Preek op Tweede Kerstdag, Feest van de H. Stefanus

Zaterdag 26 december 2020, jaar B
Door: prior Frank van Roermund o.praem.
Lezingen: Handelingen 6,8-10;7,54-60; Matteüs 10,17-22

In deze moeilijke tijden waarin velen te lijden hebben onder het corona-virus, hebben we allemaal – méér dan andere jaren – behoefte aan geborgenheid, aan licht en warmte, aan troost en nabijheid, aan een hoopvol perspectief. De romantische idylle in de Kerstnacht met het authentieke Kerstverhaal van Lucas hebben wij allen slechts in afgeslankte vorm kunnen ervaren… De kerken moesten – uit voorzorg tegen besmettingen – gesloten blijven voor u, kerkbezoekers. Gelukkig dat toch velen hebben kunnen meevieren via de live-verbinding over het internet.

Gisteren, op het hoogfeest van Kerstmis, vierden we plechtig, in poëtische, mystieke bewoordingen van de evangelist Johannes, de menswording van Gods Woord in ons midden, ofwel, in toegankelijker taal: Gods tastbaar binnentreden in onze wereld in een mens van vlees en bloed: Jezus.

En nu vandaag dan de koude douche… Weg romantiek, weg poëtische mystiek, maar de rauwe realiteit van de vaak zo harde wereld waarin we leven… In de eerste lezing hoorden we zojuist over de weerstand die Jezus’ Blijde Boodschap bij sommigen kennelijk oproept en waarvoor Hij al had gewaarschuwd. Stefanus wordt om zijn getuigenis van Jezus als de Christus gestenigd… Hij, Stefanus, zal de geschiedenis ingaan als de eerste die omwille van zijn geloof in Jezus wordt doodgemarteld. Na hem zullen in die eerste eeuwen nog vele christenen worden vervolgd onder de diverse wrede Romeinse keizers, zoals Nero en Diocletianus. En die vervolgingen gaan – nu ook op ándere plaatsen op aarde – door tót op de dag van vandaag…

Hoewel de moord op Stefanus een rauw verhaal is dat een eerlijke kijk geeft op de realiteit van alle dag, gloort hier toch óók iets moois, iets héél belangrijks: Stefanus liet zich niet verleiden tot blinde haat, maar sprak: ‘Heer, reken hun deze zonde niet aan’. Hiermee doorbrak hij de keten van haat door liefde en barmhartigheid. Zó is Stefanus de weg van Jezus gegaan, ten einde toe volhardend. Hij vergééft zijn moordenaars en bidt voor hen.

Ik realiseer me dat dit voor ons, gewone stervelingen, raakt aan het onnavolgbare. Maar toch: we mogen op Jezus’ belofte vertrouwen dat volharding in de liefde tot het uiterste – dus ondanks alle tegenslag en tegenwerking – leidt tot geluk. Júist in deze heftige en verdrietige coronatijd worden we ons – misschien meer dan ooit – hiervan bewust: welhaast dágelijks zien en ervaren wij hiervan eigentijdse, hartverwarmende voorbeelden.