Preek op het Hoogfeest van Hemelvaart

Donderdag 21 mei 2020, jaar A
Door: abt Denis Hendrickx o.praem.
Lezingen: Handelingen 1,1-11; Efeziërs 1,17-23; Matteüs 28,16-20

Uit het boek van de Handelingen van de Apostelen van Lucas hebben we zojuist in de eerste lezing vernomen ‘hoe Jezus werd omhoog geheven’. De leerlingen stonden er bij te kijken. Jezus de Heer verdwijnt uit de ogen van zijn leerlingen, maar plotseling staan daar twee mannen in het wit, twee boodschappers, engelen in het Grieks. Een angelos, een engel dat is iemand met een missie, een boodschap van Godswege, een boodschap van hoop.

Als je getuige mag zijn van zo’n speciaal gebeuren, ben je daar wellicht zo van onder de indruk dat het beeld van die hemelvaart op je netvlies gebrand blijft en dat je daar links en rechts in geuren en kleuren over zult blijven vertellen. Het is eigenlijk best opvallend dat alleen Lucas verhaalt over het ten hemel varen waar de leerlingen op stonden te kijken tot een wolk hem aan hun zicht onttrok. Hemelvaartsverhalen behoren tot een bepaald literair genre dat in onze tegenwoordige tijd nauwelijks meer wat zegt. Hemelvaartsverhalen zijn geen reportages, geen beschrijvingen van iets dat zus of zo gebeurd is, maar verhalen met een boodschap. En dan niet een boodschap over de wijze waarop iemand de aarde heeft verlaten, maar een boodschap over de wijze waarop iemand op aarde geleefd heeft.

De boodschap van Hemelvaart is heel duidelijk een variatie op het thema van Pasen. Wat is de verrijzenis immers anders dan dat God zijn hand uitsteekt en het leven van Jezus – over de dood heen – naar zich toehaalt. Pasen leert ons: het is niet afgelopen, hij leeft verder, zijn werk gaat door. En steeds weer gaat het gloren, zo leren ons de verhalen na Pasen. Het gaat door in ons. Wij moeten in beweging komen. Met Hemelvaart gaat het dus niet alleen over Jezus maar ook over ons. Het thuiskomen van de Zoon bij zijn Vader vormt voor ons een belofte. Ook wij mogen hopen op een thuiskomen.

In de eerste lezing van vandaag wordt dus verteld hoe Jezus naar de hemel voer en dat apostelen hem nastaarden. Het is weer een vertrekken en dus sterven de leerlingen weer een beetje mee: er is weer nadrukkelijke verstrooiing. Dat gevoelen is in deze dagen wel bijzonder actueel. Een groot aantal families zijn recentelijk vaak hard en onbarmhartig met de dood van een dierbare geconfronteerd. Dagelijkse cijfers van het aantal doden zijn kil maar achter ieder getal gaat intens verdriet om het afscheid van een dierbare schuil. En daarbij komt dat door besmettingsgevaar er allerlei restricties rondom een uitvaart zijn. Zo was en is het afscheid nemen van een gestorven dierbare in de huidige omstandigheden extra moeilijk en pijnlijk.

En dan wordt er vandaag – zo hoorden we – tegen de leerlingen van Jezus gezegd: wat staan jullie naar de hemel te kijken. En daar klinkt in door: Denk er aan: de werkelijkheid van het leven ligt hier en nu, en hier en nu moeten jullie aan het werk. Diezelfde boodschap klinkt in het evangelie: gaat uit over de hele wereld en verkondig het evangelie. Jezus blijft leven zolang er nog mensen zijn die van zijn boodschap getuigen. En zo is de kerk – de Jezus-beweging – op gang gekomen, tot in onze tijd toe, tot in ieder van ons. De boodschap van Hemelvaart is ook voor ons actueel. Sta niet naar de hemel te staren, blijf niet stilstaan bij het verleden, staar je niet blind op de toekomst: we leven hier en nu en nu moeten we oog hebben voor de mensen met wie we het leven delen, voor hun lief en leed, hun vragen en noden.

“Gaat dus en maakt alle volkeren tot mijn leerlingen en doopt hen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest en leert hun te onderhouden wat Ik u bevolen heb. Ziet, Ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld”, zo luidden de laatste woorden van het evangelie van vandaag. In Laudato Si zegt Paus Franciscus in dit verband : “Wij herinneren aan het model van de heilige Franciscus van Assisi om een gezonde relatie met de schepping voor te houden als een dimensie van een integrale bekering van de persoon. Dit vereist ook eigen fouten, zonden, gebreken en nalatigheden te erkennen en van harte berouw te hebben en van binnenuit te veranderen”. Toen Franciscus van Assisi zoekende was naar zijn roeping, hoorde hij in het kleine kerkje van San Damiano de stem van God, die tot hem sprak: ‘Ga en herstel mijn huis, want je ziet dat het op instorten staat’. We zien vandaag de dag dat de aarde lijdt: de biodiversiteit neemt in zorgwekkend tempo af, het klimaat verandert, rivieren, zeeën en oceanen worden vervuild met plastic. Dit zijn overweldigende zaken. Maar elke positieve stap die we zetten is er één. Elk van ons kan iets doen voor Gods schepping. Elke daad, hoe klein ook, voor onze naasten of voor het behoud van de schepping is een daad van geloof, hoop en liefde. Het zijn daden die ons en anderen vreugde geven.

Samen kunnen we heel wat doen in die wereld van vandaag. Dan leeft Jezus voort ook in ons. De tijd van werkloos staren naar de hemel is voorbij.