaag staat een belangrijk woord centraal, een woord dat ongetwijfeld ook door Norbertus en zijn metgezellen vaak zal is gebruikt als hij predikend door het land trok: Verbondenheid.
En daarbij gaat het om verbondenheid die kan groeien met God en tussen mensen onderling.  Maar daar is iets voor nodig … daar doemt een ander belangrijk woord op: Ontmoeten.
Werken collega’s niet het best met elkaar samen als zij tijd nemen om elkaar te leren kennen, elkaar ook werkelijk te ontmoeten.
In families, op  het sportveld, op scholen en natuurlijk in parochies en religieuze gemeenschappen,
voel je het, ervaar je het overal waar mensen tijd en ruimte maken  om te investeren  in de relatie met de ander. Ontmoeten krijgt kans als je bereid bent om je oordeel op te schorten tot je  écht tijd hebt genomen om de ander te verstaan.

Voor vriendschap, voor iedere band in verbondenheid, is het voorwaarde dat je bereid bent om jezelf van een kwetsbare kant te laten zien.  Het gaat er dan immers om dat je thuis kunt zijn bij elkaar, dat je mag zijn wie je ten diepste bent …

Vandaag, op Sacramentsdag, feestdag van Norbertus, horen we in de lezingen dat God óns wil ontmoeten en met ons verbonden wil zijn. En terwijl wij in onze tijd nogal eens zeggen dat we allemaal Godzoekers zijn, hopen wij toch … diep van binnen, dat God ons allang gevonden heeft.
God houdt immers van ons vóór dat wij hem leren kennen! Als wij iets hebben geleerd van Gods zoon hier onder ons, dan zou het dat toch moeten zijn.

En steeds opnieuw leren wij hoezeer de gelovige joodse man, die  Jezus was,  die ontmoeting met God voor ons heel levend wil maken. God bevestigt keer op keer zijn verbondenheid met ons, zelfs in zijn eigen Zoon.
We horen het wanneer, zoals in de Exoduslezing van vandaag, ook Jezus zegt, als hij bij zijn laatste paasmaal de beker rondgeeft:
‘Dit is mijn bloed, dat vergoten wordt voor velen’,
Daar stelt Hij heel zijn leven, zijn lichaam en bloed, in het teken van het verbond van God met de mensen begonnen is.  Zo wordt zijn afscheidsmaal met zijn vrienden een verbondsmaaltijd.

Dat betekent dat de leerlingen geen vrijblijvende, passieve toeschouwers kunnen zijn, maar bondgenoten werden: alles wat hij heeft gezegd zullen zij zich ter harte nemen. Zo willen ook wij bondgenoten zijn, mensen die van godswege zijn bestemd om: ‘het aanschijn van de aarde te vernieuwen’.
Eucharistie vieren is dát bondgenootschap vieren, bevestigen en vernieuwen.
Voor Norbertus, de apostel van de vrede, was de verbondsmaaltijd, het vieren van de eucharistie heilig. Zó heilig dat hij vaak wordt afgebeeld met een kelk in de hand.

Betekent het dat ook wij, net als Norbertus in zijn tijd, apostelen willen zijn van de vrede?
Dat wij er willen zijn waar mensen overal ter wereld, roepen om brood en vrede?
Dat wij willen opstaan waar misbruik van macht wordt gemaakt,  waar corruptie en wanbestuur hoogtij vieren.
Willen wij er zijn voor die honderdduizenden gezinnen die leven onder de armoedegrens? Voor mensen op zoek naar troost en houvast in tijden van radeloos verdriet?

Onze verbondenheid kan tastbaar en voelbaar worden wanneer wij hier rondom de tafel samen het brood breken en de beker drinken.
Onze verbondenheid krijgt handen en voeten wanneer wij buiten het kerkgebouw ook op maandag, bondgenoten van, maar misschien nog meer, vóór elkaar willen zijn.
Zoals Norbertus en zijn volgelingen leefden in hun tijd, mogen wij het doen, in ónze straat, in onze dagen, in de woelige wereld van vandaag.
Amen.

Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen.