Preek op de 2e Zondag van de Veertigdagentijd

Zondag 28 februari 2021, jaar A
Door: abt Denis Hendrickx o.praem.
Lezingen: Genesis 22,1-2.9a-10-13.15-18; Romeinen 8,31b-34; Marcus 9,2-10

De woorden uit de verhalen van Genesis en het Marcus evangelie zouden ons er misschien toe kunnen aanzetten om te achterhalen wat er allemaal precies gebeurd zou zijn en vooral hoe. Ik denk dat we dat eigenlijk maar niet zouden moeten doen. Daar gaat het volgens mij  in de bijbel op de allereerste plaats niet om. We zouden ons wel kunnen afvragen wat de Bijbelverhalen betekenen ook en vooral in deze – onze – tijd. Hoe worden mensen met Corona zo zwaar beproefd?  Hoe komen mensen klaar met hun geloof in een God die zorg draagt voor mensen? Hoe kan toekomst levend gehouden en werkelijkheid worden als een virus de kop blijft opsteken, als mensen moeten leven in diepe ellende zoals een groot deel van de bevolking van India, waar in deze tijd onze bijzondere aandacht naar uitgaat.

Het verhaal van Abrahams beproeving roept heel wat vraagtekens op: heel wat beproevingen van het leven zelf, van ons geloof. Hoe is het mogelijk dat een virus zo maar dagelijks leven nagenoeg lam legt? Hoe is het mogelijk dat een ziekte zo maar onze gezondheid aantast en dat er zelfs geen hoop op genezing meer is? Hoe is het mogelijk dat een kind verongelukt onderweg naar school? Een jong leven zo maar ineens afgelopen. Hoe is het mogelijk dat de ene mens de ander ombrengt en dan ook zichzelf nog van het leven wil beroven? Hoe is het mogelijk dat  regimes hun onderdanen uitmoorden ? Hoe is het mogelijk dat een volk eeuw na eeuw vervolging moest verduren en dat er zoveel miljoenen joden werden afgeslacht?

En het gaat maar door: ieder van ons kan het rijtje nog aanvullen met voorbeelden. Ja, als ik naar de wereld kijk, dan weet ik soms geen raad met een God die erin voorziet. Waar is die zorgzame en liefdevolle God bij rampen, bij oorlogsgeweld, bij de bestrijding van de heersende pandemie. Wat ik wel weet is dat in de naam van God mensen bereid zijn tot grote offers, dat God krachten in mensen wakker roept die uitstijgen boven ons kortzichtig eigenbelang. Ik weet dat God mensen roept om te gaan naar waar het moeilijk is.

In deze veertigdagentijd worden we herinnerd aan geloofsdaden uit het verleden. Het verhaal van de binding van Isaac is daarvan zeker een voorbeeld. De veertigdagentijd vraagt om bezinning en om actie bij het zien van zoveel nood in de wereld. De veertigdagentijd is een uitdaging om iets te doen aan solidariteit met minderbedeelden. We kunnen velen een helpende hand bieden om een nieuw bestaan op te bouwen. De kunstenaar van het hongerdoek dat hier voor de altaartafel is geplaatst toont in abstracte zwarte lijnen een röntgenfoto van een voet, die op verschillende plaatsen gebroken is. Het is de voet van een mens die tijdens een demonstratie in Chile door politiegeweld gewond is geraakt. Het beeld van deze gebroken voet staat symbool voor alle plekken  waar mensen geweld wordt aangedaan, waar mensen vertrapt en gebroken worden. Met de afbeelding in lijnen wil de kunstenaar van deze hongerdoek de hoop delen dat een betere wereld mogelijk is als we samen verantwoordelijkheid nemen voor elkaar. In die hoop sluit ze niet haar ogen voor de harde realiteit: in deze hongerdoek staat de spanning tussen het lijden en de hoop op een beter leven centraal.

Een veertigdagentijd is er vooral om bedoeld om meer en beter zicht te bieden op ons eigen leven en op dat van de wereld. Een bijzondere tijd waarin we meer dan gewoon de moeite zouden kunnen nemen om ons te verdiepen. Ook Jezus zocht plaatsen en tijden van bezinning. De dialoog met zijn vader was voor Hem onmisbaar. Voor ons toch ook?

Hebben we niet allemaal perspectief nodig om ergens voor te werken, om te weten waar we voor leven. Zo’n perspectief hadden de drie leerlingen – Petrus, Jacobus en Johannes –  op de berg. Maar ze kunnen daar niet blijven. Ze worden teruggestuurd, de berg af, naar beneden, naar de akker van het gewone leven om waar te maken wat ze op de berg hebben gezien. Jezus nam hen mee om hen door dit visioen te bemoedigen. Jezus wist zich gesterkt door Mozes en Elia. Zij bevestigden hem in zijn toekomstverwachtingen voor een nieuwe wereld. Ook voor ons geldt dat we de weg van het geloof niet alleen hoeven te gaan. De versiering naast de altaartafel verbeeldt  symbolisch het evangelische gebeuren van vandaag. Door alle moeilijkheden heen mogen ook wij vasthouden aan de droom van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Mogen we daarbij iets meedragen van het standvastige geloof van Abraham, de vader van alle gelovigen. Mogen we de offerbereidheid hebben om ons leven in te zetten voor een betere wereld zoals Jezus dat deed. Dan draagt het licht, dan komt Pasen werkelijk meer en meer dichterbij.