9 en 10 november 2019: 32e zondag door het jaar

2 Makkabeeën 7,1-2.9-14 en Lucas 20,27-38, C-Jaar

VERKONDIGING

Mensen denken na over vele vragen en op dezelfde vraag blijken soms veel antwoorden bestaan.
Een van die vragen is … wat gebeurt er met mij na de dood?
Voor jonge mensen speelt die vraag veel minder dan voor ouderen en gezonde mensen zullen daar wat minder vaak bij stilstaan dan een zieke.
Mensen die gelovig zijn hebben vaak andere beelden bij het leven na de dood dan mensen die daar niet in kunnen geloven.

Ouders van een overleden kind hoor je wel eens zeggen dat zij voelen nog contact te hebben met dat kind, alsof de navelstreng steviger vastzit dan ooit.
Een man die achterblijft na een goed huwelijk vertelt dat hij zijn vrouw overal tegenkomt, alsof de ander in alle vezels van hun huis en lijf zit; onlosmakelijk met elkaar verbonden.
En dan hoor je iemand zeggen: ik ben niet gelovig, maar mijn overleden vrouw is deel van mij, zij leeft in mij en in mijn kinderen verder.

Ook mensen die niet gelovig zijn kunnen vertellen over hun verlangen om een blik te kunnen werpen op de nieuwe werkelijkheid na onze dood.

Fantasieën, verwachtingen en dromen, wordt het verlangen naar eeuwig leven na de dood wel genoemd. Eeuwenlang al zijn mensen op zoek naar woorden die uitdrukking geven aan die zoektocht, naar een kijkje in de nieuwe wereld, naar de belofte van eeuwig leven.

In de Voice of Holland gebruikte zanger en jurylid Waylon een mooie uitdrukking voor de prachtige vertolking van een lied: jouw stem is als massage voor de ziel.

Massage voor de ziel … het deed mij denken aan de woorden naar psalm 84 in een hertaling die wij deze periode op dinsdagmorgen bidden in de Norbertuskapel:

Dat Huis van jou God,
Waar alles welkom is, waar alles woont.

Mensen waar ook geboren,
Weten niet wat hun drijft,
Gaan op reis naar jou toe.

Dwars door leeg land, wateren over, zwarte, door wouden,
Over de Bergkam, over de top.

Blindelings gaan ze.

En dan op een dag, daar staan ze …
Mogen wij hier zijn? Je mag.

Een diepmenselijk getuigenis van onze reis door het leven.
Massage voor de ziel … woorden die je kunnen verwarmen en helpen, om met de psalmist en Augustinus te spreken: om ons onrustige hart tot rust te laten komen.

Het is immers zo herkenbaar ons leven is als een reis, soms zijn we vol van geluk, soms zo verdrietig dat het ons overspoeld. Op onze levensreis komen we soms niet verder, gaan we door diepe dalen en over hoge toppen. We reizen verder … op weg naar onze bestemming.
Daar mogen wij zijn!

Ook in de oudheid waren mensen op zoek naar de vraag wat er is na onze dood en vandaag horen we twee verhalen, verhalen die je kunt vertellen als een sprookje:

“Er waren eens zeven broers”
Zeven broers, zeven … dat kan geen toeval zijn, een heilig getal immers …
Als we dat getal horen, dan moeten we meteen op onze hoede zijn: hier gaat het om teksten die raken aan de diepste werkelijkheid.

Het boek Makkabeeën vertelt over een moeder en zeven broers. Zij worden gemarteld om hun geloof af te zweren, maar blijven standvastig:
Geloof immers, zit in jezelf, is levend vertrouwen en verlangen, dat kun je niet vervangen met regeltjes en wetten.
De zeven broers blijven standvastig en gaan vol vertrouwen in de verrijzenis, in een toekomst bij God de dood tegemoet.

Een tweede keer … zeven broers. Nu een gelijkenis voorgehouden door Jezus. Niet een moeder, maar een echtgenote is hier in het spel: het vraagt wel enige toelichting …
In de oudheid was een ongetrouwde vrouw min of meer vogelvrij en een man zonder kinderen betekenisloos, waardeloos.
Daarom kende men het gebruik dat na de dood van een man, zijn broer de vrouw onder zijn hoede zou nemen. Dan was zij beschermd en kon een eerbaar leven leiden.
En dan is daar die grote vraag:
Van wie is zij na de verrijzenis de vrouw?

Het bracht mij terug naar het ziekbed van een stervende vrouw. Zij trouwde met een weduwnaar met vier kinderen. Vlak voor haar dood vertelde ze dat het moeilijk was om te geloven dat zij haar lieve man na de dood opnieuw zou zien:
Het kan toch niet dat hij dan moet kiezen tussen mij en zijn vrouw?

Geduldig geeft Jezus een antwoord op deze vragen. Huwelijk of uitgehuwelijkt worden … bij God gelden deze menselijke regels niet. God is een God van levenden, zegt Jezus.
In de andere wereld zijn wij mensen als engelen, kinderen van de Verrijzenis, kinderen van God.
Eeuwig leven is een leven dat het goede voor ogen houdt, een leven dat vrij is, zuiver en gericht op God.

Die woorden ons gegeven mogen ons tot zegen zijn, woorden van Jezus zelf … een geloof opdat wij blije en gelukkige mensen zijn, die leven voor elkaar en voor onszelf.
God is een God van levenden zegt Jezus, wij gaan op weg naar zijn Huis waar alles welkom is, waar alles woont.

Woorden die klinken als massage voor onze ziel.
Amen.

Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen