9 mei 2021: 6e Zondag van Pasen, Moederdag

Handelingen 10,25-48 en Johannes 15,9-17, B-Jaar

VERKONDIGING

Op de avond voor zijn lijden zegt Jezus tegen zijn leerlingen: voor mij zijn jullie geen dienstknechten meer, vrienden noem ik jullie. In het evangelie van Johannes bedoelt Jezus met ‘vrienden’ alle mensen van toen en later die in Hem geloven. Bij deze woorden van Jezus moet ik vaak denken aan het gedicht van Toon Hermans: “Je hebt iemand nodig stil en oprecht, die als het er op aankomt voor je bidt en voor je vecht. Pas als je iemand hebt die met je lacht en met je grient, dan pas kan je zeggen, ik heb een vriend.”

Voor mijn gevoel is de Jezus die de evangelist Johannes voor ons neerzet een groot verteller met inhoud. Het is een intiem gebeuren: Jezus met zijn leerlingen op de avond van toch min of meer zijn afscheid. Het is geen laatste briefing, geen strategiebespreking over hoe het nu verder zal gaan. Het is geen manifest of zo. Het is het samenscholen en samen schuilen van een handjevol mensen die niet weten wat hun overkomen zal, maar wel gedragen worden door een stroom die door hen allen heengaat. En Jezus geeft aan die diepe ervaring woorden.

Jezus is zelf geraakt door zoiets als grote vreugde, en hij zegt tegen zijn leerlingen als een diepe hartenwens: dat jullie dat toch ook mogen voelen. Het gaat om vreugde. Vreugde is nooit alleen een maaksel van onszelf of slechts een bedenksel van ons hart. Je kunt het er niet op commando laten zijn, en je kunt het niet kopen. Vreugde is een cadeau, het overkomt je.
Het gaat Jezus niet om enkel speciale en hoogdravende zaken als Hij het heeft over elkaar liefhebben. Hij legt veel meer de nadruk op elkaar een stukje voorthelpen, verdragen, bemoedigen, in de gaten hebben wat er in die ander omgaat, een praatje of een groet, wel of juist geen woorden, heel gewone dingen eigenlijk.
Is het dat niet wat zo genoemde stille tochten zo indrukwekkend maakt? Is het dat niet wat ons zo roert als we al die mensen die werkzaam zijn in de zorg toeklappen vanwege hun niet aflatende zorg in deze maar lang voortdurende lastige coronatijd.

Van wat Jezus zegt kun je een loodzwaar gevoel krijgen: ‘onderhoud mijn geboden’, ‘dit is mijn gebod: dat je elkaar liefhebt’. ‘Ik heb jullie een taak gegeven’: ‘je moet op tocht gaan en vruchten voortbrengen die blijvend zijn’. Toe maar zou je conclusie kunnen zijn, alsof het niet wat minder kan. En ik moet toch al zo veel, en dan ook nog dat soort woorden over je heen krijgen.
Maar midden tussen die woorden in staat als een zuil die ene zin: ‘Dit zeg ik jullie allemaal opdat mijn vreugde in jullie mag zijn, en opdat jullie vreugde volkomen mag worden’. Het gaat om vreugde, om het geschenk en het besef daarvan.

Al het andere, de loodzware woorden of de doodgewone vanzelfsprekendheden, dobbert op die onderstroom die ons omspoelt, door ons heen gaat en ons verbindt met elkaar en met de bron. Het christendom is zo vaak tot een karikatuur geworden door alles wat er moest en niet mocht. Daar is het soms ook miezerig door geworden. Natuurlijk, mensen willen weten waar ze aan toe zijn. We hebben graag houvast, en daarbij kunnen geboden en wetten van dienst zijn, maar dat is niet waar het ten diepste om gaat. Het gaat om vreugde, overlopende vreugde, van de bron – God misschien – naar ons en verder.

‘Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden’, zo zegt Jezus vandaag in het evangelie. Zo wordt ons gevraagd de liefde door te geven aan anderen. Dat wil niet zeggen dat we van anderen moeten houden zoals geliefden van elkaar houden en zoals ouders houden van hun kinderen. Bij Johannes gaat het niet om romantische liefde. Liefde betekent hier ‘liefdevolle zorg’.

We worden uitgenodigd om liefdevolle zorg te gunnen aan iedereen en om onze liefdevolle zorg niet alleen te bewaren voor onze geliefden en vrienden. Houden van geliefden en vrienden is geen grote opdracht. Jezus nodigt ons uit de deur van de kleine groep intimi open te zetten. Voor de meesten van ons is er het leven van elke dag om te bewijzen dat we alles over hebben voor de ander. In de Naardense bijbel wordt ‘grotere liefde dan deze heeft niemand: dat iemand lijf-en-ziel inzet voor zijn vrienden’.
En laten we wel wezen … als de motivatie en goede bedoelingen echt en oprecht zijn: dan kan en mag het ook met stukjes en beetjes.
Amen

Denis Hendrickx o. praem.
Abt van Berne