6-7 juli 2019: 14e Zondag door het jaar

https://old.abdijvanberne.nl/wp-content/uploads/2019/07/WvV07072019JC.mp3

Jesaja 66,10-14c en Lucas 10,1-12.17-20, C-Jaar

VERKONDIGING

“De oogst is groot”

Als ik deze eerste lezing van Jesaja zou laten horen in een viering van Groot en Klein weet ik zeker dat ik heel veel reacties zou krijgen. In een kerk spreken over volle borsten zou bij menig jongen woorden op roepen die ik hier niet wil herhalen.
Maar de volle borsten van Jesaja verwijzen ons naar dat wij ons vol mogen laten stromen. Dat God voor ons beschikbaar is. Dat Jeruzalem voor ons haalbaar is. Dat de Heer van alle machten klaar staat voor ons, zijn kinderen.

Dan de lezing uit Lucas. De nieuwe leerlingen werden uitgezonden. Ze gaan op weg om het woord te vertellen. Het woord van de Heer, het woord van de verrijzenis, het woord van nieuw leven.
Jezus stuurt ze uit in 2tallen. Stuurt ze uit om de vrede te brengen. Ze hebben de boodschap mee gekregen om geen eisen te stellen maar afwachtend te zijn. Het woord moet het werk doen. Vrede voor dit huis, vrede voor deze stad.

De leerlingen konden zieken genezen, konden geesten beheersbaar houden, konden vertellen dat het Koninkrijk van God nabij is. De leerlingen waren de getuigen van de aanwezigheid van God.
Klinkt weer eenvoudig.
De getuigen van de aanwezigheid van God!
Die God die van de Vrede is, die God die van genezing is.
Wij mensen van nu willen het zo graag allemaal heel concreet weten.

Als ik in die God geloof word ik dan beter? Gaan die gekke gedachtes dan uit mijn hoofd?
Als ik in die God geloof is er dan vrede op aarde? Zijn de misstanden dan voorbij? Kan ik dan begrijpen waarom Auschwitz heeft bestaan? Waarom grote en kleine mensen verdrinken op zee?
Ons hoofd kan dit bijna niet verstaan, woorden om dit te verklaren zijn er bijna niet of het worden woorden van een universitair niveau.

Wij mensen van nu kunnen het beste terug naar ons hart. Misschien is dat het beste wat wij kunnen doen. Afzakken van hoofd naar hart. Proberen te voelen in plaats van te beredeneren.

In Lourdes kun je hiervoor de beste lessen krijgen Dat plaatsje in de Pyreneeën loopt over van het hart. Mensen komen met vliegtuigen, treinen en bussen daar naar toe. Velen mankeren iets fysieks. Komen in Lourdes, steken kaarsen aan, drinken water uit de bron, lopen processies, bidden uren voor de grot. Gaan na enkele dagen weer naar huis. Genezen? Is de tumor weg? Is de verlamming opgeheven, is mijn kind niet meer spastisch?

Nee, niet genezen met het hoofd maar wel genezen met het hart. Ze gaan naar huis, nee het gebeurt al in Lourdes zelf. Mensen worden gesterkt, veranderen. Mensen krijgen weer een glimlach op hun gezicht, laten de zon weer toe en als het enkele dagen regent heeft dat geen invloed op hun zijn.
Het hart is genezen.
Lourdesgangers zeggen ons dan: het was goed om hier te zijn. Zo’n plek op aarde waar God zo dichtbij is. Dat er een moeder is waar je thuis mag zijn.

En zo werkt het ook voor de vrede. Je overgeven, je klein maken. Jouw grenzen loslaten en je openstellen voor de ander. Dan kun je de ander ontmoeten, dan is God bij jou thuis.
Terug naar ons hart. Stil zijn en luisteren naar de stilte. Het is daar waar onze God tot ons spreekt.
Als mensen dood gaan hebben wij vaak deze ervaringen. In de stilte van het sterfbed. Vader, moeder, broer of zus zijn met hun transfer van leven naar dood bezig. Alles is gezegd, het leven is klaar. En dan aan het bed zitten. Geen woorden meer kunnen uitwisselen alleen onze harten laten spreken. Alsof God naast ons ligt.

Het is moeilijk om dit kleine vast te houden.
Een verkeerde actie direct in het verkeer en onze mond loopt weer over. Vanavond twee verkeerde beslissingen van de scheidsrechter en het huis is te klein. Zo zie je maar het is zo gebeurt.

Goede bedoelingen zijn prima maar ons vlees is zwak. Daarom mogen we een beroep doen op onze God. Die God van mensen die er is. Misschien moeten we nog een beetje oefenen. Gewoon iedere dag de dag beginnen met een kruisteken en met een groet. Goede morgen God! Weten dat die God er is.
Probeer het maar. De Oogst zal groot zijn.
Amen.

Jan Claassen, participant Norbertijnen