Preek op de 27e Zondag door het jaar

Zondag 4 oktober, jaar A
Door: Joost Jansen o.praem.
Lezingen: Jesaja 5,1-7; Filippenzen 4,6-9; Matteüs 21,33-43

Onze zusters norbertinessen van Oosterhout hebben net als de landeigenaar uit het evangelie een wijngaard aangelegd. Zij hebben het risico aangedurfd en genomen. Ze weten van te voren dat er goede en slechte jaren zullen zijn. Ze wisten niet dat ze door Covid-19 met 20.000 flessen zouden blijven zitten. Maar de heilige Geest heeft een handje geholpen en de flessen zijn verkocht. Ik bewonder deze zusters met hun toekomstproject: het risico aandurven, geloven dat de heilige Geest met hen zal zijn en heel dichtbij hun eigen charisma blijven: de Blijde Boodschap leven en uitdragen.

Er kan ook iets anders gebeuren, zo horen we in het evangelie. Hebzucht en jaloezie die zich vertalen in agressie. In plaats van zich te gedragen als goede rentmeesters, willen ze zelf eigenaar zijn en ze eisen de wijngaard voor zichzelf op. Hoe klein is de stap van verantwoordelijke zorg voor anderen naar een bezitterige houding voor jezelf alleen. ‘Ik heb dit nodig!’, zei iemand me en zij ging haar eigen weg. Is ze gelukkig geworden? ‘God hoopte op recht: en zie het was onrecht; betrachten van recht: het was verkrachten van recht’, hoorden we in de prachtige parabel uit de profeet Jesaja. Hoe kan het zo ver komen? Hoe komt het vandaag zo ver? Want laten we niet vergeten: ook vandaag gaan we onverantwoord om met de wijngaard die ons is toevertrouwd.

Paus Franciscus heeft vijf jaar geleden een encycliek doen uitgaan ‘Laudato Si’: over het goed omgaan met ons ‘gemeenschappelijk huis’. Gisteren is er een andere encycliek verschenen: over het goed omgaan met elkaar als broeders en zusters. Die twee insteken horen natuurlijk bij elkaar. Eigenlijk gaat de harmonische omgang tussen mensen vooraf aan die omgang met de schepping. Voor een snellere groei is het misschien raadzaam te beginnen bij een gezamenlijk zorg voor de schepping en in de gezamenlijke aanpak groeit dan de broeder- en zusterschap. Een soort pauselijke pedagogiek…

Maar nogmaals de vraag: waarom gaat het zo vaak fout en wat kunnen we ervan leren? Eigenbelang, dat denk ik. Ik doe dit en dat vind ik het beste. Geestelijk autisme zou je het ook kunnen noemen. ‘Me first’ om maar de slogan van een politicus te parafraseren. Terwijl het zoveel meer ontspanning en vreugde geeft als je met elkaar optrekt, elkaar dient. Laten we niet vergeten dat het beeld van de wijngaard staat voor een gemeenschap, een volk, het volk van God mogen we zeggen vanuit onze Bijbelse achtergrond. Jezus heeft een voorliefde voor dit beeld. Hij is de wijnstok heeft Hij elders gezegd, wij de ranken. Samen maken we de wijngaard. De ranken kunnen niet zonder de stam, de stam niet zonder de ranken. Dit maakt de harmonie van een gemeenschap.

Maar zo simpel is het niet. Het bijhouden van de wijngaard is een lastig karwei. Je moet geregeld snoeien want een twijg kan wel tien tot vijftien centimeter per dag groeien. Je moet goed in de gaten houden hoeveel knopen aan iedere kant van de stam je laat zitten: tweemaal zes, dat wordt dus twaalf. Ik hoef u niet te vertellen dat ook het getal twaalf een grote symboolwaarde heeft, de twaalf apostelen, de twaalf stammen van Israël. Ook hier: gemeenschap, volk van God. Het werken aan de wijngaard vraagt om dagelijkse dienstbaarheid. Alleen je eigenbelang nastreven, is niet vruchtbaar. Het gaat om het samen, om het erkennen dat die wijngaard je ‘slechts’ is toevertrouwd. En dat het met een beetje vertrouwen werken beter is dan het opeisen van iets wat niet van jou is, zoals bij de wijnbouwers uit het evangelie.

Onze zusters van Oosterhout hebben een goede keuze gemaakt. Een inspirerende keuze ook. Je kunt niet om de wijngaard heen als je er middenin woont. Maar ook wij kunnen niet om onze wijngaard heen: dat zijn de mensen die ons omringen, onze buurt, onze streek. We komen ze dagelijks tegen. Samen vormen we die ‘wijngaard van de Heer’. Als we zo kijken naar en reageren op alle ontmoetingen van deze week, zal er dan iets veranderen in onze omgang met elkaar?