20 juni 2021: 12e Zondag door het jaar

Job 38,1.8-11 en Marcus 4,35-41, B-Jaar

VERKONDIGING

“Waar was die God? / Vaderdag / Wereld vluchtelingendag”

Vaderdag. Een bijzondere dag in het jaar waar vaders centraal worden gesteld. Het gaat hier verder dan het biologisch vaderschap. Het gaat verder dan welke genderdiscussie ook. Het gaat hier om onvoorwaardelijkheid!
Dat is het waar het om gaat in vaderschap. Onvoorwaardelijk er zijn en blijven. Dat is wat kinderen, mensen, verdienen, nodig hebben. Daarom is het zo mooi die 2 lezingen van vandaag. Ogenschijnlijk hebben ze niets met vaderschap te maken maar verdere bestudering levert andere inzichten.

Tegen mensen van de kerk zeg ik wel eens dat ik een kind ben van Ton Baeten en van Huub Oosterhuis en natuurlijk weet ik dat ik een kind ben van Harrie Claassen maar toch. Baeten en Oosterhuis zijn verantwoordelijk geweest voor een groot gedeelte van mijn kerkelijke opvoeding. Zij hebben mij geleerd om te staan en te blijven staan. Hebben ons woorden gegeven waar wij de Allerhoogste mee kunnen omschrijven, kunnen herkennen. Hebben ons beelden gegeven van een God die goed is en er altijd is. Een onvoorwaardelijke God en daarmee een “kei” van een Vader.

Onze vriend Job heeft het in de eerste lezing van vandaag moeilijk. In zijn woorden spreekt hij de wereld aan, spreekt hij God aan. Heeft hij zoveel nodig. Zijn vrienden hebben uiteindelijk geen woorden meer voor hem. Maar dan komt de jongste van het stel toehoorders. Heeft gezwegen toen de ouderen spraken, is stil geweest toen Job zijn tirades hield. Maar sprak toen Job aan. Niet voorzichtig. Nee heel direct, heel duidelijk. Sprak hem aan op zijn zekerheden, sprak hem aan op zijn vragen. Job leeft in de veronderstelling dat zijn God niet tegen hem spreekt. Dat hij er alleen voorstaat. Deze jonge vriend geeft woorden aan Gods aanwezigheid, geeft woorden aan Jobs onzekerheid, aan zijn doofheid. Laat zien dat God is en dat het aan Job, dat het aan ons is om het te verstaan.
Als de vriend klaar is dan spreekt God tot Job, stelt hem kritische vragen. Job heeft wat te doen.

Bij Marcus horen wij het verhaal van de vrienden in de boot, Jezus is ook aan boord en slaapt. De wind staat op, de golven worden hoog. De angst neemt toe, zal de boot omslaan? En hun nieuwe vriend slaapt. Hij die hun geroepen heeft om mee te gaan. Hij die verhalen vertelt, handen oplegt, onreine geesten verjaagt. Hij die spreekt over het Koninkrijk God. Die God zijn Vader noemt.
Het is te groot voor kleine mensen. We vergaan en hij slaapt. Hij spreekt de wind en het water toe en het is stil.

Voor de mannen en vrouwen van het eerste uur te groot om te bevatten en dan spreekt Jezus ze aan: “Geloven jullie nog steeds niet?”

Geloven jullie nog steeds niet is wel een bijzondere zin, een bijzondere uitspraak. In dat woord geloven is de onvoorwaardelijkheid opgesloten. Wij mensen zijn gezegende mensen. Gods aanwezigheid, Gods liefde is niet afhankelijk van of wij die God nu erkennen of herkennen. Nee die God van mensen is er gewoon. Het verbond wat God met mensen sloot is onvoorwaardelijk. Het is er of wij op onze kop gaan staan of geknield in de kerkbank zitten. Die God van ons mensen is er altijd.

De kunst is om die God te verstaan. De kunst is om jouw hart te openen en die God van mensen toe te laten.

Probeer het maar in de stilte van de kerk, in het gezicht van jouw kind, in de handdruk van jouw buren. In woorden van Huub Oosterhuis, in de daden van Abt Ton Baeten. In het vertrouwen van Wim Manders, in het geloof van Harrie van den Berg. Gods wegen zijn ondoorgrondelijk, vaak niet te begrijpen maar te verstaan met ons hart.

Open je maar en luister. Met je oren, met je ogen met alle zintuigen die wij hebben. Die God van mensen spreekt ook tegen jou.

Haast onmogelijk lijkt mij als jij op de vlucht bent met huis en haard. Dat jij de vader bent en alles wil doen om jouw kinderen veilig te stellen en alles zit tegen. De ene bedreiging na de ander. Hoe hou je ze in leven, hoe zorg jij voor eten, hoe kun jij ze warm houden? Alleen jouw onvoorwaardelijke liefde blijft. Zo is het ook met onze God van mensen, Hij blijft!

Amen.

Jan Claassen, participant Norbertijnen