5 en 6 oktober 2019: 27e Zondag door het jaar

Habakuk 1,2-3;2,2-4 en Lucas 17, 5-10, C-Jaar

VERKONDIGING

Geloof

Ken jij mij, wie ben ik dan?
Weet jij mij beter dan ik?
Een tekst geschreven door Huub Oosterhuis. Zomaar een collectie woorden met een zo’n diepe betekenis. Ken jij mij, weet jij mij beter dan ik? Woorden over onze relatie met God. Wie ben ik, wie ben jij en wie is die God met een hoofdletter.
In de eerste lezing van vandaag horen de profeet Habakuk. Hij spreekt zijn God aan. Zijn land was bedreigd en er is weer een nieuwe bedreiging. Wanneer komt zijn God in actie, wanneer staat zijn God op en helpt zijn volk. Habakuk schreeuwt er bijna van! En dan dat antwoord van zijn God. Je hoort er gewoon de rust in. Rustig jongen, schrijf het maar op. Het komt goed! En zijn God zegt hem dat zij die vertrouwen hebben rechtvaardig zullen leven.

Ja dat zal wel. Maar ik voel de bedreiging nu, mijn land gaat nu verkeerd denkt de profeet. Er moet toch bescherming komen voor dat volk van Hem, die wij noemen God van ons.
Hoe vaak hebben wij dat als mensen gedacht: help ons, redt ons, wees ons nabij als het niet goed gaat in ons leven. Als het water ons tot de lippen stond of als de dood zo had toegeslagen.
Waar ben je God? Ik zie en hoor je niet? Geschreeuwd uit wanhoop hebben wij. Bijna gelijk aan de wanhoop van de profeet.

Hoe moeilijk is het om mensenwerk te scheiden van Godswerk. Te vaak willen wij onze verantwoordelijkheden in God zijn of haar schoenen schuiven. Alsof dat helpt. We weten beter maar toch blijven we het te proberen. 75 Jaar na de bevrijding staan we stil bij die donkere jaren van de vorige eeuw. Herdenken we onze doden, herdenken we al onze verliezen, denken we aan al die beschadigde mensen. Had onze God dat niet kunnen voorkomen? Concentratiekampen vol met mensen waarvoor de dood onontkoombaar was. Joden, homoseksuelen, zigeuners, mensen van goede wil. Miljoenen mensen. De schuld van God?

Ik denk dat de verantwoordelijkheid bij mensen ligt. Mensen die God niet hebben kunnen verstaan. Mensen die een gesloten hart hebben en niet vertrouwen op Hem die goed doet.
Willen wij onze God verstaan dat moeten we blijven. Dan moeten we ons openen voor Hem. Met hart en oren, met ogen en huid. Alles inzetten om dat Goddelijk te kunnen zien en te voelen dat wij niet alleen zijn. Dat die God met ons is. Dat die God thuis is.

In de evangelielezing volgens Lucas horen wij dat de apostelen tegen de Heer zeggen: “Geef ons meer geloof” alsof hun geloof niet voldoende is.
Leerlingen die Jezus kennen, die Jezus dagelijks mee maken zeggen tegen hun God, geef ons meer geloof. En het antwoord van Jezus is dat dat wat er is voldoende is.
Heb vertrouwen. Het kleine is meer dan voldoende en het verhaal van het kleinste zaad is een illustratie daarvan. Vertrouwen hebben, een zo’n moeilijk iets zeggen wij mensen. Wij hebben allemaal voorbeelden om ons heen waarmee we kunnen laten zien dat we teleurgesteld zijn, in de kou gezet, geen antwoord gekregen hebben. Door God? of door mensen?

Voor ons mensen soms moeilijk om dat onderscheidt te maken. Wij willen het graag bij dat goddelijke neerleggen. Het is te groot voor ons dus moet het wel daarvan af komen. Die God. Zoals wij het geleerd hebben. Die straffende God, die God die alles ziet. Een negatief beeld was er in de kerk, was er bij mensen.
Terwijl we ook kunnen kijken naar dat andere beeld van onze God. Die God die ons nabij is. Die ons kent, in wiens handpalm onze naam geschreven staat. Die ons draagt zoals een herder zijn vermoeide lam. Die God, die van ons mensen is. En wij van Hem.

Daar mogen wij ons aan overgeven, daar mogen wij op vertrouwen.
Want in vertrouwen worden wij mooiere mensen, Godsmensen.

Ken jij mij, wie ben ik dan?
Weet jij mij beter dan ik?
Als Godsmens durf ik te zeggen: “Ja, dat weet Jij”.
Amen.

Jan Claassen, participant Norbertijnen