Bidden

26-04-2015 (B) 4e Zondag van Pasen

26 april 2015: 4e Zondag van Pasen

Handelingen 4,8-12 en Johannes 10,11-18, B-Jaar

VERKONDIGING

Zomaar ineens kwamen zij de wereld van het Ronde Tafelhuis binnen, twee jonge vrouwen uit onze stad, werkzaam in een grote organisatie. Zij hadden een vraag en er volgde meer …

Een paar dagen later stonden zij bij ons op de stoep, met een flinke groep jongeren, sommigen meer kinderen, zo’n beetje tussen 14 en 18 jaar. Ze zochten ruimte vertelden ze, ruimte om een paar keer per week samen te komen om te bidden.
Hun verhaal bleek te bestaan uit kleine verhaaltjes die samen deel uit maken van een groot verhaal, heel groot. Het 8 uur journaal denderde binnen …

De jongeren wonen sinds kort in Nederland en komen uit Eritrea. Wanhopig en bang hebben hun ouders besloten dat zij het land uit moesten. Ze kwamen op boten over de Middellandse zee. 
Uit die ene vraag om ruimte volgden er meer …

Kennen jullie misschien mensen hier in de wijk die een van die jongeren wat onder de hoede wil nemen, een beetje wil helpen om zich thuis te voelen,  een maatje …
Ze zijn zo alleen hier en wat zou het goed zijn als er wat mensen zijn die zich een beetje om hen bekommeren …

In de afgelopen week volgden momenten van verbazing en van ontroering. Met hulp van twee fantastische vrijwilligers, iemand uit onze parochie en een Somalische man, konden we deze jongeren snel ontvangen; en vorige week vrijdag klonk voor het eerst hun gezang in de grote ruimte van het Ronde Tafelhuis. 
Christen zijn deze jongeren, lid van de Eritrees ortodoxe kerk, een van de oudste kerken die wij kennen, geboren in de tijd van de allereerste oecumenische concilies in de vierde eeuw.

Jonge gelovige christenen uit een andere wereld naar ons gekomen, opgevangen door twee jonge vrouwen die perfect aanvoelen dat het troost en bescherming kan bieden als je thuis bent in jouw eigen religie. Immers … Gods genade is toch gegeven voor alle mensen!
De ervaring met deze jonge mensen, kan ons misschien helpen om beeld van vandaag, op een heel actuele manier te kunnen verstaan …

Jezus, de Goede Herder, een man die zo dicht bij God staat, een beeld dat het prachtige pastorale werkwoord ‘omzien naar elkaar’ oproept, dat betekenissen oproept als elkaar van binnen en van buiten kennen, zoals Jezus zijn schapen kent …
Immers, soms moet jij, soms moet ik de herder zijn …

De herder kent zijn schapen, niet zoals; O ja, die ken ik wel … ken jij die ook? Maar écht kennen, weten wat in elkaar omgaat opdat solidariteit een plaats mag hebben.
Vertrouwen en bekommernis, dáár gaat het om als de herder zijn kudde leidt, niet één schaap immers mag achterblijven! Niet één mens mag verloren lopen!
De Herder die wij kennen uit psalm 23: De heer is mijn herder, mij ontbreekt het aan niets,
eens zal ik thuiskomen bij Hem …

Goede Herders, we spreken dan niet alleen over mensen die het 8 uur journaal halen. Immers … overal onder ons leven mensen die geïnspireerd zijn door dit verhaal, geen heiligen of onaanraakbare grootheden, maar gewone mensen, die leven vandaag en temidden van ons.
Mensen die leven naar de woorden zoals Johannes die voor ons heeft bewaard, die de daad bij het woord voegen en herder zijn voor elkaar als dat nodig is.

Jezus gaf zijn leven voor zijn schapen, zo hoorden wij vandaag. In de Naardense bijbel, een vertaling die heel dicht bij de oorspronkelijke tekst staat, horen we hoe Jezus zegt: “Ik ben de góede herder”;
de goede herder zet lijf-en-ziel  in voor de schapen …

Ik ben de goede Herder zegt Jezus, ik ken de mijnen en de mijnen kennen mij, en ik zet lijf-en-ziel in voor de schapen, nog andere schapen heb ik die niet van deze hof zijn; ook die moet ik omhoog leiden …
Woorden die indruk maken in een tijd als de onze.

De Goede Herder zet ‘lijf-en-ziel’ in voor zijn schapen, ‘lijf-en-ziel’ het is bij Jezus één woord …
wat leeft in de ziel, wordt zichtbaar in wat het lichaam doet en vermag, wat leeft binnen in ons, ons geloof, onze hoop en onze liefde, blijkt uit de manier waarop wij in het leven staan …

Opgeroepen worden wij om Goede Herders te zijn, en velen van ons, de meesten misschien wel,
beantwoorden die oproep iedere dag positief, kijk maar eens rond …
Zo velen van ons bekommeren zich niet iedere dag om het eigen gezin, om ouders en grootouders, om familieleden die mantelzorg nodig hebben.
Mensen die werken in het onderwijs en lijf en ziel inzetten om leerlingen vooruit te helpen.
Velen van ons kijken om naar de oudere buurman of buurvrouw of helpen als vrijwilligers in wijkcentra, in scholen, of vangen jonge vluchtelingen op, bezoeken zieken of hebben een vriendelijk woord voor ieder die dat horen wil.
Het verhaal van de twee jonge begeleidsters van kinderen uit Eritrea is indrukwekkend. Hun oproep om hulp klinkt na … ken je mensen die maatje willen zijn?

Ik ben de Goede Herder zegt Jezus, …  en ik zet ‘lijf en ziel’ in voor mijn schapen.
Wat goed om te ervaren dat zovelen onder ons, en iedere dag opnieuw aan ons die vraag …
Amen.

Thea van Blitterswijk
Participant Norbertijnen