Preek op de 24e Zondag door het jaar: Ziekenzondag
Zondag 13 september 2020, jaar A
Door: abt Denis Hendrickx o.praem.
Lezingen: ‘Jij mag en zijn’ (Marinus v.d. Berg) en Lucas 10,30-37
Op deze zondag staan we heel nadrukkelijk stil bij zieken en ziek-zijn. Een thema dat ons in de afgelopen maanden, eigenlijk al vanaf de jaarwisseling, meer dan gewoon heeft beziggehouden. Op deze zondag een stilstaan als jaarlijkse traditie. En het gaat er om wat Jezus ons voorhoudt, heeft willen leren. Zorg dat mensen die ziek zijn, of beperkt in hun mogelijkheden niet geïsoleerd raken, aan de kant van de weg, aan de kant van de samenleving worden achtergelaten. Zorg dat ze, als het enigszins kan deel kunnen nemen aan het gewone leven.
Op de website van onze nationale vereniging ‘De Zonnebloem’ staan ontroerende verhalen over geweldige ervaringen waardoor de pijn even wordt vergeten. En hoe fantastisch het is, wanneer men oog heeft voor de mogelijkheden van iemand en niet voor de beperkingen. Tussen de regels lees je over de last en de pijn die mensen ervaren. Hoe ze opboksen tegen beelden die anderen van hen hebben, over hoe zieken zich zouden moeten gedragen. En hoe pijnlijk het is als anderen je leven gaan bepalen en voor jou gaan denken. Niet alle goede bedoelingen pakken even goed uit.
En dan komt er nog zo nadrukkelijk bij dat we als samenleving te maken hebben met vele veranderingen in de zorg. Wat betekent de grote aanslag welke vooral in die afgelopen maanden is gepleegd op al die noeste werkers in de zorg en dat alles zonder structurele verbeteringen in de arbeidsvoorwaarden? Hoe zal het gaan met ouderen die langer thuis moeten wonen, mensen die eigen bijdragen niet kunnen betalen, mantelzorgers die overbelast raken.
En dan zijn er de woorden die vandaag in de beide lezingen zo nadrukkelijk hebben geklonken. ‘Je mag er zijn’ schetste de eerste lezing. En wat in het evangelie opvalt is dat Jezus vraagt: Wat staat er in de wet en wat lees je daar? Met andere woorden: ‘Hoe lees je wat er staat?’ Dat wil zeggen: ‘Met welke bril kijk je ernaar? ‘Kun je er iets mee doen? ‘ De vraag raakt ook ons. Ook aan ons stelt Jezus de vraag: ‘Hoe lezen jullie dit verhaal? Kunnen jullie ermee uit de voeten? ‘Hebben wij bewust gekozen voor één bepaalde bril te midden van andere brillen. Kunnen en durven we dit verhaal naar onze eigen situatie toe te buigen en er werkelijk iets mee te doen?
Het verhaal leert ons duidelijk dat het er bij godsdienstigheid niet om gaat de leer in ere te houden en intussen de mensen te laten creperen. De priester gaat voorbij en de leviet gaat voorbij. Alleen de Samaritaan doet het anders. Het wordt ons duidelijk gemaakt dat je naasten niet hebt, maar dat je er voor kunt kiezen al of niet de naaste van de ander te worden. Naasten zijn je dus ook niet gegeven, nee, naasten worden ook door jou gemaakt. Hoe doe je dat, iemand tot je naaste maken? Ik denk – door het met het verhaal van Jezus te zeggen- door de accepteren dat de ander bij jou neerknielt, met jou meelijdt en barmhartig voor je is. En dat is niet zo eenvoudig. We laten ons niet zo graag helpen. Afhankelijk zijn van een ander is moeilijk De ander wil je graag helpen, maar jij moet het van jouw kant ook willen accepteren. Als je dat kunt, dan krijg je een naaste. De vraag is steeds…..mogen mensen werkelijk iets voor je betekenen, laat je het toe dat ze je de helpende hand bieden? Ons wordt vandaag een duidelijke vraag voorgehouden: Heeft die Samaritaan een volgeling, iemand die in zijn voetsporen treedt? Jezus vraagt het ons vandaag. ‘Ga,’ zegt hij, ‘en doe jij evenzo’. Je hebt geen naasten, maar het is je opdracht om de naaste van de ander te worden en om de ander tot jouw naaste te maken. Je hebt ze niet, je moet ze maken.
Iemands naaste willen en kunnen zijn, het was soms de allergrootste uitdaging in de afgelopen maanden. Ondanks goede zorg en aandacht op afstand, is en was lichamelijk en geestelijk lijden niet te voorkomen. Velen kregen er mee te maken binnen de eigen familiekring of in de kring van vrienden en bekenden. Er moest afscheid genomen worden van geliefden, wijzelf of dierbare naasten werden ziek, en soms in zeer ernstige mate.
Hoe vaak heeft in de afgelopen maanden niet geklonken: ‘Wij doen het samen ‘, wij gezonden en zieken, wij volop in het leven en wij die wat meer aan de zijlijn staan, wij die nog veel kunnen doen en wij die nogal wat beperkingen hebben, we doen het samen, we laten niemand aan zijn lot over, we doen het samen om samen ons leven zinvol en plezierig te maken.
We doen het samen is de oproep welke al veel heeft geklonken en voorlopig zeker nog nadrukkelijk zal moeten klinken. Op een afstand blijven, elkaar niet uit het oog verliezen. De handen figuurlijk in elkaar slaan om samen aandacht en zorg te schenken aan allen die het op de een of andere manier moeilijk hebben: ziek van lichaam of ziek van geest.
De Samaritaan vroeg zich niet af of de reiziger die hij halfdood aantrof, paste binnen zijn definitie van ‘naaste ‘. Hij zag dat de man langs de weg in nood verkeerde, en dat hij – een Samaritaan – op dat moment de naaste was, en hij kwam in actie. Niet ik maak uit wie mijn naaste is, maar het leven maakt uit van wie ik de naaste ben.

