Preek op het Hoogfeest van de H. Norbertus

Zaterdag 6 juni 2020
Door: abt Denis Hendrickx o.praem.
Lezingen: Sirach 50,1-13a; Romeinen 12,1-8; Matteüs 25,14-30

De parabel van de talenten uit het Matteüs-evangelie van deze dag is de derde van deze evangelist over waakzaamheid. Een  heer die op reis gaat – wie weet voor hoe lang, zo ging dat  immers in die dagen en zo ondervond dat ook Norbertus die regelmatig onderweg was – verdeelt zijn geld onder drie dienaren. Het is de bedoeling dat zij er mee werken zolang hij weg is. Wanneer hij terugkomt, moeten zij er rekenschap van afleggen. Deze parabel wordt met name gelezen op de voorlaatste zondag van het kerkelijke jaar. Matteüs maakt duidelijk waar het om gaat bij het wachten op de wederkomst van Christus. Het gaat er om stap voor stap het rijk Gods te verwerkelijken. Waakzaamheid is nodig om te zien en te doen. Niet alleen geduldig wachten op de parousie, en nog minder verlamd wachten op het oordeel. In de tussentijd werken met je talenten en je talenten ontwikkelen voor het rijk, op jouw manier.

De Schriftwoorden roepen idealen in ons wakker. Zo heeft ieder van ons talenten, kwaliteiten, gaven gekregen. Soms is het voor iemand vanzelfsprekend dat er goed geluisterd kan worden. Een ander is goed in het geven van leiding waardoor alles ordelijk verloopt. Weer een ander weet dat hij de gave heeft om mensen op te beuren of een groot thuisgevoel te bieden door nadrukkelijk zorgend aanwezig te zijn. De Schriftwoorden willen ons vandaag opbeuren. Wie oprecht leeft en omgaat met anderen wordt gewaardeerd. God kijkt met de ogen van het hart en wil weten of we onze talenten hebben gebruikt om anderen een beetje vooruit te helpen in het leven.

De woorden welke zojuist geklonken hebben zijn een en al uitdaging om de handen in elkaar te slaan, om met elkaar op te trekken, om elkaar te vertrouwen en ruimte te geven. Dat geldt voor het dagelijks leefverband binnen relaties van welke aard ook of het nu om twee personen gaat of om een religieuze gemeenschap, of het nu om de kerngemeenschap gaat of om een kring van verbondenen; dat geldt voor plaatselijke geloofsgemeenschappen, voor burgerlijke gemeenten en ga zo maar door.

Matteüs en Paulus spreken bemoedigende woorden  met het oog op waarachtig samenleven. Het zou me niets verbazen als Norbertus deze woorden ook met een zekere regelmaat heeft laten klinken om zijn ideaal kracht bij te zetten. En nog steeds wordt de naam van onze stichter met respect en bewondering uitgesproken en is dat niet te danken aan het feit dat Norbertus in het Franse Premontré een gemeenschap van Godzoekende mannen en vrouwen bij elkaar bracht. Uit die gemeenschap is onze kloosterorde ontstaan en we maken ons op om volgende jaar de 900e verjaardag te gaan vieren.

Wie was deze wonderlijke en avontuurlijke man, die op zijn tijdgenoten zo’n diepe indruk maakte en toen al een ‘Europeaan’ was, eeuwen voor dat begrip werd gelanceerd in Straatsburg en Brussel? Norbertus was een Godzoeker in tijden van verandering, iemand die zocht naar nieuwe vormen voor een geïnspireerd leven, een leven dat aangeraakt is door God en door de uitdaging van het evangelie. Die zoektocht geeft zijn levensverhaal, ondanks de afstand van bijna negen eeuwen, een verrassend actuele betekenis voor nu. In deze dagen van afstand houden om elkaar nabij te zijn verwacht je ontreddering, even niet weten hoe verder, maar niets is minder waar. Alleen met elkaar kun je iemand zijn en juist in deze tijd voelen we dat meer dan anders. God spreidt zijn zegen over ons allen. Door mensen met mensen. Zo heeft Hij Norbertus geïnspireerd  tot het samenbrengen van mannen en vrouwen tot gemeenschap. Zo heeft die gedachte en dat voorbeeld geleid tot reeksen van volgelingen. Zo zijn ook wij aan elkaar toevertrouwd opdat wij elkaar bemoedigen, troosten, te hulp springen. Met elkaar gemeenschap vormen van dagelijks samenleven, met elkaar bouwen aan morgen als geloofsgemeenschap. Norbertus pleitte voor geïnspireerd optrekken vol vertrouwen als basis voor de opbouw van het dagelijks samenleven en als basis voor het ordenen van dat samenleven in de verschillende verschijningsvormen. En wat betekent dat in deze onze tijd waar de nabije, maar zeker ook de verdere toekomst nog zo onduidelijk is. Welke ordening van samenleven wordt geboden en kunnen we elkaar bieden. In de loop van de geschiedenis werden naar gelang tijd en omstandigheden leefvormen aangepast en accenten verlegd, maar de grondlijnen zijn nog steeds dezelfde: leven, bidden en werken in gemeenschap en zo een levende geloofsgemeenschap vormen in vieren, leren en dienen.